(Novum/AP) - Wojciech Jaruzelski, de laatste communistische leider van Polen, is vrijdag in staat van beschuldiging gesteld wegens het uitroepen van de staat van beleg in 1981. De maatregel maakte het de communistische regering mogelijk harder op te treden tegen de onafhankelijke vakbond Solidariteit.
Tijdens de staat van beleg werden tienduizenden Polen zonder aanklacht gearresteerd en zo'n tienduizend van hen in interneringskampen opgesloten. Er vielen als gevolg van de staat van beleg bijna honderd doden. Een van de gedetineerden was de huidige president Lech Kaczynski.
Jaruzelski, die in Warschau woont en (nog) niet is gearresteerd, zei tegen de staatstelevisie dat hij de staat van beleg had uitgeroepen om erger - een Sovjetinvasie - te voorkomen. Hoewel hij toegaf dat de staat van beleg schade heeft berokkend, hield hij vol dat deze tevens de redding van het land is geweest.
De 82-jarige Jaruzelski is aangeklaagd door het Nationaal Herdenkingsinstituut, een overheidsinstelling die misdaden uit de communistische periode onderzoekt. Ook zou hij volgens de aanklacht de rechten van Poolse arbeiders hebben geschonden en aan het hoofd hebben gestaan van een 'criminele organisatie', die mensen opsloot. Als hij schuldig wordt bevonden kan hij tot elf jaar de cel ingaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.