Het aantal prostituees in Argentinië is groot, de concurrentie is moordend. Maar hun politieke emancipatie maakt wel een einde aan de willekeur van de politie. Vandaag betogen ze voor meer rechten.
De straten en plantsoenen van Santelmo, Recoleta en het oude centrum van Buenos Aires zijn vanaf het begin van de avond bevolkt met prostituees. En met hun klanten natuurlijk, die in groten getale langsrijden.
In Buenos Aires zijn zo’n 20.000 prostituees actief. Sinds de economische crisis van 2001 is hun aantal in Argentinië ongeveer vervijfvoudigd. Jorgelina Sosa, 38, prostituee, had haar standaardplaats in de wijk Flores. Maar tegenwoordig doorkruist ze alle vijf de rosse buurten van de stad, Jorgelina „Ik heb bijna geen tijd meer voor mijn werk nu ik interviews moet geven, in ons centrum voorlichting geef, en overdag en ’s avonds met mijn collega’s de buurten afga om condooms uit te delen.”
Tussen de sigaretjes door vertelt ze over het ontstaan in 1994 van de Associatie van prostituees van Argentinië, Ammar (Asociación mujeres meretrices de Argentina). Een organisatie die sinds 1995 deel uitmaakt van de Argentijnse vakcentrale CTA en probeert het lot van hoeren te verbeteren. Vandaag houden ze een ’feministische manifestatie’ voor seksuele vrijheid, en een seksmarkt in Buenos Aires.
Jorgelina: „We werkten met een stuk of tachtig vrouwen op dezelfde plek in Flores, op straat. In die tijd werden we om de haverklap opgepakt door de politie en pas weer losgelaten als we smeergeld betaalden. Het prostituee-zijn is volgens de wet geen reden om iemand op te pakken. Maar wij waren slachtoffers. In feite was de politie onze pooier.”
Uiteindelijk waren de vrouwen het zat. Jorgelina: „Als één van ons werd opgepakt, dan ging ons dat allemaal aan. Ik zeg altijd: We waren al georganiseerd nog voor we ons organiseerden.”
En ze organiseerden zich, met wat financiële hulp van de Nederlandse ambassade, in de associatie, die tegenwoordig in bijna alle provincies van Argentinië actief is.
Uitgangspunt was te strijden voor het recht om hun beroep uit te oefenen. Vandaar dat ze aansluiting zochten bij de vakcentrale. Jorgelina: „Dat was een heftig debat. In het begin werd er schamper opgemerkt dat wij toch niet werkten. Dat wij geen vrouwen zijn. We waren bang. Maar ze hebben ons geaccepteerd.”
Het gesprek wordt even onderbroken door een telefoontje. Jorgelina: „Een klant van me. Zie hem vanavond. Moet toch wat om de kost te verdienen*”
Ze gaat door: „De meesten van ons komen van buiten de stad, uit de arme provincies, hebben nauwelijks de lagere school afgemaakt. We hebben ons leven lang te maken gehad met het idee dat de vrouw slechts goed is voor de voortplanting. Ook ik kom uit de provincie, uit het stadje Rafaela, waar om twaalf uur ’s middags het eten op tafel moet staan. Op mijn twaalfde ben ik het huis uitgegaan, op mijn dertiende kreeg ik mijn dochter. Ik denk vaak genoeg: als ik de tijd terug kon draaien*”
Het werken op straat is tegenwoordig relatief rustig, al is de markt slecht geworden door de vele concurrentie.
Ammar heeft drie advocaten voor zich werken. Jorgelina: „In Buenos Aires dan, want in de provincies worden de prostituees nog altijd constant opgepakt. En dat ondanks een antidiscriminatie-decreet uit 2005 van de regering-Kirchner. Maar er zijn politieke verschuivingen gaande.”
Praten over prostitutie is voor Jorgelina geen probleem, maar met haar mee op pad gaan – liever niet. „De opgebouwde relatie met onze leden is nog kwetsbaar. We vragen ze allemaal bij ons langs te komen op het centrum, en die stap is voor velen nog te groot.”
„Maar als ik de vrouwen en travestieten met voorbehoedsmiddelen en informatie over gezondheidszorg en burgerrechten benader, word ik omarmd en met kussen ontvangen. Ik zeg dus altijd: als Mozes niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mozes.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.