Karen Zandbergen −
15/06/11, 05:49
Nederlandse les voor Polen in Den Haag. ©ANP
Polen in de daklozenopvang, vijftien Polen op een bovenkamertje, Poolse kinderen die zonder kennis van het Nederlands op school komen. Zijn het incidenten? Reële problemen? Of is het slechts één kant van de Europese Unie die verder zoveel oplevert? En als het om substantiële problemen gaat, had de politiek er dan iets aan kunnen doen?
De Tweede Kamer gaat de komende drie dagen weer aan de zelfreflectie. Na een intensieve voorbereiding van tientallen gesprekken met betrokkenen bevraagt de onderzoekscommissie 'Lessen uit recente arbeidsmigratie' vanaf vandaag in het openbaar vele deskundigen. Het doel van deze commissie is niet alleen om aan te wijzen wat er wellicht verkeerd is gegaan in de behandeling van Poolse nieuwkomers. Het is ook de bedoeling dat als er fouten zijn gemaakt, die niet worden herhaald als Roemenen en Bulgaren zometeen ook zonder tewerkstellingsvergunning mogen werken.
Debatten over Poolse arbeidsmigranten in de Kamer zijn altijd wat surrealistisch. Dat komt vooral doordat er geen keiharde cijfers zijn over de aantallen en de meningen over de gevolgen sterk verdeeld zijn. Toen de Haagse wethouder Norder een jaar geleden in deze krant zei dat zijn stad te lijden had onder 'een tsunami aan Oost-Europeanen', reageerde minister Donner van binnenlandse zaken op vragen daarover als door een wesp gestoken. Vroeg of laat gaan zij weer terug naar hun land van herkomst, verzekerde hij een ongeruste Kamer. Dat Norder aan de bel trok verbaasde de minister, omdat hij naar eigen zeggen nog geen signalen over problemen had gekregen.
Ook als minister van sociale zaken bleef Donner benadrukken dat het om niet zulke grote aantallen arbeidsmigranten gaat die hier willen blijven, én dat we hen keihard nodig hebben. Omdat gemeentebesturen wel bleven klagen over onder meer huisvestingsproblemen, zijn er zelfs al drie 'Polentops' georganiseerd, waar landelijke en lokale bestuurders over de dilemma's praten.
Of Donner gelijk heeft, moet blijken als de Kamerleden onder leiding van Ger Koopmans (CDA) hun project hebben afgerond. De commissie hoopt dat eind september te doen. Daarna moet het kabinet besluiten of het de verplichting om te werken met een vergunning voor Roemenen en Bulgaren verlengt of per 2012 af laat lopen. Het is mogelijk om inwoners van deze relatief nieuwe EU-landen nog twee jaar om een werkvergunning te vragen.
De Kamer voert sinds eind 19de eeuw onderzoeken en enquêtes uit. Meestal gaat het om onderzoek naar misstanden die zijn geweest, zoals bij het onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen of de enquête over de val van Srebrenica. Minder vaak is het gericht op de toekomst, zoals bij onderzoek naar klimaatverandering en over biotechnologie. Het onderzoek over arbeidsmigratie is toekomstgericht, al is het een onderzoek naar de effecten van beleid in de afgelopen jaren.