Ik werk bij een ministerie en vanwege de ’taakstelling’ die voor de hele overheid geldt, moet ongeveer tien procent van de formatieplaatsen verdwijnen. In het sociaal plan is onder andere geregeld waar degenen die gedwongen weg moeten recht op hebben.
Met mensen die vrijwillig vertrekken kan de werkgever (naar eigen discretie) soortgelijke premies toekennen. Omdat mijn partner in een ander deel van het land woont, denk ik er serieus over om ontslag te nemen. Ik ben al een opleiding begonnen waarmee ik als zelfstandige aan de slag kan. Van onze ’mobiliteitscoördinator’ hoorde ik dat ik waarschijnlijk drie maanden salaris mee kan krijgen. Is dat niet weinig? Je hoort ook wel eens dat mensen een maand salaris per gewerkt jaar meekrijgen. Ik werk nu bijna 20 jaar voor dit ministerie. Ik heb altijd hard gewerkt en heb goede beoordelingen gekregen. Ik ben er – zoals veel vrouwen – niet goed in om mezelf duur te verkopen, maar zou er toch graag meer uithalen dan drie maanden. Wat zou redelijk zijn en heeft u tips voor de onderhandelingen?
Onderhandelen is lastig voor veel vrouwen én mannen. Het klopt dat vrouwen er minder uit halen, maar niet omdat ze het niet zouden kúnnen. Als er alleen maar vrouwen zouden bestaan, zouden die net zo competitief en uit zijn op uitdagingen als mannen. Vrouwenteams tegen elkaar, weten van wanten. Pas als ze mannen tegenover zich hebben, of in ’mannelijke structuren’ werken, komen die ’vrouwenpatronen’ (waar u op duidt) tevoorschijn. Verschillende onderzoekers wijten dit aan de rol van identiteit. In onze wereld word je geacht een vrouw of een man te zijn. We worden aangestuurd door onbewuste collectieve beelden over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Die rollen kennen wel een bepaalde bandbreedte, maar hoe ’onvrouwelijker’ (of onmannelijker) je je gedraagt hoe onzekerder je je voelt. Bij het onderhandelen kom je op dat terrein.
Mijn eerste tip is daarom: focus op uw vaardigheden in het onderhandelen en niet op hoe u zich daarbij voelt. Bij iets nieuws, of iets ongepast, voelen we ons altijd onzeker. Je gaat uit ’de comfortzone’ en dat is ook goed. Dat is ontwikkeling. Zoek ter voorbereiding een rolmodel. Neem een sterke vrouw of man in gedachten en stelt u zich eens voor hoe deze persoon het zou doen. Schakel op die wijze ’het kleine meisje’ in u zelf uit en stap in de rol van functionaris.
En dan uw doel. Drie maanden meekrijgen na een dienstverband van twintig jaar is inderdaad te weinig. Bij individuele ontslagzaken bij de kantonrechter wordt als uitgangspunt gebruikt: het aantal dienstjaren maal een leeftijdsafhankelijke factor. Als u nu 45 jaar bent zou het gaan om een factor van 0,75 (maal dienstjaren maal maandsalaris). Bij reorganisaties met een sociaal plan hangt het van de omstandigheden en de kracht van de onderhandelaars af wat er wordt vastgelegd. Maar u werkt bij de Rijksoverheid, daar mag je een goede sociale regeling verwachten. Heeft u het wel goed gelezen? En heeft de mobiliteitscoördinator begrepen dat er naar leeftijd gekeken moet worden? Tip twee is daarom: zoek dit goed uit en overleg ook met uw vakbond (als u lid bent). Stel dan uw doel vast. Bedenk ook dat u niet om een gunst gaat vragen, maar dat het draait om belangen. Aan beide kanten. Iedere medewerker die vrijwillig vertrekt is er één. Daar heeft men vaak best wat voor over. Haal daar zelfbewustzijn uit en kijk met een zakelijke blik. Oefen van tevoren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.