*

 

Gezocht: nieuwe president

Wolter Huttinga − 10/12/07, 17:44

Toen de VS ontstonden, waren er geen radio en tv om om het volk te bereiken. Je moest naar de mensen toe, handenschudden, babies knuffelen, toespraken houden. Nog steeds moet je om president van de VS te worden een lange weg afleggen.

Presidentskandidaten hebben een lange en ingewikkelde weg af te leggen voor ze in het Witte Huis kunnen belanden. President Bush heeft er twee termijnen opzitten en kan zich niet nog een keer kandidaat stellen. De strijd ligt dus helemaal open.

De campagne vóór de campagne

Twee jaar voor de verkiezingen moet een kandidaat ongeveer al weten of hij of zij een gooi naar het presidentschap wil doen. Serieuze kandidaten zijn meestal geoefende senatoren of gouverneurs. Een zeer succesvolle carrière in het zakenleven strekt tot aanbeveling, politieke wapenfeiten zijn broodnodig.

Een kandidaat laat eerst een onderzoekend comité de kansen inschatten. Als er genoeg draagvlak is en het inzamelen van fondsen plezierig op gang komt, kan de kandidaatstelling officieel bekendgemaakt worden. Veel kandidaten doen dat in de populaire Late Night Shows.

Voorverkiezingen

De twee partijen in Amerika schuiven beide één kandidaat naar voren. Uiteindelijk gaat de strijd dus tussen een Republikeinse en een Democratische kandidaat. Een enkele keer pikt een onafhankelijke kandidaat een behoorlijk groot aantal stemmen in, maar dat geeft dan hooguit de doorslag voor een van de andere twee.

Een klein jaar jaar voor de presidentsverkiezingen houden beide partijen daarom primaries: de voorverkiezingen. Deze keer vallen ze in januari en februari 2008. Met het oog hierop voeren de kandidaten eerst een verkiezingsstrijd binnen hun eigen partij. Pas daarna kunnen de twee overgebleven kandidaten hun pijlen op elkaar gaan richten.

Belangrijke tactiek bij de voorverkiezingen: zorg dat je goed scoort in Iowa. Sinds 1972 zijn de vroegste voorverkiezingen (technisch gesproken zijn het eigenlijk 'caucuses, een soort volksvergaderingen) in deze staat. Een goede uitslag in Iowa kan een domino-effect teweegbrengen in andere staten.

Nationale partijconventies

Bij de voorverkiezingen wordt niet rechtstreeks op kandidaten gestemd, maar op partij-afgevaardigden. Die zullen op de nationale partijconventies voor een presidentiële kandidaat stemmen. Het is dan nog even wachten tot de nationale conventies van beide partijen. De Democraten houden de conventie eind augustus 2008, de Republikeinen volgen begin september. Pas dan zijn de winnaars van de voorverkiezingen de officiële kandidaten.

De partijconventies zijn vooral een groot publiciteitsfeest, waar beide partijen hun kandidaten bewieroken. De winnende kandidaat maakt nu zijn running mate bekend, de kandidaat voor het vice-presidentschap. Soms is dat een partijgenoot die hij in de voorverkiezingen versloeg. De laatste decennia werd de running mate vooral gekozen om zijn populariteit in een staat of bevolkingsgroep waar de presidentskandidaat zelf niet zo populair was, en die hij wel nodig had voor de overwinning. In het beleid speelde de vice-president een ondergeschikte rol. De afgelopen acht jaar was dat onder president George W. Bush overigens wel anders: Dick Cheney had veel invloed. Zeker in het begin beweerden kwade tongen dat hij de eigenlijke president was.

De eindsprint

Na de conventies gaat het circus op volle toeren draaien. Beide kandidaten ontmoeten elkaar in cruciale tv-debatten, ook een derde ’onafhankelijke’ kandidaat kan daarbij in de ring stappen als uit de peilingen blijkt dat hij veel aanhang heeft.

Die polls vliegen je dan al maanden om de oren. De campagneteams geven kwistig geld uit voor reclamespotjes. Met een gewiekste tactiek trekken de kandidaten door het land om campagne te voeren. Vaak weten ze van de meeste staten wel wat voor uitslag ze kunnen verwachten. Het is vooral zaak dat ze de staten die nog op het randje zitten, voor zich winnen.

De verkiezingen

Op vier november 2008 gaan de Amerikanen naar de stembus. Ze kiezen –- alweer –- niet rechtstreeks hun favoriete kandidaat, maar stemmen op kiesmannen. Iedere staat heeft een hoeveelheid kiesmannen die gebaseerd is op het aantal inwoners. In totaal worden er 538 kiesmannen gekozen. In verreweg de meeste staten krijgt de winnende kandidaat alle kiesmannen achter zich, waardoor een nipte overwinning kan omslaan in een landslide, een overtuigende zege. Is het verschil heel klein, dan is het in dit systeem goed mogelijk dat de kandidaat die niet de popular vote wint, dus het grootste aantal stemmen haalt, wel het presidentschap in de wacht sleept. Dat overkwam Al Gore in 2000, in een zeer omstreden verkiezing waarbij volgens velen eigenlijk ook het grootste aantal kiesmannen naar Gore had moeten gaan.

De overdracht

De kiesmannen vormen samen het electoraal college. Dat komt nooit echt bij elkaar. Alle kiesmannen komen in hun eigen staat op 15 december 2008 bijeen. Hun stemmen gaan in een goed verzegeld pakketje naar de Senaat. Daar worden op 6 januari 2009 de stemmen geteld en is de verkiezing van de nieuwe president officieel een feit.

In de praktijk is aan het eind van de vierde november in principe wel bekend wie de verkiezingen heeft gewonnen. Vanaf dat moment komt er een enorme verhuizing van mensen en beleid op gang. Zeker als er in november een wisseling is van Republikeins naar Democratisch, zullen zeer veel ambtenarenhun baan verliezen en worden vervangen door mensen die politiek dichter bij de nieuwe regering staan, en misschien een beloning hebben verdiend door geld of tijd aan de campagne van de nieuwe president te schenken. Ministers en staatssecretarissen beginnen hun opvolgers alvast in te werken. En de vertrekkers verzinnen practical jokes om de nieuwe bewoners van hun kantoren een beetje dwars te zitten.

Op 20 januari 2009 legt de nieuwe president van de Verenigde Staten zijn of haar linkerhand op de bijbel die de opperrechter hem voorhoudt. Hij of zij steekt de rechterhand in de lucht en legt de presidentiële eed af: So help me God.

mailIcon print |