*

 

De wereld verandert niet in één dag

Lex Oomkes en Karen Zandbergen − 16/09/08, 13:44

Minister Donner ziet de oude staat waarin voor mensen wordt gezorgd, veranderen in een samenleving waar mensen moeten werken aan hun eigen weerbaarheid.

In de internationale context moeten werknemers leren om van baan te kunnen wisselen. „Je kunt niet zeggen, we sluiten de luiken en veranderen niets.”

„Jullie willen het zeker over de koopkracht hebben”, grinnikt Piet Hein Donner als we een dag voor Prinsjesdag bij hem aanschuiven. Vlak na zijn aantreden als minister van sociale zaken en werkgelegenheid, anderhalf jaar geleden, had de CDA’er het over grootse veranderingen. Herziening van het ontslagrecht, doorwerken na 65 jaar, Wajongers die aan het werk moeten. Om Nederland zonder kleerscheuren de komende decennia door te loodsen, moest het denken over sociale zekerheden anders worden. En de bewindsman had besloten dat uit te dragen.

Nu de alarmerende berichten van de internationale beurzen niet meer van de lucht zijn, de olieprijzen omhoog zijn geschoten en de spanning tussen Rusland, de EU en de Verenigde Staten toeneemt, zou Donner bijval kunnen verwachten voor zijn voorstellen om orde op zaken te stellen. En voor die voor een zekere toekomst van een sociaal stelsel.

Het tegendeel lijkt waar. De minister moet vooral vragen beantwoorden over koopkrachtplaatjes en intussen kalft het vertrouwen in de middenpartijen af. Van de noodzaak van de maatregelen is hij nog steeds overtuigd, maar hij heeft ontdekt dat ze niet over één nacht ijs gaan.

Hoe komt het dat het politieke veld juist met internationaal zwaar weer zo versplintert in het voordeel van partijen aan de flanken?

„In onzekere tijden zijn er altijd partijen die beloven dat sommige problemen ook opgelost kunnen worden door niets te veranderen. Het zijn de twee uitersten in het politieke spectrum die beloven dat nietsdoen een optie is. Die versplintering komt vooral voort uit het gevoel vast te houden wat we hebben en de ontwikkelingen om ons heen zoveel mogelijk buiten te sluiten.”

„Daarnaast is er de behoefte aan duidelijkheid en zekerheid bij de veranderingen die zich voordoen. Dat is nog iets anders dan de behoefte om alles maar bij het oude te halen. Zij willen zekerheden hebben bij de veranderingen die we doorvoeren. Dat beluister ik ook bij degenen die bijvoorbeeld mevrouw Verdonk vertegenwoordigt. Daar hoor ik niet zeggen dat we de wereld buiten moeten houden. Maar er is wel de vraag om een complexe werkelijkheid eenvoudig te maken.”

Bent u als kabinet in staat om de complexe werkelijkheid eenvoudig te maken?

„Nee. Dat zou betekenen dat we de werkelijkheid kunnen veranderen. Maar het lukt soms wel om de samenleving op de lange termijn bij te draaien. Veranderingen zijn de uitkomst van een wisselwerking, waar je wel invloed op kunt uitoefenen. Je hebt keuzes te maken, je kunt bijsturen.”

„Maar dat betekent in alle gevallen dát je zult moeten veranderen. Want als je dat niet doet, krijg je de zaak ongecontroleerd over je heen. Wij moeten verder vooruitkijken dan de lopende kabinetsperiode. Bij al die veranderingen moeten we mensen duidelijkheid bieden, uitleggen welke richting we op gaan, ze niet het gevoel geven dat het allemaal te snel gaat, maar ze erbij houden. Dat zal niet altijd gaan met de snelheid die ik zelf zou kiezen. Maar dat is een element dat hoort bij de democratie.”

De drang die Donner aan het begin van zijn ministerschap op sociale zaken ten toon spreidde is nauwelijks meer te bespeuren. Hij wilde grote stappen zetten bij de omvorming van een systeem waar voor mensen gezorgd wordt, naar een stelsel waarbij mensen zichzelf kunnen redden. Het toegankelijk maken van de arbeidsmarkt kon alleen door grondige versoepeling van het ontslagrecht, was toen zijn overtuiging. En er zouden zoveel mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt, dat alles in het werk moest worden gesteld ze langer te laten doorwerken.

Die drang heeft plaatsgemaakt voor een debat waarbij hij uitgaat van langzame stappen en het veranderen van de mind-set. „Het gaat niet om de korte klappen, zoals het verhogen van de pensioenleeftijd”, legt hij bedachtzaam uit. „Het gaat om de vraag hoe ik iemand die veertig jaar op zijn knieën straten heeft gemaakt, iets anders biedt. Hoe zorg ik ervoor dat die stratenmaker de kans krijgt op een gegeven moment ook andere dingen te doen?”

Heeft u in het politieke klimaat genoeg ruimte om daarvoor beleid te ontwikkelen?

„Je hebt de vrijheid die de omstandigheden bieden. Daarom zijn we een democratie. Duidelijk weten wat de vraagstukken zijn die je op termijn moet oplossen, is heel iets anders dan de ruimte die je hebt om hier en nu alles te veranderen. Ik voel me vrij om steeds duidelijk te maken voor welke vraagstukken we staan en waar we oplossingen moeten zoeken. Maar daarin moet ik wel aansluiten bij de gevoelens van mensen.”

„Ik onderken zonder meer dat bij de huidige spreiding van politieke partijen soms discussies onnodig vroeg in ingegraven stellingen schieten. Toch zullen sociale zekerheden steeds minder gevonden worden in wetten. Mensen moeten de zekerheden steeds meer in hun eigen weerbaarheid vinden, zonodig met steun van anderen.”

„We komen uit een situatie, waarbij de staat voor je zorgt en problemen voor je oplost. Tenminste, als je precies in het vakje past dat de wetgeving daarvoor heeft ingericht. Die verzorgingsstaat verandert langzamerhand in een situatie waarbij mensen zelf weerbaarder moeten worden. Dan kunnen ze de tegenslagen die ze ondervinden, zelf te lijf gaan. Het bieden van een uitkering is niet meer het einde van een zaak. Het gaat er om te zorgen dat mensen uit een situatie van afhankelijkheid kunnen komen, zodat ze weer zelfstandig worden."

Op de constatering dat Donner de omschakeling van een verzorgingsstaat naar een weerbaarheidsstaat als een onvermijdelijke weg presenteert, protesteert de minister fel. „Dat is geen onvermijdelijkheid. Maar we hebben er wel zelf voor gekozen open te staan naar de buitenwereld. We hebben een open economie, een open bestel. We gaan mee in technische veranderingen die met zich meebrengen dat de oude ideeën, grenzen van nationale eenheden, steeds minder betekenis hebben. Dat dwingt tot verandering. Je kunt niet zeggen: we sluiten de luiken en kiezen ervoor niets te veranderen.”

„Daar bínnen kan ik kiezen voor een systeem waarin ik zeg: alsjeblieft, hier heb je een uitkering, je ziet maar hoe je verder komt. U bent zwak, u blijft zwak, dit is de regeling die ik voor u heb. Of je geeft mensen weerbaarheid. Dat is in deze tijd het schild voor de zwakke. We moeten structuren maken waarbij men steun bij elkaar kan vinden.”

De hervorming van de WAO duurde twintig jaar. Wanneer is de verzorgingsstaat een weerbaarheidsstaat geworden?

„De twintig jaar die zijn geïnvesteerd in de WAO, zijn nu nog nuttig. Sociale partners hebben, net als het kabinet, het belang elkaar niet te veel in de weg te zitten. Ieder heeft met eigen achterbannen en eigen belangen te maken, maar het debat gaat ondertussen wel door. Er is al een hele beweging, een hele discussie over arbeidstekorten. Er is al een discussie over de pensioenleeftijd.

„De werkelijkheid is totaal veranderd. Bedrijven kunnen moeilijk werknemers krijgen. Tegelijkertijd is het bij ontslag niet vanzelfsprekend dat je meteen een baan vindt. Werk kan zich zo verplaatsen, arbeidskrachten moeten mobiel zijn. Dat element speelt nu duidelijk een rol in de discussie.”

„Nederlanders denken al over veel zaken anders. In 2006 meenden ze nog op hun 62ste te stoppen met werken. Nu is dat al gemiddeld 63,5. Je moet niet te ongeduldig zijn als het gaat om dit soort processen. De wereld verandert niet in één dag.”

„De aanzet zie je in deze begroting. Het kabinet compenseert niet de hogere olie- en voedselprijzen. Maar we investeren in arbeid door de WW-premie te verlagen. Daardoor verkleinen we de afstand tussen werken en niet-werken, zodat meer mensen gaan participeren en we onze concurrentiepositie versterken.”

Kunnen Roemenen en Bulgaren volgend jaar een rol spelen bij het versterken van de concurrentiepositie?

„Het is de vraag wat omliggende landen doen. Als wij als enige besluiten de grenzen voor hen volgend jaar al te openen, is het heel wat anders dan als alle landen het doen. Verder zitten we met politieke gevoeligheden, waar we ons niet helemaal aan kunnen onttrekken. Als ik van werknemers vraag de lonen te matigen, moet ik er ook rekening mee houden als mensen het gevoel hebben dat hun banen worden afgepakt. Ik zit hier niet om mensen onnodig onrustig te maken. Maar ook niet om ze te zeggen: ga maar rustig slapen.”

mailIcon print |