In hun strijd voor behoud van de doodstraf, hebben de VS ineens nieuwe vrienden: Iran, China en Soedan. En de ongeboren kinderen.
Het ging er deze week heftig aan toe, toen het VN-mensenrechtencomité over de doodstraf debatteerde. Veel landen verzetten zich tegen de druk die ze voelden van Europese landen die voorstemden.
De VS probeerden de resolutie nog van de rails te krijgen door een amendement te steunen dat het recht op leven van ongeboren kinderen verdedigde. „Landen die afschaffing van de doodstraf voorstaan, moeten het zeker net zo nauw nemen met de zorg voor onschuldige levens”, aldus de Amerikaanse afgezant. Dit amendement werd met een ruime meerderheid verworpen.
Vooral Italië maakte zich sterk voor de resolutie, die executies wil opschorten. Het land was zeer verontwaardigd over de ophanging van Saddam Hoessein op 30 december 2006 en noemde dit een ’politieke blunder’. Sindsdien is het land uit op een moratorium van de doodstraf.
Het officiële VN-standpunt is overigens al dat executies uit den boze zijn, maar VN-baas Ban Ki-moon liet begin van dit jaar weten dat elk land het maar zelf moet beslissen.
Het mensenrechtencomité van de Algemene Vergadering dat de resolutie aannam moet overigens niet verward worden met de VN-mensenrechtenraad. Deze raad ontmoet kritiek, omdat dictaturen als Zimbabwe en Soedan er lid van zijn. De raad kwam pas erg laat met een slappe tekst over de misstanden in Darfur. Een veroordeling van het bewind in Burma kwam pas na veel druk tot stand.
Volgens Amnesty International werden in 2006 ten minste 1591 mensen geëxecuteerd, verspreid over 25 landen. Bijna vierduizend mensen werden ter dood veroordeeld. China was met ruim duizend executies koploper. Volgens Amnesty zijn deze getallen ’slechts het topje van de ijsberg’.
In China en Indonesië kan behalve moord ook drugshandel reden voor de doodstraf zijn. In islamitische landen als Iran en Soedan is overspel soms reden tot steniging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.