Niet zo lang geleden had Gerd Leers zonder veel problemen kunnen aanblijven als burgemeester van Maastricht. Strikt genomen heeft hij immers niets strafbaars gedaan. Maar zo werkt het ook in Limburg niet meer. Leers heeft de schijn van belangenverstrengeling tegen en dat is op zichzelf al voldoende om het veld te ruimen.
„Bestuurders en volksvertegenwoordigers zijn wakker geworden en zich gaan realiseren dat ze niet meer alles kunnen maken”, zegt Thijs Coppus, fractievoorzitter van de SP in Provinciale Staten van Limburg. „Het aftreden van Leers is een onderdeel van dat bewustwordingsproces.”
Corruptie, fraude en gesjoemel waren in de afgelopen decennia aan de orde van de dag in bestuurlijk en ondernemend Limburg. Burgemeesters, wethouders en ambtenaren speelden bedrijven de bal toe om in ruil voor giften en gunsten lucratieve overheidsopdrachten binnen te halen. Na de sluiting van de steenkoolmijnen vanaf medio jaren zestig kwamen er miljarden euro’s overheidssteun voor Limburg los. Voor veel aannemers, projectontwikkelaars en bestuurders bleek de verleiding te groot om zich een meer dan rechtmatig deel van deze subsidiegelden toe te eigenen.
De ironie wil dat Leers zijn benoeming tot burgemeester te danken heeft aan de nasleep van een fraudezaak. De vertrouwenscommissie van de gemeenteraad van Maastricht droeg in 2002 universiteitstopman Karl Dittrich voor als burgemeester, maar Dittrich bleek voor het toenmalige kabinet niet aanvaardbaar vanwege een oude fraudezaak. In 1993 deed justitie onderzoek naar fraude en belastingontduiking door voetbalclub MVV, waarvan Dittrich voorzitter was.
Na de hausse van fraudezaken in de jaren negentig leek het iets te luwen. Het afgelopen jaar was het echter weer flink raak. Zeven ambtenaren van provincie en gemeenten werden aangehouden op verdenking van het aannemen van steekpenningen van een wegenbouwbedrijf. Gedeputeerde Vrehen trad af omdat hetzelfde bedrijf zijn moeilijk verkoopbare huis had overgenomen. In de gemeente Echt-Susteren moesten twee wethouders het veld ruimen omdat ze zonder overleg subsidies aan verenigingen hadden gegeven.
Uit de recente affaires blijkt dat de ons-kent-ons-mentaliteit in Limburg hardnekkig is, de vele onthullingen, ontslagen en veroordelingen ten spijt. Bestuurders van provincie en gemeenten zitten lang op dezelfde posten „en dan word je minder kritisch op jezelf en elkaar”, zegt SP-fractievoorzitter Coppus. „Bijna maandelijks komen affaires aan het licht. Er is iets fundamenteel mis. Daar moet je consequenties aan verbinden en kritisch naar elkaar zijn.”
De Limburgse gouverneur (commissaris van de koningin) Léon Frissen stuurde in september een brief aan alle Limburgse burgemeesters om een einde te maken aan corruptie, vriendjespolitiek en onoorbaar declaratiegedrag. De gouverneur wil samen met de burgemeesters een plan maken om de ‘integriteit van het openbaar bestuur’ te herstellen.
De affaires hebben in Limburg geleid tot ’veel discussie en beroering’, maar Coppus signaleert ook de neiging om na het onvermijdelijke onderzoek over te gaan tot de orde van de dag. Dat speelde onder meer na het onderzoek naar gedeputeerde Vrehen. „De coalitiepartijen (CDA en PvdA. red.) zeiden direct ’zie je wel, hij heeft niets verkeerds gedaan en is van alle blaam gezuiverd’. Alleen als je uit zo’n affaire echt een les wilt trekken, is er een sprake van een keerpunt. Anders is het een gemiste kans.”
Gerd Leers voerde bestuurlijke integriteit hoog in het vaandel. Volgens bestuurskundige Marcel Boogers (universiteit Tilburg) is het ook voor een belangrijk deel de verdienste van Leers dat integriteit in Limburg zoveel aandacht heeft gekregen. „Dat is de tragiek van de geschiedenis: Leers is het slachtoffer van zijn eigen succes geworden. Het is misschien een schrale troost, maar zijn inspanningen hebben er wel toe geleid dat een burgemeester hier niet meer zo makkelijk mee kan wegkomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.