Nederland wil op de G20-top op bijna alle punten meer gas geven dan de andere landen, behalve op het punt van de stimulering van de economie.
Onderwerpen genoeg op de G20, die vandaag in Londen begint. Er wordt gepraat over een gecoördineerde stimulans door overheden van de economie, over maatregelen om met beter toezicht op de financiële wereld een crisis als de huidige in de toekomst te voorkomen, over hervorming van instellingen als het IMF en de Wereldbank en over het tegengaan van protectionisme in de wereld.
Nederland doet voor de tweede keer mee aan de economische wereldtop van de twintig grootste economieën in de wereld. Op bijna alle punten wil het kabinet meer gas geven dan de rest van de internationale gemeenschap, behalve op het punt van de stimulering van de economie.
De Amerikaanse president Obama deed deze week in een interview in de Financial Times een oproep tot grootschalige injecties in de economie. In het uitgelekte concept voor de slotverklaring van de top is sprake van extra overheidsinvesteringen, oplopend tot twee procent van het bruto binnenlands product. Voor Nederland zou dat neerkomen op rond de 12 miljard euro.
Na het recente, moeizame crisisakkoord in de coalitie is dat voor premier Balkenende en vicepremier Bos vele stappen te ver. Nederland en andere Europese landen hebben ook goede argumenten om niet mee te gaan in de astronomische bedragen die de VS momenteel in de economie pompen.
De begrotingen zien er heel anders uit. Dit jaar bijvoorbeeld steekt het Nederlandse kabinet al miljarden meer in de economie door het overheidstekort op te laten lopen tot meer dan drie procent.
Maar Nederland heeft er met zijn op export gerichte economie wel belang bij dat andere landen wel investeren, en zal fanatiek ijveren voor afspraken om protectionisme tegen te gaan. Maar dat zal nog een hele klus worden. Sinds de laatste G20, vorig jaar november in Washington, hebben 17 leden in totaal 47 maatregelen genomen om de eigen economie te beschermen, zo stelden de Kamer en Bos deze week teleurgesteld vast.
Nederland is ongeduldig waar het gaat om versterking van het internationaal toezicht op de financiële wereld. In de Europese Unie is nog te veel weerstand tegen het overhevelen van bevoegdheden naar de Europese Centrale Bank. Ook de hervorming van het IMF gaat Bos duidelijk te langzaam.
Maar hij houdt de moed erin. „De scepsis op dit punt is terecht”, zegt Bos. „Maar toch is de zaak in de goede richting in beweging. Het bewustzijn dat er internationaal geopereerd moet worden, groeit. Net als de noodzaak om regels te maken rond het belonen van topmensen bij de banken. Dat het niet in Londen wordt geregeld, wil niet zeggen dat er geen stappen worden gemaakt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.