De brief van minister Plasterk waarin hij scholen erop wijst dat ze geen homoseksuele docenten mogen weigeren, is bij christelijke partijen slecht gevallen. Plasterk reageert fel op de kritiek.
Twee dingen wil de minister van onderwijs en emancipatie, Ronald Plasterk, rechtzetten. De brief over homoseksualiteit in het onderwijs die hij vorige week aan de schoolbesturen stuurde was geen verrassing, en ook het moment niet. „In de kabinetsnota over homo-emancipatie stond dat ik een brief zou sturen; de timing is met de Kamer afgesproken. Nu komen er vragen waarom ik niet heb gewacht op het advies van de Raad van State”, zegt Plasterk. „Wat er ook uit het advies komt, dat is een traject dat nog lang gaat lopen, en scholen moeten weten waar ze aan toe zijn.”
De brief zaaide verwarring. Hoe kwam dat?
„In het Nederlands Dagblad lees je stukken waaruit blijkt dat sommige mensen het gewoon niet met de wet eens zijn. Dat kan. Mijn handreiking is niet onduidelijk, nee, zij zijn er ongelukkig mee.”
Volgens de christelijke Kamerfracties gaat u verder dan de wet. Scholen zouden niets meer in hun grondslagen mogen zetten.
„Dat klopt niet. Als je kijkt naar de Kamervragen van de ChristenUnie, zou je zweren dat ik heb gezegd dat scholen niet in hun grondslag mogen opnemen dat ze tegen homoseksualiteit zijn. Dit komt omdat er, wellicht onbedoeld, selectief wordt geciteerd.
„Je mag als school vragen om de grondslag te onderschrijven, én je mag in de grondslag schrijven dat je vindt dat homo’s geen relaties mogen hebben. Maar de combinatie mag niet. Want dan vraag je in feite aan de sollicitanten; wilt u tekenen dat u geen homoseksuele relatie aan zult gaan? Er is heldere jurisprudentie dat dit niet mag. Deze passage uit mijn brief komt letterlijk van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).”
De mist hangt vooral rond de ’enkele-feit-constructie’, die stelt dat je mensen niet mag weigeren om het enkele feit dat ze homo zijn of een homoseksuele relatie hebben. ’Bijkomende omstandigheden’ maken dit wel mogelijk. Waarom schaft u dat niet af?
„De huidige wet is een compromis. Discrimineren mag niet, en het feit dat je homo bent of relaties hebt, mag geen reden zijn om je te weigeren. Maar de wet laat in het midden wat er gebeurt in specifieke situaties, waarin andere aspecten ook een rol spelen. Daar zit een potentiële spanning. Vandaar dat we de Raad van State hebben gevraagd of die balans intact kan blijven in een nieuwe formulering.”
De Raad van State heeft al eerder gezegd dat de constructie discutabel is.
„Ja, daarom loop ik er niet op vooruit. Ik constateer dat op basis van bestaande wetgeving niemand geweigerd is omdat hij homo is, en dat vind ik belangrijk.”
De CGB heeft pas over twee zaken geoordeeld. Is er wel een probleem?
„Ik kom op veel scholen waar wordt gezegd: ’Homo’s? Nee, die komen hier niet voor.’ Duizend leerlingen, vijftig leraren. Dat kan natuurlijk niet. Als één op de vijftien mensen homo is, heeft elke klas er wel eentje. Je weet dat ze er zijn, maar het is geen klimaat waarin ze er veilig voor uit kunnen komen. De vraag is: hoe creëer je dat?”
Volgens Stichting RefoAnders frustreert u dat proces door het op te leggen.
„Ik steun hen, ook financieel. Het hoeven niet alleen maar COC-filosofieën te zijn. Mensen mogen in hun eigen tempo over dit onderwerp met elkaar praten, maar dat mag geen reden zijn om je buiten de wet te stellen als het gaat om het niet toelaten van leraren of leerlingen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.