De sector ontwikkelingssamenwerking krijgt er een tweede branche-organisatie bij. De kleine clubs willen ook een stem in het debat.
De kleine particuliere ontwikkelingsorganisaties in Nederland gaan zich verenigen in een stichting met de naam Partin. Kwaliteitsverbetering van het particuliere initiatief en een kans om een eigen stem te laten horen in het debat over de ontwikkelingshulp zijn de belangrijkste redenen voor de clustering.
Volgens een van de initiatiefnemers, Annie Manders van het Equal Opportunty Fund dat projecten heeft in Ghana, moet eind februari, begin maart duidelijk zijn of er voldoende belangstelling is voor de belangenorganisatie. Zij gaat er echter al van uit dat de stichting er komt. „We denken dat we halverwege dit jaar 200 deelnemers voor de stichting hebben, eind van het jaar rekenen we op 400 particuliere organisaties.”
De nieuwe stichting, vrijwel volledig gevuld met clubs van vrijwilligers, moet volgens Manders geen concurrent of bestrijder worden van Partos. Dit is de bestaande brancheorganisatie voor ontwikkelingsorganisaties waarvan de grote spelers als Oxfam Novib, Cordaid, Icco en Hivos lid zijn. De komst van Partin is wel een teken dat het kleine particuliere initiatief zich niet gehoord voelt. Aansluiten bij Partos is volgens Manders voor de naar schatting 9.000 tot 15.000 kleine initiatieven niet mogelijk. De contributie voor Partos, met een drempel van 750 euro en daarna een bijdrage afhankelijk van omzet en loonsom, is te hoog.
„We hebben de handschoen opgenomen die dr. Lau Schulpen heeft geworpen,” zo verklaart Manders de directe aanleiding voor Partin. Eind 2007 presenteerde Schulpen, onderzoeker van het Centre for International Development Issues (Cidin) van de Radboud Universiteit Nijmegen, het eerste onderzoek in de Nederlandse geschiedenis naar de kwaliteit van het kleine particuliere initiatief. Dat was niet onverdeeld gunstig. Schulpen concludeerde na onderzoek van vele projecten dat de kleine hulp niet kan claimen effectiever te zijn. Ook kon niet waargemaakt worden dat er minder geld bij hen aan de strijkstok blijft hangen dan bij de grote organisaties. De kleine initiatieven die zich de afgelopen jaren afzetten tegen de grote, in hun ogen ook bureaucratische, clubs bleken volgens Schulpen zelf weinig transparant te zijn bij het verantwoorden van aangetrokken geld. Op hun websites lieten ze wel de succesverhalen zien, niet de mislukkingen. En waar grote clubs regelmatig worden doorgelicht of zichzelf op hun effectiviteit lieten beoordelen, bleek dat bij de kleine clubs zelden of nooit het geval. Het rapport van Schulpen leidde aanvankelijk tot veel commotie onder de kleine clubs. Zij voelden zich in een hoek gezet ondanks hun goede bedoelingen. Goedbedoeld bleek lang niet altijd goed uit te pakken en daar viel aanvankelijk maar moeilijk mee te leven. Manders: „Volgens Schulpen houden we, als we ons bemoeien met het leven van een ander, ook de verantwoordelijkheid voor ons handelen. Ja, wij maken fouten en we zullen die ook wel blijven maken, maar van die fouten zullen we leren en daarover gaan we met iedereen de dialoog aan. Partin gaat geen cursussen geven. We willen wel de kwaliteit van de particuliere hulp verbeteren door het uitwisselen van ervaringen en kennis. Grote en kleine hulporganisatie moeten ophouden met elkaar te bekritiseren. We moeten er alles aan doen om ons werk serieus te verbeteren.”
Partin gaat niet fungeren als een keurmerk voor wat wel en niet deugt in de sector ontwikkelingshulp. Dat betekent dat in principe elk burgerinitiatief dat zich richt op ontwikkelingslanden voor een deelnemerschap van de stichting in aanmerking komt. Uit een eerste behoeftepeiling blijkt dat vrijwel elke bevraagde organisatie (ongeveer 160) zich achter het initiatief schaart.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.