(Novum/AP) - Het proces tegen de Iraakse oud-president Saddam Hussein, naar aanleiding van de strafcampagne tegen inwoners uit het dorp Dujail, is donderdag na negen maanden verdaagd tot medio oktober, wanneer de rechters naar alle waarschijnlijkheid hun vonnis zullen uitspreken. De voorlopig laatste zittingsdag ging voorbij zonder dat Saddam in de rechtszaal verscheen, maar twee van zijn zeven medeverdachten - allen regeringsfunctionarissen ten tijde van Saddams regime - kwamen wel opdagen.
Saddam en de zeven andere verdachten worden ervan verdacht 148 sjiieten uit Dujail te hebben vermoord als vergelding voor een mislukte aanslag op het leven van Saddam in 1982. De Iraakse aanklagers hebben tegen Saddam, voormalig vice-president Taha Yassin Ramadan en voormalig hoofd van de veiligheidsdienst Barzan Ibrahim (Saddams halfbroer) de doodstraf geëist, die normaliter in Irak wordt voltrokken middels ophanging.
Saddam heeft het tribunaal woensdag verzocht rekening te houden met het feit dat hij een militair is en hem daarom - indien een doodvonnis wordt uitgesproken - voor het vuurpeloton te plaatsen en niet op te hangen 'als een doorsnee crimineel'. Saddam heeft nooit in het Iraakse leger gediend, maar benoemde zichzelf na zijn machtsovername in 1979 tot generaal.
In de laatste fase van het proces gingen Saddam en drie van zijn medeverdachten in hongerstaking om zo te proberen betere beveiliging voor hun advocaten af te dwingen. Die boycotten het proces sinds vorige maand voor de derde keer een lid van hun verdedigingsteam werd vermoord. Het tribunaal wees daarna vervangers aan, die echter niet op de steun van de verdachten konden rekenen. Toen Saddam zondag met spoed naar het ziekenhuis werd overgebracht om gedwongen gevoed te worden, beëindigden ook de overige drie verdachten hun hongerstaking. De verdachten Ramadan en oud-rechter Awad al-Bandar kwamen donderdag naar de rechtszaal en uitten kritiek op hun advocaten en het tribunaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.