Hoofdredactie −
30/01/12, 08:16
commentaar
Op vrijwel ieder terrein klinkt de roep om meer openbaarheid en verantwoording luider en luider. Vreemd genoeg gold dat tot nu toe niet voor de wijze waarop politieke partijen aan hun financiën komen. Over giften van particulieren of van bedrijven hebben partijen nooit opening van zaken hoeven geven. Welbeschouwd een vreemde zaak waaraan, zoals het er nu naar uitziet, binnenkort een einde komt.
Giften aan een politieke partij vanaf 4500 euro moeten, als het wetsvoorstel dat vorige week door de Tweede Kamer werd aanvaard ook de zegen van de Eerste Kamer krijgt, openbaar worden gemaakt middels een melding aan de minister van binnenlandse zaken. De minister ziet toe op naleving van dit voorschrift en krijgt de bevoegdheid, daarover geadviseerd door een commissie van deskundigen, boetes uit te delen bij niet-naleving.
De aanscherping van de wet valt toe te juichen. Zwaardere voorschriften, zoals het door de PvdA gewenste verbod op giften van meer dan vijftigduizend euro, lijken ook niet nodig.
Een gift, ook een gift van meer dan een halve ton, is niet per definitie onoorbaar. Openbaarheid over de gift heeft waarschijnlijk voldoende preventieve werking, waardoor er geen afhankelijkheidsrelatie ontstaat tussen de betreffende politieke partij en de gever.
De nieuwe wet is door de PVV uitgelegd als een speciaal tegen deze partij gerichte regeling. Dat de partij er problemen mee heeft ligt echter meer aan de PVV dan aan de nieuwe wetgeving. De PVV heeft haar heel specifieke organisatievorm - een vereniging en een stichting, en slechts één lid - juist mede gekozen om zo min mogelijk opening van zaken te hoeven geven over bijvoorbeeld de inkomsten van de partij en de herkomst daarvan.
De democratie is erbij gebaat dat over de inkomsten van alle partijen meer duidelijkheid ontstaat, ook over die van de PVV. Nu zijn er slechts geruchten dat Wilders geld krijgt uit Amerikaanse en Israëlische bronnen. Geruchten die schadelijk zijn. Niet het feit dat de PVV bepaalde sponsoren heeft, maar de onduidelijkheid daarover is slecht.
Het CDA deed er vorige week goed aan, het wijzigingsvoorstel in te trekken om de mogelijkheid tot boetes en het toezicht van de minister te schrappen. De redenering van het CDA dat openbaarheid genoeg is en de kiezer competent genoeg om daar dan vervolgens iets mee te doen, is al te simpel.
Bovendien gaf het wijzigingsvoorstel de PVV te zeer de kans de nieuwe openbaarheid te ontlopen.