Kleis Jager −
06/02/12, 23:00
President Nicolas Sarkozy kijkt in de spiegel vlak voor zijn televisieinterview van vorige week zondag.
© ap
De kans dat de Franse president Sarkozy in mei herkozen wordt, is gering. Zijn rivaal, socialist François Hollande, doet het goed in de peilingen. Bij kiezers roept de president veel weerstand op. Sarkozy heeft nu nog één troef: ervaring.
De mogelijkheid van een nederlaag. Onlangs sprak Sarkozy, in een onderonsje met journalisten in Frans-Guyana, er zelf over. "Hoe dan ook", zo werd de net 57-jarige Sarkozy geciteerd, "Het einde van mijn carrière is in zicht. Over een paar maanden of over vijf jaar. Als het niet lukt, stop ik met politiek. Jullie zullen niets meer van mij horen."
In de tropen filosofeerde Sarkozy opeens over een ander leven, bijvoorbeeld in dienst van zijn vriend Martin Bouygues, de bouw-, telecom- en mediaondernemer. Over een werkweek zelfs die dinsdagochtend begint en donderdagavond eindigt.
Kwestie van communicatieHet rustig aan doen? Sarkozy? Het zou naiëf zijn om in deze ontboezemingen de eerste tekenen van afnemende vechtlust of zelfs berusting te zien. Het is strategie, een bewuste poging om zich in een underdogpositie te manoeuvreren. Ik ben geen dictator, ik kan ook leven zonder macht, zo wil de president maar zeggen.
Dat het hier een staaltje com betreft, communicatie dus, bleek uit uitlatingen die in de dagen hierna werden gedaan (officieel is hij nog steeds geen kandidaat) in de media. Het staatshoofd liet zich van een menselijke kant zien, praatte over vergissingen, fouten.
En ook al sluit hij niet uit dat het niet lukt, Sarkozy wordt - zo moeten de Fransen begrijpen - gedreven door de wil om te winnen. Hij is overtuigd dat hij beter is dan zijn concurrenten, de socialist en favoriet van de peilingen François Hollande voorop. "Noem mij eens een enkel idee van hem dat je bijblijft?" zei hij over zijn rivaal. "Wat hij voorstelt is geen antwoord op de problemen waar we voor staan. De kiezers hebben nog drie maanden om daar achter te komen, ze zullen het begrijpen."
Flinke tegenwindNiets is onmogelijk, alleen zit het hem nu wel heel erg tegen. Na vijf jaar Sarkozy is de werkloosheid hoger, de koopkracht lager. De vooruitzichten bestaan uit belastingverhogingen en bezuinigingen. In 2007 won hij met de slogan 'meer werken, meer verdienen'. Dat is nu 'minder werken minder verdienen' geworden, sneren zijn vijanden. Welke regeringsleider wordt onder zulke omstandigheden herkozen?
Daarbij is de afkeer van kiezers, buiten de ongeveer 25 procent die hem trouw blijft, van persoonlijke aard. Nog niet eerder heeft een Franse president zoveel weerzin opgeroepen. Zoveel haat zelfs. De litanie wordt eindeloos herhaald: Sarkozy is de vriend van de rijken, Sarkozy is vulgair, Sarkozy is de man die zijn zoon aan het hoofd van het bestuur van de zakenwijk la Défense wilde hebben en die 'lazer toch op lul' zei tegen een man die weigerde zijn 'vieze hand' te schudden.
Sarkozy overweegt zich te verantwoorden, in de vorm van een boek of een open brief wellicht. Ondertussen prijst hij zichzelf aan als realistische crisismanager. Gerhard Schröder die in Duitsland pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen nam is nu zijn grote voorbeeld. Vorige week zondag lanceerde Sarkozy enkele voorstellen, zoals de verhoging van het btw-tarief in ruil voor een verlaging van de werkgeverslasten om de werkloosheid te bestrijden.
De sterke rivaalHet is te weinig - de concurrentiepositie van Frankrijk zal op deze manier niet verbeteren - en het is, met nog minder dan tachtig dagen te gaan, ook erg laat. Kennelijk rekende Sarkozy op een ineenstorting van zijn rivaal.
Die blijkt alleen beter dan gedacht. De retoriek van Hollande tegen de 'ware vijand, de financiële wereld' heeft als enige doel het verenigen van zijn eigen kamp. "Je hebt mensen die van geld houden, maar ik, ik hou van mensen", zei hij zonder de naam van zijn tegenstander te noemen. Hollande kent het vocabulaire van de linkse mythologie, maar in de praktijk verschillen zijn voorstellen voor het reguleren van de financiële sector niet veel van die van Sarkozy. Die pleitte in 2008 al voor de 'humanisering van het kapitalisme'.
Behendig ontdoet Hollande zich ondertussen van de beloften die nodig waren om de voorverkiezingen bij de socialisten te winnen. De 60.000 nieuwe leraren komen er niet, hij ziet af van 300.000 gesubsidieerde banen voor jongeren, en ongetwijfeld zal de verzekering dat sommige werknemers toch op hun zestigste met pensioen mogen niet veel waard blijken.
Het programma dat Hollande net heeft gepresenteerd overtuigt niet. Nieuwe uitgaven financiert hij voor 100 procent met belastingverhoging, structurele besparingen komen in het stuk niet voor. Toch is Hollande bezig de klus te klaren die klaar lag voor Dominique Strauss-Kahn voor deze van het toneel verdween; de definitieve bekering van de Parti Socialiste tot de sociaal-democratie.
Een 'straaltje lauw water' zo noemt zijn concurrent op links, Jean-Luc Mélenchon van het Front de Gauche, Hollande nu. Maar dat is het 'm juist: voor Sarkozy is een lauwe Hollande des te moeilijker te bestrijden.
De laatste troefZijn ervaring is een van de weinige troeven die Sarkozy nog resten. Hollande was nooit minister, zelfs geen staatssecretaris. "Misschien ben ik uiteindelijk degene die het meest geruststelt", zo sprak hij zichzelf moed in tegen Schröder die hij op het Elysée-paleis ontving. "Op papier heb ik verloren, maar door de uitzonderlijke crisis die we doormaken heb ik nog een kleine kans."
Ook de socialistische oud-minister Claude Allègre gelooft er nog in. In een boek ('Sarkozy of het Zorro-complex') waarschuwt Allègre voor Hollande. Die is 'zeker erg intelligent, maar mist moed en creativiteit'. Hollande heeft 'geen idee' waar het naar toe moet met naar Frankrijk aldus Allègre, terwijl Sarkozy altijd open staat voor nieuwe ideeën en onder druk 'de beste van allemaal' is. Allègre noemt de bankencrisis van 2008, het compromis waarvan hij als EU-voorzitter Poetin overtuigde in het conflict rond Georgië, de creatie van de G20, Libië.
Hollande, zegt Allègre, raakte eind vorig jaar verstrikt in een ruzie met de groene coalitiepartner EELV over de toekomst van kernenergie. De Groenen staan met hun kandidaat Eva Joly op drie procent in de peilingen. "Als je Joly niet aankan", vraagt Allègre zich af, "Hoe moet dat straks dan met Hu Jintao, de president van de Volksrepubliek China?"
Of Marine Le Pen kan meedoen is nog maar de vraagDe eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen vindt plaats op 22 april. Enkele weken geleden leken nog vier kandidaten kans te maken op een van de twee plaatsen in de tweede ronde op 6 mei: Nicolas Sarkozy, François Hollande, François Bayrou van de middenpartij Modem en Marine Le Pen van het Front National.
Volgens de laatste peilingen maken de eerste twee zich nu uit het groepje los. De crisis, de onzekerheid lijkt een gewone beslissende ronde tussen de traditionele partijen te stimuleren.
Het schrikbeeld van een eindstrijd Hollande-Le Pen of Sarkozy-Le Pen raakt uit beeld. Le Pen zou in de eerste ronde nu tussen de 16 en 20 procent van de stemmen halen, Sarkozy tussen de 24 en 26, terwijl Hollande zich tussen de 31 en 34 beweegt. In de tweede ronde zou Hollande Sarkozy met een ruime marge verslaan.
Het is volgens Le Pen zelfs de vraag of zij mee kan doen. Ze heeft nog steeds niet de vijfhonderd handtekeningen die nodig zijn, een maatregel die is bedoeld om fantasiekandidaten buiten de race te houden. De handtekeningen moeten van Fransen met een gekozen functie komen, burgemeesters vooral. Die zijn vaak huiverig om hun steun te geven aan het omstreden Front. Le Pen heeft nu 350 handtekeningen en wijst er op dat de geest van de wet geweld wordt aangedaan als zij wordt uitgesloten.
Mocht het inderdaad zo ver komen, dan verandert alles radicaal, zo bleek uit een gisteren gepubliceerde peiling. Sarkozy zou in de eerste ronde 33 procent halen, net zoveel als Hollande.