*

 

Vogel die zijn eigen vlucht koos

Hans Goslinga − 12/03/10, 00:00

De ’Nederlandse Kennedy’, Hans van Mierlo, is gisteren op 78-jarige leeftijd overleden. Hij richtte D66 op en gaf deze partij vleugels.

  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • Hans van Mierlo in 2006. (FOTO HERMAN WOUTERS)

Een van de geliefkoosde beelden in het retorisch repertoire van Hans van Mierlo was dat van ’de vogel die zijn eigen vlucht kiest’. Bij zijn dood is er nauwelijks een beeld dat beter bij zijn meer dan dertigjarige bestaan in de politiek past. De voormalige D66-aanvoerder, die gisteren op 78-jarige leeftijd overleed, was een aparte, beetje vreemde vogel in de Nederlandse politiek.

De gereformeerde politicus Biesheuvel noemde D66 vanwege het ontbreken van ideologische uitgangspunten on-Hollands. Dat was ook zo. Vanaf het begin hing er iets Amerikaans om de partij en haar oprichter, die na zijn onstuimige entree in de Tweede Kamer ’de Nederlandse Kennedy’ werd genoemd. Van Mierlo voelde zich tot het beste van de Amerikaanse politiek aangetrokken. Het leverde de inspiratie voor de staatkundige vernieuwing die hij propageerde. De kern daarvan was dat macht om tegenmacht vraagt.

Van de ideeën van D66, zoals de gekozen premier en burgemeester en het referendum, is weinig terecht gekomen, maar zij zweven nog altijd boven het bestel. De betekenis van Van Mierlo was vooral dat hij de politiek toegankelijker maakte. Met zijn jongensachtige verschijning rekende hij af met het stijve regentendom en introduceerde hij een openheid, die nu gewoon lijkt, maar toen revolutionair was.

Net als zijn partij opereerde Van Mierlo op zijn best als criticus van de macht. Zijn ’oppositie vóór’ het kabinet Lubbers-Kok was van een grote schoonheid en leverde D66 in 1994 een record van 24 zetels op. In deze periode kon hij zijn retorisch talent volledig ontplooien. Van Mierlo zocht zijn kracht in ’het drama van de redenering’, een vorm van literair leiderschap. Hij was geen machtspoliticus, al voelde hij met zijn katholieke achtergrond wel aan dat de kracht van zijn partij vanuit het midden moest worden ontwikkeld.

Van Mierlo leidde D66 vanaf de oprichting in hotel Krasnapolsky in Amsterdam in 1966 tot kort na het aantreden van het kabinet-Den Uyl in 1973. Daarna trad hij terug om in 1985 terug te keren. Onder zijn leiding groeide de partij in de oppositie en verloor zij eenmaal aan de macht. Vorig jaar struikelde Van Mierlo, als minister van staat op weg naar een buffet met de Ghanese president, over een rode loper op het Binnenhof en brak hij zijn heup. Een dag later maakte hij al de grap: ’Iedere keer als wij de rode loper betreden, gaat het fout’.

De nauwelijks geheime agenda van Van Mierlo was de spilpositie van het CDA over te nemen. De Amsterdamse Brabander presenteerde D66 44 jaar geleden in het rebelse Amsterdam als ’het antwoord op het einde der ideologieën’. Niet principes of ideologieën moesten tot politieke standpunten leiden, maar de rede en de discussie. Het leverde D66 het stempel op van een pragmatische partij, die telkens weer werd uitgedaagd kleur te bekennen.

’Hafmo’ heeft altijd dichter bij de PvdA dan bij de VVD gestaan. D66 en PvdA waren dan ook vaak communicerende vaten. Van Mierlo behoort tot de kanjers in de naoorlogse Nederlandse politiek. Het is maar weinig politici gegeven zo lang zo dominant actief te zijn en zoveel politieke en electorale successen te boeken. Het grootste succes was de totstandkoming van coalitie van de oude aartsvijanden PvdA en VVD in 1994.

]]>

mailIcon print |