*

 

Ik speel geen toneel, ik ben zoals ik ben

tien geboden | Arjan Visser − 21/12/11, 16:10

Hans Spekman (Zevenhuizen, 1966) is politicus. Sinds november 2006 is hij namens de Partij van de Arbeid lid van de Tweede Kamer. Eerder was hij gemeenteraadslid en wethouder in Utrecht. Op 4 november 2011 stelde Spekman zich kandidaat voor het voorzitterschap van zijn partij.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Mijn grootouders waren niet christelijk, mijn ouders ook niet; ik ben de derde generatie van ongelovigen. Ik heb wel een sterk besef van normen en waarden meegekregen. Christelijkheid zit volgens mij ook in de inborst van de sociaal-democratie. Wij kregen thuis verhalen te horen over de diepe armoede van vroeger en mijn moeder bracht ons bij - niet van het moet en het zal - dat het mooi zou zijn als wij zoveel mogelijk met anderen zouden delen. Als we op school voor een verjaardag op koekjes trakteerden, moesten we wat overbleef geven aan de kinderen die het meest gepest werden.

Mijn vader overleed toen ik een jaar oud was. Ik heb mij nooit afgevraagd waarom ons dat moest overkomen, of willen geloven dat er een God bestond die alles goed zou maken. Ik herinner mij dat ik, als jong kereltje, in mijn bed lag te huilen als ik me ging inbeelden dat het nóg erger zou worden; dat ook mijn moeder zou sterven of een van mijn drie zussen. Er zijn foto's gemaakt van mij, toen ik als vijfjarige op het graf van mijn vader zat. Heel aandoenlijk. Zo'n jongetje dat maar niet begrijpt waarom iedereen een vader heeft en hij niet. Ik kon het niet bevatten. Ik ben een tijd heel erg boos en opstandig geweest. Eindeloos zwerven over straat, mezelf in de schuur opsluiten met onze vijf poezen - die mij wél begrepen - of ruzie maken met iedereen. Ik sloeg op de muren, brak tijdens zo'n woedeaanval zelfs een keer een pink. Toen heeft mijn moeder mij op judo gedaan. Dat hielp.

Een jaar na mijn vaders dood kwam mijn oudste zus Barbara - verslaafd aan de heroïne, suïcidaal - in de psychiatrie terecht. Ik moest later, als zesjarige, mee naar familietherapietjes die toen in de mode waren, ik was erbij toen zij haar elektroshocks kreeg, ik zag hoe de therapeut er vooral in geïnteresseerd was om met mijn andere, veertienjarige zusje een relatie aan te knopen. Ik groeide, geleidelijk, met zoveel ellende op dat het mij is gelukt om daar een of andere omgangsvorm voor te vinden. Als je vrolijk en roze door het leven gaat, is het misschien wel veel moeilijker om op je twintigste of zo, ineens het noodlot op je pad te vinden."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Als er iets, nog altijd, mijn bovenmatige bewondering geniet dan is het wel de kracht die mijn moeder had om na mijn vaders dood haar leven op te pakken en vorm te geven. Mijn oma heeft in die tijd gezegd: 'Ik ben blij dat Jan' - haar zoon - 'en niet jij bent dood gegaan. De kinderen hadden het zonder jou veel moeilijker gehad.'

Mijn moeder heeft zich niet alleen om ons bekommerd, maar ook om alle crepeergevallen uit het dorp. Sommige mensen wordt op een bepaald moment meer gevraagd dan anderen. Niet iedereen is in staat om zoiets op te brengen. Mijn moeder kon dat wel. Ik ben in mijn leven niemand meer tegengekomen die tot zulke bovenmenselijke dingen in staat was."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Toen de CDA-fractie instemde met het besluit van minister Leers om Mauro Manuel uit te zetten heb ik veel mensen horen roepen dat die partij de C van christelijk maar beter uit haar naam kon schrappen. Van mij mag je zoiets zeggen, maar ik zou het zelf nooit doen. Hoe kan ik Leers een farizeër noemen, als ik zelf amper weet wat dat betekent? Ik heb geen christelijke wortels, ik zou het aanmatigend vinden van mezelf om op die manier een oordeel te vellen.

Ik vind het sowieso belangrijk om rekening te houden met de gevoeligheden van andersdenkenden. Als ik in een fel debat, waar de SGP ook aan deelneemt, een keer vloek, zeg ik sorry. En als ik zie dat Joël (Voordewind, lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie, AV) er óók bij zit, doe ik het nog een keer. Misschien zou ik ook de CDA'ers mijn verontschuldigingen moeten aanbieden, maar ik denk dat zij iets minder moeite hebben met mijn ijdel gebruik."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Op zondag ga ik het liefst naar FC Utrecht. Rust en contemplatie horen voor mij niet per se bij de zondag, maar ik moet toegeven dat ik sowieso niet erg veel tijd voor mezelf claim. Ik vind andere dingen belangrijker. Ik heb gezichten van mensen voor me die hulp nodig hebben, ik kán gewoon geen rust nemen. Dat wil niet zeggen dat ik volkomen altruïstisch bezig ben; ik denk dat ik heel ongelukkig zou worden als ik dit werk niet kon doen."

V Eer uw vader en uw moeder

"Als ik met mijn kinderen naar de begraafplaats ga, maken we een rondje langs mijn twee zussen, mijn moeder én mijn vader. Ik heb hem niet gekend, maar dat maakt niet uit. Uiterlijk lijk ik op hem, zeggen ze. Dezelfde neus, dezelfde blik. Hij heeft, op een of andere manier, toch een plek in mijn leven. Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als hij was blijven leven. Misschien zou ik, zoals de meeste jongens, vreselijke ruzies met mijn vader hebben moeten uitvechten. Misschien was mijn zuster niet zo in de problemen gekomen, mijn moeder had zeker niet zo hoeven vechten voor haar bestaan...

Het is ook moeilijk om te zeggen wat het effect van zijn vroege dood op mijn leven is geweest. Mijn ene zus reageerde in vluchtgedrag, mijn andere zus draaide helemaal door en de derde kreeg de neiging om alle zorg voor iedereen op zich te nemen. Ik zette mijn verdriet om in één bonk opstandigheid. Dus, ja, ik ben weerbaarder geworden. Ik kan wel tegen een stootje. Bovendien had ik mijn moeder nog, die alles uit de kast haalde om mij gelukkig te maken. Als ik uit school kwam, stond er altijd een bordje havermoutse pap voor me klaar - vind ik nog steeds lekker, trouwens. Ze was vol liefde, ze had begrip voor iedereen. Ze had een bepaalde aantrekkingskracht die ervoor zorgde dat alle moeilijke gevallen uit het dorp bij haar aan de keukentafel kwamen zitten. Ik zag ze stuk voor stuk weer opgelucht vertrekken. Ze stapte over haar eigen verdriet heen.

Als mijn zus Barbara die niet meer thuis wilde komen, op weg naar mijn oma, voorbijkwam in de bus stonden wij op een rijtje voor het raam naar haar te zwaaien. Soms zwaaide ze, tot grote blijdschap van mijn moeder even terug. Vaker gebeurde het niet en dan leek er geen grotere afstand te bestaan dan die paar meters, op dat moment. Als mijn moeder haar dochter ging opzoeken, had ze altijd net een zelfmoordpoging gedaan; dan vond ze haar met doorgesneden polsen in het bad. Het moet vreselijk geweest zijn voor mijn moeder, maar ik heb haar nooit horen klagen. Barbara veranderde toen ze kanker kreeg. De laatste vier jaar van haar leven - ze woog nog maar 32 kilo, een vel met wat botten - was ze weer de oude Barbara. Het is toch net alsof wij, als familie, werden beloond voor het feit dat we haar nooit hadden opgegeven.

Mijn moeder is in 1996 gestorven. De eerste dagen na haar overlijden waren we bezig met plat-praktische zaken zoals de kistkoeling, toen kwam er effe een tikkie, en daarna begon het gemis. Het gemis is nu nog net zo sterk als vijftien jaar geleden, maar het hindert mij nooit."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik kan nog geen vlieg doodslaan, maar ik ben dol op vlees. Voor vanavond heb ik zuurkoolspek bij mijn vrouw besteld, héérlijk! Ja, natuurlijk is het hypocriet. Ik rook, ik rijd auto en ik eet graag een lapje vlees - liefst in onherkenbare vorm. Ik spreek mezelf wel toe en ik word door anderen ook aangesproken op mijn gedrag, maar vooralsnog ga ik er gewoon mee door. Voor de rest leef ik vrij sober. We hebben geen uitspattingen, we doen geen rare dingen. Wat het doden van mensen betreft: ik snap de neiging. Ik heb enorm veel bewondering voor mensen, zoals de ouders van de meisjes die destijds door Marc Dutroux zijn verkracht en vermoord, die ondanks alles voor medemenselijkheid bleven pleiten. Ik durf de vraag wat ik zou doen amper te beantwoorden. Ik ben bang dat ik degene die mijn kinderen zoiets aandoet het liefst zou willen wurgen. Hoe ga je om met geweld, welke straffen moet je geven? Ik vind het ingewikkeld. De roep om strengere straffen houdt doorgaans in dat mensen vinden dat misdadigers langer gevangen moeten blijven zitten. Je ziet vaak dat met name jongeren daar alleen maar slechter van worden. Ik heb wel eens bepleit dat we criminele Marokkaanse jongens moesten vernederen. Ongelukkige woordkeuze? Nee, ik vond het vooral ongelukkig dat iedereen die opmerking verkeerd interpreteerde. Wat ik duidelijk wilde maken is dat een straf veel meer effect heeft als hij in de openbaarheid moet worden ondergaan. Een taakstraf, in een duidelijk herkenbaar pakje. Kijk naar het voetbalveld: jongens vinden het veel erger om gepoort te worden dan een doelpunt tegen te krijgen. Bij een panna zullen ze veel eerder denken: dat gebeurt mij niet nóg een keer."

VII Gij zult niet echtbreken

"We stonden samen in de lift van het ziekenhuis. Ria, een gemeenschappelijke vriendin, was onder de tram gekomen en had een been verloren. Muriël had met haar gestudeerd, ik kende Ria nog uit Zevenhuizen. Zij heeft ons uiteindelijk aan elkaar gekoppeld. Ik hou ontzettend veel van Muriël en ik heb nooit gedacht: wat jammer dat ik niet nog eens verliefd op een ander mag worden.

Het schijnt dat mannen van vijftig het wel eens moeilijk vinden om de verleiding te weerstaan, maar ik ben pas vijfenveertig... Nee, ik zie het gewoon niet gebeuren. Ik vind onderling vertrouwen erg belangrijk. Nu heb ik zelf ongelooflijk veel mazzel gehad, maar ik vind ook dat mensen hun best voor elkaar moeten blijven doen. Iedereen heeft het wel eens moeilijk. Niet zo snel opgeven."

VIII Gij zult niet stelen

"Nu moet ik zeker zeggen: 'Wel van de rijken!'? Nee, sorry. Ik heb de bijnaam 'Sociale Rambo' maar dat betekent niet dat ik er voor ben om dure huizen in chique buurten binnen te vallen. En ik zal ook niet beweren dat je best een brood mag stelen als je honger hebt. Er zijn genoeg arme mensen die zelfs onder die omstandigheden niet stelen. Je kunt er ook met wettige middelen voor zorgen dat de verdeling iets eerlijker wordt. Ik zag laatst een documentaire waarin een meisje van negen, zo oud als een van mijn dochters, kinderarbeid moest verrichten. Ik zou het liefst al die kinderen uit die fabrieken bevrijden. Je kunt iets doen door, bijvoorbeeld, vaker fair trade producten te kopen. Daar ben ik twee jaar geleden, door toedoen van mijn dochter, mee begonnen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Als ik in een debat geëmotioneerd ben, is dat oprecht. Ik speel geen toneel. Ik weet dat ik er ook op word afgerekend - 'huilebalk!' - maar dat interesseert mij al heel lang niet meer. Ik ben zoals ik ben en ik ga mezelf niet omvormen tot iets wat anderen graag willen zien.

Er is nogal wat kritiek op mijn kledingkeuze. Ik draag zelfgebreide truien - van mijn moeder en van Mu riël - en T-shirts die volgens sommigen vormeloos zijn, maar het is mijn keuze en ik houd mij er aan vast. Het gaat niet alleen maar over kleren, het gaat over waarachtigheid. Ik evolueer ook wel, maar het gaat stapje voor stapje en kennelijk langzamer dan de gemiddelde mens. Als ik, heel geforceerd, omdat anderen zeggen dat het moet, ineens van uiterlijk verander ga ik misschien ook van binnen wel anders denken en dingen zeggen die, inhoudelijk, helemaal niet bij mij passen. Op dat hellende vlak wil ik niet terechtkomen. Dus ga ik verder zoals ik ben. In mijn eigen tempo. Ik zal niet beweren dat collega's die er spic en span uitzien onoprecht zijn trouwens. Er zijn opvallend veel politici die hun stinkende best doen om eerlijk te zijn. En als ik het oneens ben met iemand, wil dat nog niet zeggen dat ik mijn idealen verraad als ik na een debat toch mijn opponent de hand ga schudden.

Veel mensen vinden het raar dat ik aardig doe tegen Geert Wilders. Dat begrijp ik niet. Ik heb met die man in de Utrechtse raad gezeten, we kennen elkaar, dus zeg ik gewoon: 'Hoi Geert.' Ik vind het verschrikkelijk dat hij hele bevolkingsgroepen wegzet als criminelen, maar ik hoef toch niet ineens te doen alsof ik die man niet ken? Daar komt iets anders bij, iets wat ik vroeger met de paplepel heb binnen gekregen: geef nooit op. Sta voor je eigen mening, je principes, maar blijf praten. Zo lang je in gesprek blijft is er een mogelijkheid om de ander aan jouw kant te krijgen."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Politiek gezien blijft er nog genoeg te wensen over. Ik ben een man van schrapbriefjes; ik maak plannen en als er weer iets is gelukt, kan daar een streep doorheen. Ik heb het kokertje - waar zo'n huishouddoekje in zat opgerold - bewaard waarop ik ooit in een paar trefwoorden schreef wat mijn motivatie was om gemeenteraadslid in Utrecht te worden: 'muren van wantrouwen afbreken, aanwezig zijn, lange adem.' Ik wilde er continu voor de mensen zijn, hun vertrouwen winnen, niet alleen de mode-stem winnen, maar ook duidelijk maken wat veranderingen op de lange termijn kunnen betekenen. Eerst deed ik het lokaal tot ik, door de bezuinigingen van het kabinet-Balkenende I en II, vond dat ik moest proberen landelijk mijn best te doen voor de kansarmen. Inmiddels heeft dit kabinet in één jaar tijd al zoveel weggestreept dat ik de mensen die ik sterker wil maken, al bijna niet meer onder ogen durf te komen. Er is, volgens mij, nog maar één weg naar buiten en dat is een grote, krachtige beweging aan het worden waar niemand meer omheen kan. De Partij van de Arbeid moet gered worden. In de Kamer kan ik lullen als Brugman, maar feit is dat er te veel leden weggaan en dat de gemiddelde leeftijd toeneemt. De politiek weet mensen niet meer te binden. Bij wilde acties zoals 'Occupy' en 'Mauro moet blijven' lukt dat wel. Er is veel goedheid, de absolute wil om een betere samenleving te maken bestaat wel degelijk. Die kracht moet door de politiek weer worden gekanaliseerd. Weg met de hijgerigheid. Weg met het kontje van Wouter Bos of de aantrekkingskracht van Wilders. Stop met het surfen op de golven van de mode. Waarom staan er honderden camera's opgesteld bij een vruchteloze discussie over de invoering van de sharia in Nederland maar is er geen media-aandacht voor een debat over de Wet werk en bijstand, van enorme betekenis voor een grote groep mensen? Terug naar hard-core politieke idealen.

Voor mezelf verlang ik niet méér, niet iets anders. Ik wil de partij wel leiden, maar ik wil niet per se de grote leider zijn. Het liefst zou ik weer zo snel mogelijk op lokaal niveau gaan werken. Ik hou van het buurtgevoel; van plaatsen waar men voor elkaar zorgt en op elkaar let. Als je naar zo'n veilige, geborgen samenleving verlangt, moet je je daar ook durven wortelen. Wij wonen in zo'n buurt, onze wortels gaan steeds dieper. Ik vind het een prettig idee dat op een dag mijn leven ook op deze plek zal eindigen."

mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />