*

 

Diaspora voelt zich verraden

Remco Andersen − 12/10/09, 00:00

Turkije en Armenië tekenden dit weekeinde een verdrag dat hun relatie moet herstellen. Armeniërs in de diaspora voelen zich verraden.

  • In Libanon gingen leden van de Armeense gemeenschap zaterdag de straat op om te protesteren tegen het Turks-Armeense akkoord.   ( FOTO AFP)
    In Libanon gingen leden van de Armeense gemeenschap zaterdag de straat op om te protesteren tegen het Turks-Armeense akkoord. ( FOTO AFP)

„Ik was nog een baby toen de Ottomanen ons uit ons huis verjoegen”, zegt Angele Nersonian terwijl ze richting de bank schuifelt, omringd door haar kleinkinderen in hun huis in Aleppo. „Mijn schoonvader vertelde vroeger hoe hij tijdens de vlucht door de woestijn iedere morgen de doden van die nacht begroef, terwijl andere vluchtelingen glazig toekeken. Want zij wisten: misschien halen wij ook de morgen niet.”

De 93-jarige overlevende vertelt zacht over de eerste holocaust van de vorige eeuw, toen vele honderdduizenden Armeniërs in het huidige Turkije de Syrische woestijn in werden gedreven, over de stank van lijken, de verkrachtingen, de honger, de pijn, het verdriet, en de onrechtvaardigheid die haar leven tekenden. „En nu willen ze die protocollen ondertekenen. Ik ben ertegen.” Ze verheft haar stem: „Dit is écht gebeurd, we hebben het niet verzonnen! Als er geen genocide was, hoe kom ik dan hier terecht?”

In Syrië wonen zo’n 150.000 Armeniërs, de meesten in Aleppo. Het is een hechte gemeenschap, met eigen scholen, bibliotheken en culturele verenigingen. Deze mensen zijn de nakomelingen van de overlevenden van de massamoorden in 1915-1916, en de genocide staat aan de basis van hun bestaan. Ze beschouwen zichzelf als bannelingen, verdreven uit hun huizen in het hedendaagse Oost-Turkije – men noemt het hier West-Armenië – en gedwongen ergens anders een bestaan op te bouwen, ver weg van de geboortegrond van hun grootouders.

Op de binnenplaats van het Armeense Tekeyan Cultureel Centrum, hartje Aleppo, komt jong en oud samen aan het begin van het weekend. Het verdrag ligt op ieders lippen. „Kijk dan, hier staat het”, zegt Levon Belekhian terwijl hij geïrriteerd een stapeltje papieren op tafel gooit. „’Een onpartijdig historisch onderzoek (naar) de bestaande problemen’. De Armeense regering stelt de genocide ter discussie!”

Sommige aanwezigen zijn mild in hun oordeel over het besluit van de Armeense overheid om banden aan te gaan met Turkije: het huidige Armenië is arm, geïsoleerd en door land ingesloten, en handelsrelaties met en via Turkije zouden de drie miljoen inwoners economisch voordeel kunnen brengen, redeneren sommigen, hoewel een aantal jonge studenten cynisch stelt dat Armenië een ’afzetmarkt voor Turkse goederen’ wordt.

Maar wat echt kwaad bloed zet, is het feit dat de Armeense regering een verdrag tekent waarin de genocide impliciet ter discussie wordt gesteld, én dat ze de huidige grenzen met Turkije erkent – terwijl veel van de acht miljoen Armeniërs in de diaspora aanspraak maken op Oost-Turkije als het land van hun voorouders. „Ze verkwanselen onze rechten”, zegt Armen Jalian, een welbespraakte student. „Turkije kan tegen de EU zeggen ’Zie je wel? De grenzen zijn open en de problemen zijn voorbij.’ En wat krijgen wij ervoor terug? Ons land blijft Turks en over de genocide wordt met geen woord gerept.”

Het verdrag moet nog door beide parlementen geratificeerd worden, maar in het geval van Armenië lijkt dat slechts een formaliteit. Aan Turkse zijde liggen de zaken mogelijk moeilijker, zeker na dreigementen gisteren van premier Erdogan.

Angele houdt de Turken van vandaag niet verantwoordelijk voor wat hun voorouders deden, zegt ze, maar ze kan het niet verkroppen dat de genocide die haar leven vormde nog altijd niet erkend wordt door de Turkse overheid. Over de kans dat dit in de toekomst gebeurt, is ze somber. „Als ik iets geleerd heb, is het dat er geen gerechtigheid is in dit leven.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />