Als praktisch laatste land in de regio wil nu ook Irak kernenergie ontwikkelen. Iedereen vreest een Iraans nucleair monopolie.
Er staat vooralsnog één kerncentrale in het Midden-Oosten die energie kan opwekken. Ze is nog niet in gebruik, en de brandstof die nodig is om haar op gang te brengen en houden, is maar mondjesmaat aanwezig. Toch heeft Iran de primeur met zijn kerncentrale in Boesjer.
Maar lang zal het land zijn voorsprong niet houden, als het aan bijna alle andere landen rond de Perzische Golf en in Noord-Afrika ligt. Van Marokko tot Jemen tot Turkije – iedereen wil eigenlijk op korte of middellange termijn lid worden van de nucleaire club. Naar deze week bleek, heeft Irak als een van de laatste landen in de regio plannen opgevat voor de bouw van kerncentrales.
De meeste landen zeggen de nucleaire installaties nodig te hebben om energie op te wekken. Landen als Saoedi-Arabië of Irak mogen zelf enorme energievoorraden hebben, zij achten het lucratiever hun energie straks nucleair op te wekken zodat ze hun fossiele brandstoffen kunnen exporteren.
Andere landen (Egypte, Turkije, Jemen) hebben zelf nauwelijks olie- of gasvoorraden, en hebben daarom reden te meer om met nucleaire opwekking hun energieafhankelijkheid te verminderen. De hele regio kampt bovendien met droogte en slinkende watervoorraden – en nucleaire energie kan gebruikt worden om water te ontzilten, een energieverslindend proces.
Toch lijkt het energie-aspect niet doorslaggevend voor de plotse nucleaire interesse in de regio. Het onderzoeksinstituut IISS stelde in een vorig jaar verschenen rapport dat veel erop wijst dat de nucleaire ambities van Iran in veel gevallen als katalysator hebben gefungeerd voor de nucleaire plannen van andere landen.
Zo is er de timing. Iran ligt sinds enkele jaren zwaar onder vuur van de internationale gemeenschap, dat het land verdenkt met zijn nucleaire programma kernwapens te willen ontwikkelen. Naarmate Teheran zich vastbeet in zijn nucleaire programma, nam de vrees in de regio toe en maakten steeds meer landen hun eigen plannen bekend.
Dat begon begin 2006 met de Turken, die bekend maakten al in 2015 werkende centrales te willen hebben. Nog hetzelfde jaar volgden Marokko, Jemen, Egypte, de gezamenlijke Golfstaten, Tunesië en Algerije. Nog weer ietsje later bleken ook afzonderlijke Golfstaten (de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein) uit op kernenergie. Niet elk plan lijkt overigens even realistisch – dat het straatarme en instabiele Jemen zoals gepland binnen twee jaar een reactor heeft draaien, is uitgesloten.
Bedrijven en landen uit de hele wereld staan in de rij om te helpen bij het bouwen van de nieuwe kerninstallaties. Rusland aast op de opdracht in Turkije, de VS ondertekenden een akkoord met de Emiraten, en president Sarkozy gebruikte al menig staatsbezoek om de Franse nucleaire industrie een steuntje in de rug te geven. De landen in de regio beloven dan ook zonder uitzondering dat ze zich netjes aan de regels van het Internationaal Atoomagentschap IAEA zullen houden. Bovendien garanderen ze (soms expliciet) dat ze zich niet zullen bezighouden met het verrijken van uranium of het opwerken van nucleair afval – de twee methodes die brandstof voor een kernbom op kunnen leveren.
Het IISS stelt dat er inderdaad weinig aanwijzingen zijn dat de landen in de regio stiekem aan een wapenprogramma willen werken, om een mogelijke nucleaire dreiging uit Iran alvast het hoofd te bieden. Maar waarschijnlijk gebruiken de grotere landen zo’n programma wel als een een soort verzekering tegen een Iran-met-kernwapens. Als ze vast over nucleaire kennis en technologie beschikken, is de stap naar eigen wapens een stuk minder groot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.