*

 

Farc zet strijd voort ondanks militaire druk

Door: redactie − 10/12/07, 15:53

(Novum/Ap) - De Colombiaanse minister van defensie Juan Manuel Santos vloog begin oktober met een groepje medewerkers van de Amerikaanse ambassade en zwaarbewapende Amerikaanse militairen per helikopter naar het voormalige FARC-bolwerk La Julia. Het bezoek werd gepresenteerd als een triomf van de regering van president Alvaro Uribe over de guerrilla. "De staat is hier gekomen om te blijven en de guerrillastrijders zullen dit gebied nooit meer beheersen", zei Santos bij de opening van de eerste politiepost in het stadje.

Enkele weken later werd echter een team journalisten van Associated Press dat probeerde naar La Julia te reizen op een verlaten landweg buiten het stadje door guerrillastrijders onderschept. De journalisten konden pas doorreizen nadat de met AK-47's gewapende rebellen daar toestemming voor hadden gegeven. "Wij willen alleen maar duidelijk maken dat wij hier de baas zijn", zei een van de opstandelingen. "We willen niet dat de media naar La Julia gaan om de staatspropaganda te dienen." In La Julia, een voormalig centrum van de cocaïnehandel een kleine tweehonderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad Bogota, bevestigde een lokale groenteman, Gustavo Valencia, dat het 'dwaasheid' van de regering is om te stellen dat de guerrillastrijders zijn verslagen.

De FARC maakte sinds de jaren '60 in veel afgelegen gebieden van Colombia de dienst uit. Nog geen tien jaar geleden lanceerden de rebellen grootschalige aanvallen op legerbases, waarbij honderden mensen, onder wie veel politieagenten en militairen, werden gegijzeld. Sinds het aantreden van president Uribe in 2002 wist het leger de guerrillastrijders evenwel terug te dringen. Autowegen waarop geregeld weggebruikers werden ontvoerd, kwamen onder controle van regeringstroepen. De provincie rond Bogota is inmiddels volledig van rebellen gezuiverd.

De winst van de regering is grotendeels te danken aan uitbreiding van de Amerikaanse militaire steun, die inmiddels miljarden dollars beloopt. Terwijl onder president Bill Clinton de nadruk lag op drugsbestrijding, ligt het accent sinds 11 september 2001 op directe operaties tegen de rebellen. Het aantal regeringsmilitairen is de afgelopen zeven jaar gegroeid tot tachtigduizend. Er zijn twaalf mobiele brigades bij gekomen, alsmede zes bataljons die speciaal zijn uitgerust voor operaties in het hooggebergte. Een doorslaggevende rol wordt toegedicht aan het inlichtingenwerk, waarbij gebruik wordt gemaakt van Amerikaanse spionagesatellieten en afluisterapparatuur.

Het is zeer de vraag of het op 14.000 man geschatte rebellenleger met militaire middelen kan worden bedwongen. De FARC is traditioneel geworteld in het verzet van de boerenbevolking tegen de centrale overheid en de grootgrondbezitters, en het wantrouwen tegenover de ambtenarij zit diep. Colombia is in tegenstelling tot de buurlanden altijd teruggeschrokken voor hervormingen die het grondbezit zouden aantasten.

Een andere factor is de drugshandel. Net als in Afghanistan, waar de guerrilla belangrijke inkomsten verwerft uit de opiumhandel, speelt in Colombia de narcoticahandel een grote rol. La Julia was lange tijd een belangrijke markt voor cocaïne en het thuisland van drie generaties van FARC-strijders.

Sinds de komst van de militairen in juni 2006 is naar schatting de helft van de lokale bevolking La Julia ontvlucht. Exacte bevolkingsgegevens zijn niet voorhanden, maar volgens priester Henry Arias is het aantal kinderen dat basisonderwijs volgt gedaald van 350 tot 180. Dat de exodus niet zonder reden is blijkt uit het aantal inwoners dat na de machtswisseling is opgepakt. Van 24 arrestanten van een lokale transportonderneming die na oktober 2006 werden meegenomen wegens veronderstelde banden met de FARC werd tot dusver niets meer vernomen.

De inwoners klagen dat de regering, net als de rebellen, weinig heeft gedaan om de leefomstandigheden te verbeteren. Beloften om te zorgen voor stroom, waterleiding en een veerboot over de rivier Duda zijn niet nagekomen. De boeren moeten hun gewassen, maïs, bananen en yucca, nog altijd met gemotoriseerde kano's naar de markt brengen.

"We hebben geen stroom, we hebben geen stromend water, we hebben niets", zegt Arias. Ook het politiebureau, dat in oktober plechtig werd ingewijd, moet nog worden gebouwd. Voorlopig zitten de agenten verschanst achter een hoop zandzakken en loopgraven.

De bevolking neemt geen risico en is bang zich openlijk met een van beide partijen te verbinden. Groentehandelaar Valencia zegt geen officieren uit te nodigen voor koffie. Ook Arias zorgt er angstvallig voor zijn neutraliteit te handhaven. Hij weigert een afzonderlijke mis voor het leger en de politie op te dragen. "Ze hebben hun eigen aalmoezenier", aldus de geestelijke.

mailIcon print |