*

 

Herman Tjeenk Willink: De radicalisering bevalt mij niet

Redactie − 27/01/12, 19:05
Herman Tjeenk Willink. ©Werry Crone

Herman Tjeenk Willink nam deze week na veertien jaar afscheid als vicevoorzitter van de Raad van State. Parlementair verslaggever Cees van der Laan en politiek commentator Hans Goslinga spraken met de man die zich opwierp als waker over de democratische rechtstaat. Hieronder enkele fragmenten uit het interview.

Herman Tjeenk Willink laat er geen twijfel over bestaan. Een kabinetsformatie via het staatshoofd is verre te verkiezen boven een formatie vanuit de Kamer, hoewel staatsrechtelijk niets zich daartegen verzet. Die opvatting vloeit voort uit zijn visie op de democratie, die meer omvat dan de regel dat de meerderheid beslist. "Je moet altijd rekening houden met de gevoelens en opvattingen van minderheden. Nu is het zo dat de koningin na de verkiezingen elke partij hoort, ook als die maar één zetel heeft. Dat is wel zo democratisch. Ik vraag me af of die betekenis van het proces voldoende wordt beseft. Ik ben er niet tegen dat de Kamer zelf de informateur aanwijst, maar je moet je wel realiseren wat dat betekent. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in de acht dagen tussen de verkiezingsdag en de eerste vergadering van de nieuwe Kamer?"

U bedoelt dat 'het geheim van Noordeinde' wordt vervangen door 'het geheim van het Binnenhof'?
"Het argument om de formatie in handen van de Kamer te geven, is altijd geweest dat het proces transparanter wordt. Zou dat zo zijn? De koningin neemt beslissingen op basis van alle adviezen, waarvan het merendeel direct openbaar wordt gemaakt. Dat is zeer transparant en controleerbaar. Natuurlijk beslist in een democratie uiteindelijk de meerderheid, maar je moet die regel niet verabsoluteren, dan wordt het onleefbaar. De politisering van de formatie staat haaks op deze notie.

Dat proces is al veel langer gaande. Vroeger was er alleen een formateur. Toen dat politiek te gevoelig werd, kwam er in de jaren vijftig eerst een informateur. Nu is het al zo ver dat we eerst een verkenner inschakelen. Hoe lang moeten we nog wachten voor we de eerste voorverkenner krijgen? In deze situatie speelt het staatshoofd een nuttige rol. Politici zijn nu eenmaal geneigd hun kaarten zo lang mogelijk tegen de borst te houden."

Als voorstander van gematigde verhoudingen ziet hij meer tendensen van radicalisering die hem niet bevallen. "Ik heb me geërgerd aan de uitspraak van de Kamer dat het homohuwelijk moest worden ingevoerd op Bonaire, Sint Eustatius en Saba nu zij, sinds 2010, direct deel uitmaken van Nederland. Je kunt zoiets niet zo maar even overplanten in een andere cultuur op bijna 8000 kilometer afstand die daar nog niet aan toe is. Hoe lang hebben wij er zelf over gedaan voor homo's konden trouwen?

Wat mij ten diepste niet aan die Kameruitspraak bevalt, is dat zij van zo weinig interesse getuigt in een andere cultuur. De benadering is wettisch en bovendien contraproductief. Kijk eens hoe we in Nederland gevoelige kwesties als echtscheiding, abortus en euthanasie hebben geregeld: heel geleidelijk, tastend en aanvankelijk steeds via rechterlijke uitspraken. En dan wil je daar het homohuwelijk van de ene op de andere dag opleggen? Kom op, zeg!"

De Raad van State zelf speelde als bestuursrechter een belangrijke rol in de SGP-kwestie, een zaak waarin een kleine minderheid van orthodoxe gereformeerden tegenover een opvatting van een meerderheid stond. De uitspraak kwam erop neer dat de overheid de subsidie aan de partij niet mocht onthouden en dat SGP-vrouwen, indien zij zich tegen de visie van hun partij in verkiesbaar wilden stellen voor een publiek ambt, een eigen partij konden oprichten.

"In die uitspraak hebben wij gepoogd zowel aan de rechtsstaat als aan de democratie recht te doen. Die twee zijn niet los verkrijgbaar. Rechtsstaat en democratie horen bij elkaar, maar de principes waarop zij rusten, zijn verschillend. Je moet zoeken naar de ruimte om die te combineren. Dat maakt de Raad van State tot zo'n bijzonder instituut, de combinatie van actie en reflectie. Daarom moet je de adviesfunctie en de bestuursrechtspraak niet uit elkaar halen."

Gaat achter die SGP-kwestie en andere zaken waarin minderheden onder druk komen te staan, niet de behoefte schuil van de seculiere meerderheid aan een nieuwe identiteit?

"Wat mij opvalt, is dat men niet meer kijkt wat mensen bindt, maar hoe voorstellen aangenomen kunnen worden. Ja, ik doel op de kwesties van de weigerambtenaren en het onbedwelmd rituele slachten. Maar pas op: ieder op zijn tijd wordt in een minderheidssituatie gedrukt. Daarom behoren in een democratie meerderheid en minderheid principieel inwisselbaar voor elkaar te zijn.

In de tijd van de verzuiling bestond er een tolerantie die nodig was om vreedzaam met elkaar om te gaan. Die tolerantie moet je niet overdrijven, zij was in feite heel rationeel en een weerspiegeling van de koopman en dominee in ons. Het grote voordeel van de verzuiling, de kunst met verschillen om te gaan, is met de ontzuiling verdwenen, het grote nadeel is gebleven. Dat is de onmacht het politiek-inhoudelijk debat met elkaar aan te gaan. Dat is wat anders dan 'ik zeg wat ik denk' en het verwerpen van compromissen. Als dat soort radicaliteit dominant wordt, gaat het mis. De achterliggende oorzaak is dat na de ontzuiling nooit echt is nagedacht over een nieuwe verhouding tussen burgers, politiek en staat. Integendeel, de boel is verrommeld. De politiek is nooit over de ontzuiling heen gekomen en heeft zich laten wegdrukken door de markt, de bureaucratie en bestuurlijk denken."

Volledige artikel (alleen gratis voor abonnees)
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />