Judit Neurink, correspondent voor Trouw in Irak −
02/01/12, 09:13
Een Egyptenaar toont de portretten van personen die zijn omgekomen tijdens gevechten op Talaat Harb Square in Cairo.
© reuters
Sinds de val van de regimes in Tunesie en Egypte heeft iedereen de mond vol van 'de Arabische lente'. Toen Libie en Jemen volgden, raakte de term helemaal ingeburgerd. Eindelijk kwamen burgers in Arabische landen in opstand tegen hun dictatoriale regimes. Geholpen door Facebook en Twitter organiseerden ze hun verzet en hielpen hun land de lente in.
De follow-up in met name Egypte, en de voortdurende strijd in Syrie laat zien hoe slecht die titel de lading dekt. Lente, dat is groei, bloei, belofte. Maar met de regimes verdwenen niet de politieke systemen. Met hun val kwam er geen democratie. Partijen kochten zoals altijd de stemmen, militairen - bang voor hun positie - bepaalden de grenzen van de verandering.
Ik woon zelf in een land waar die 'lente' al in 2003 plaatsvond, na de val van Saddam Hoessein. Waar hard is gewerkt aan het brengen van die democratie. En waar dat behoorlijk mislukt is. In plaats daarvan hebben we een groot aantal om de macht en het geld vechtende politici die hun religieuze achtergrond gebruiken als hun platform. We hebben een burgeroorlog achter de rug (2006/2007) en na het vertrek van de Amerikanen lijkt er nog een voor de deur te staan.
De belangrijkste les die je uit de situatie in Irak kunt trekken, is dat een land na een jarenlange dictatuur niet zomaar over kan gaan op democratie. Dat mensen die gewend zijn aan een sterke man, die behoefte niet zomaar kwijtraken. Dat politici die onder de dictatuur hebben geleden, zelf rustig naar dezelfde instrumenten grijpen. Democratie moet je leren, moet je verinnelijken. Dat heeft ons in het Westen honderden jaren gekost. Dat zal in de Arabische wereld sneller moeten, maar het gaat niet zonder slag of stoot.
Je brengt een begrip binnen in een maatschappij die opereert vanuit stammen- en vijandsdenken. Je wilt dat mensen en partijen coalities sluiten, die alle reden hebben elkaar te haten. Onze door de eeuwen heen gevormde ideeen over wat democratie is, slaan hier niet aan. Want hier gelden begrippen als: de vijand van mijn vijand is mijn vriend, en de stam en het stamhoofd gaan altijd voor.
Burgers kennen geen andere situatie. Ze vertrouwen daarom graag op een sterke man. Hier in Irak heb je zelfs onder de shiieten, die met de Koerden het ergst geleden hebben onder Saddam, mensen die verzuchten dat het onder hem toch beter was. Want een sterke man is redelijk overzichtelijk en daarom binnen bepaalde grenzen ook veilig, terwijl meerdere die met elkaar om de macht strijden alleen maar leidt tot bloedvergieten en een onzekere situatie voor de burgers.
Een belangrijk onderdeel van democratie is vrijheid van meningsuiting, en vooral de mogelijkheid om kritiek te hebben op het bestuur, en op elkaar. Hier in Irak geldt kritiek echter als negatief, dat opbouwende kritiek leidt tot het maken van betere beslissingen gaat er nog niet in. Kritiek is gevaarlijk, leidt tot vijandschap. Kritiek en oppositie kunnen alleen maar leiden tot geweld - de verwachte reactie van de tegenpartij.
En dat is de strijd die de komende tijd in al die Arabische landen waar regimes vervangen worden, uitgevochten zal moeten worden. Er moet een nieuwe machtssituatie komen, politieke systemen moeten vervangen worden door nieuwe verhoudingen. Zowel politici, militairen als burgers moeten groeien naar iets dat in onze ogen misschien nauwelijks de titel democratie verdient, maar dat voor hen al een grote stap vooruit zal zijn.
Ik zie die groei nog niet. Dus is er nog geen lente. Misschien dat zich her en der het einde van de winter heeft aangediend, maar een enkele crocus maakt nog geen voorjaar.