*

 

Getuigen brengen Saddam in het nauw

Door: redactie − 18/10/06, 20:04

(Novum/AP) - Getuigen in het tweede proces tegen de Iraakse oud-president Saddam Hussein hebben woensdag verklaringen afgelegd over de slachting van Koerdische gevangenen door het Iraakse leger eind jaren '80. In het tweede proces tegen de voormalige dictator staat de mogelijke genocide op Iraakse Koerden centraal.

In het eerste proces, dat ging over misdaden begaan tegen sjiieten uit de stad Dujail, wordt op 5 november uitspraak gedaan. Als Saddam en zijn medeverdachten schuldig worden bevonden zal op dezelfde dag het vonnis bekend worden gemaakt. Algemeen wordt verwacht dat de Iraakse oud-president in geval van een schuldigverklaring ter dood zal worden veroordeeld.

Een van de woensdag gehoorde getuigen verklaarde hoe hij in 1988 aan de dood ontsnapte toen een groep van ongeveer 35 Koerdische gevangenen door het leger werd geëxecuteerd en in een massagraf werd gedumpt. De man zegt in het massagraf te zijn gevallen zonder te zijn geraakt en zich vervolgens dood te hebben gehouden. Volgens de getuige, die vanachter een gordijn zijn verklaring aflegde om herkenning en vergeldingsmaatregelen door Saddam-aanhangers te voorkomen, waren er op de plaats waar de executie van gevangenen zich afspeelde een groot aantal andere massagraven. Het zou gaan om een plek in de woestijn in Noord-Irak.

Volgens schattingen van de aanklagers kwamen tijdens de zogenaamde Operatie Anfal zo'n 180 duizend Koerden om het leven, voor het merendeel burgers. De Iraakse regering stelde dat het offensief tegen de Koerden een reactie was op het gewapende verzet tegen de centrale regering rond het einde van de oorlog met Iran.

Eerder al getuigde een voormalige vrouwelijke gevangene in de tweede zaak tegen Saddam en zijn medeverdachten. De vrouw vertelde wat zij als 13-jarige had meegemaakt nadat zij tijdens de campagne gevangen was gezet. Zij getuigde dat bewaarders vrouwen mishandelden en toekeken terwijl zij zich wasten.

De nu 31-jarige Koerdische vrouw zei ook dat verscheidene verwanten van haar levend waren begraven. Een andere getuige, de 64-jarige boer Jalil Lateef Saleh, zei dat hij, zijn vrouw en twee dochters van zes en negen jaar in 1988 waren gearresteerd nadat het leger een aanval had ondernomen op hun dorp bij Sulaimaniya. Hij had zijn gezinsleden sindsdien niet meer gezien. "Ze verscheurden mijn identiteitskaart en gooiden de resten in mijn gezicht, terwijl ze zeiden dat ik een Iraniër was en de Iraakse identiteit niet verdiende", aldus Saleh over zijn half jaar in de gevangenis.

mailIcon print |