Analyse
Kan de aanslag van de taliban op een onschuldig Pakistaans meisje een keerpunt worden in de strijd tegen de terreur van de islamitische strijders in Pakistan? Die vraag stelt menigeen zich nu in het Zuid-Aziatische land en daarbuiten.
De aanslag op de 14-jarige Malala Yousafzai en twee van haar vriendinnetjes vorige week dinsdag, wekte veel woede in Pakistan en de rest van de wereld, evenals het motief ervoor. Volgens de taliban verdient de jonge activiste de dood vanwege haar strijd voor meisjesonderwijs en haar verzet tegen hun beweging.
De afgelopen week is in veel moskeeën in Pakistan voor Malala gebeden. Op verschillende plaatsen waren kleine demonstraties en zondag protesteerden in Pakistans grootste stad Karachi meer dan 10.000 mensen tegen de aanslag.
De demonstratie was georganiseerd door Karachi's grootste partij MQM, wier leider Altaf Hussain de daders 'beesten' noemde en Malala 'een baken van kennis'. Maar hoewel de demonstratie groot was, bracht de recente volkswoede over een in Amerika gemaakte anti-islamfilm nog altijd veel meer mensen de straat op in Pakistan.
Momentum voor vrede
Met name Pakistaanse politici zijn doorgaans beducht om talibangeweld fel te veroordelen, deels uit angst voor wraakacties, deels omdat zij de electorale steun van islamistische partijen nodig hebben en deels omdat de extremisten als nuttige strijders worden gezien in het aloude conflict met aartsrivaal India.
Daarom wekte het verbazing dat veel Pakistaanse politici meteen na de aanslag op Malala snel en ongewoon scherp reageerden. De als zwak beschouwde president Zardari veroordeelde gisteren het geweld tegen de scholiere opnieuw fel. Hij stelde dat de moordpoging op Malala "een aanslag is op alle meisjes in Pakistan". En dat niet alleen, vervolgde hij, "het is een aanval op ons onderwijs en op alle beschaafde mensen".
'De publieke opinie maakt een grote verandering door in de richting van een gematigde visie op de islam, tolerantie, democratie en goed nabuurschap', constateerde de Pakistaanse auteur en analist Ahmed Rashid maandag op de website van de New Yorker. 'Een serieuze leider in het land zou dat een impuls kunnen geven', stelt Rashid.
Hij ziet een momentum voor vrede. 'Het verhaal van Malala heeft de potentie, mits volledig benut, om een serieuze geopolitieke verandering in de regio teweeg te brengen, die zou kunnen helpen bij het stabiliseren van zowel Pakistan als Afghanistan', aldus Rashid, die tot zijn spijt moet constateren 'dat het in het land ontbreekt aan effectief leiderschap'.
Ook andere Pakistaanse commentatoren zijn pessimistisch. Velen van hen betogen al langer dat de strijd tegen de militanten alleen gewonnen kan worden als eerst de dramatisch slechte economie wordt versterkt en er banen worden geschapen. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de grote groep arme ontevredenen zich minder snel aansluit bij de taliban, die die onvrede juist uitbuiten.
Offensief
In Pakistan wordt nu druk gespeculeerd of op de scherpe reacties van de regering ook daden zullen volgen, zoals een mogelijk legeroffensief in Waziristan, een stammengebied in het noordwesten dat een schuilplaats is voor extremisten.
De Verenigde Staten en de Navo dringen al lang aan op zo'n offensief om voor eens en altijd een eind te maken aan deze terroristenbolwerken, maar regering en leger in Pakistan aarzelen. Mogelijk kan de toegenomen binnenlandse druk regering en leger doen beseffen dat het herstellen van de stabiliteit van Pakistan nu niet meer kan worden uitgesteld.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.