Nederland heeft zijn arbeidsmarkt verwaarloosd. „Tot voor de crisis spraken we alleen over personeelstekorten, alsof er geen conjunctuur en nauwelijks werkloosheid meer zouden zijn.” Voor UWV-topman Joop Linthorst, die gisteren het jaarverslag 2009 presenteerde, is het duidelijk dat er een betere infrastructuur moet komen om mensen die hun baan verliezen op te vangen. „Zelfs met een niet zo’n diepe crisis als waar we nu doorheen gaan, kunnen we economische terugval onvoldoende incasseren.”
Zo is volgens hem nagelaten om de arbeidsmarkt echt regionaal te organiseren, „terwijl iedereen al jaren weet dat je het zo moet doen”. Daardoor ontbreken belangrijke schakels om de tienduizenden mensen die nu werkloos worden of van school komen zo snel mogelijk naar (ander) werk te begeleiden. Werkgevers zijn vooral per sector georganiseerd, gemeenten hebben soms moeite samen te werken in regionaal verband. „We hebben nu 127 Werkpleinen met de ambitie om overal één aanspreekpunt voor werkzoekenden en één voor werkgevers te hebben. Het realiseren van de samenwerking met gemeenten is de achilleshiel. Netwerken in de regio’s zijn nog zeer versnipperd”, ervaart Linthorst.
Hoewel met niet zoveel woorden, geeft hij toe dat de aanpak van de jeugdwerkloosheid deels heeft gefaald. „Het leek zo eenvoudig. Alle jongeren die van het mbo kwamen, zouden we oppakken. Ze zouden óf hun opleiding vervolgen óf aan het werk gaan. De registratie is mislukt, duizenden zijn zoek.” Toch is er volgens Linthorst ook goed nieuws, want de jeugdwerkloosheid (14 procent) is minder groot dan voorspeld. „Velen hebben waarschijnlijk toch een baan gevonden. Ze beschikken over eigen netwerken en zijn zoveel handiger dan jongeren in de jaren tachtig. Als UWV zullen we ze niet zo snel zien als werkzoekende.”
Toch is Linthorst over het algemeen te spreken over de crisisbestrijding en de opvang door UWV, ’een megaklus’. De meeste cliënten – gestegen met 81 procent naar 310.000 – hebben tijdig hun WW gekregen. Honderden extra werkcoaches (met geld van Sociale Zaken) zijn ingezet om mensen naar andere banen te begeleiden. Een kwart miljoen mensen hebben met hulp weer werk gekregen. En ondanks zijn aanvankelijke scepsis moet hij toegeven dat de deeltijd-WW een succes is om de werkloosheid te dempen. Maar er zit een grens aan. „Ik wil tegengas geven dat deeltijd-WW alleen maar een succesverhaal is. Er komt een terugslag. Het economisch herstel is broos en het effect van de crisis ijlt na.”
Het UWV maakt zich op voor meer massaontslagen en minder aanbod van banen. „We komen in een andere fase van de crisis. Het effect van de flexibele schil is uitgewerkt. Bedrijven die nog wat vet op de botten hadden, zijn nu door hun reserves heen en moeten alsnog reorganiseren. We verwachten ook dat een aantal bedrijven met deeltijd-WW het toch niet redt zonder ontslagen.” Binnen de sociale plannen van deze bedrijven zal de scholingsbonus, waarvoor 19 miljoen euro was gereserveerd, maar slechts 20.000 euro is gebruikt, beter worden benut, meent hij.
Linthorst maakt zich zorgen over de groeiende kloof tussen vaste en flexibele krachten. „De flexibele schil is in deze crisis een enorm voordeel gebleken en werkgevers zullen in de toekomst daar meer gebruik van maken. Het heeft geen zin deze trend kunstmatig een halt toe te roepen. Maar tijdelijke medewerkers, zoals uitzendkrachten, en zzp’ers betalen wel de tol. Er zijn steeds meer mensen, die geen reële kans krijgen op een vaste baan en in uitzendwerk blijven hangen.” Het is volgens hem een opdracht aan de politiek om die kloof te verkleinen en te zoeken naar tussenvormen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.