*

 

Halfbroer van Saddam Hussein opgehangen

Door: redactie − 15/01/07, 08:28

(Novum/AP) - De halfbroer van Saddam Hussein en het voormalige hoofd van het Iraakse Revolutionaire Hof zijn maandag voor zonsopgang in Bagdad opgehangen. Dit heeft de Iraakse regering bevestigd.

Saddams halfbroer, voormalig hoofd van de Iraakse inlichtingendienst Barzan Ibrahim al-Hassan, en ex-chef van het Revolutionaire Hof Awad Hamed al-Bandar waren samen met Saddam ter dood veroordeeld voor hun aandeel in de moord op 148 sjiieten in Dujail in 1982, na een mislukte aanslag op Saddam in die plaats.

Bij de executie van de twee, om 03.00 uur plaatselijke tijd, waren onder anderen een aanklager, een rechter en een arts aanwezig, zei regeringswoordvoerder Ali al-Dabbagh. Tijdens de executie werd het hoofd van Ibrahim van diens romp gescheiden, iets wat vrij zelden gebeurt, zei Al-Dabbagh tegen verslaggevers.

Een van de leiders van het soennitische blok in het parlement, Khalaf al-Olayan, sprak tegenover de satellietzender Al-Jazeera zijn verontwaardiging uit over het feit dat Ibrahims hoofd tijdens de executie van zijn romp werd gescheiden. "Iemand kan door ophanging niet worden onthoofd. Dit betekent dat ze zijn lichaam hebben verminkt en dat is een schending van de wet", aldus Al-Olayan, die eiste dat hij de video van de executies te zien krijgt, als er tenminste een video van is gemaakt.

Het was de bedoeling dat Saddam, Ibrahim en Al-Bandar alledrie tegelijkertijd zouden worden geëxecuteerd. Daar zag de Iraakse regering uiteindelijk van af. Saddam werd op 30 december opgehangen. De beelden die van zijn executie naar buiten kwamen, clandestien opgenomen met een mobiele telefoon, leidden tot opschudding en verontwaardiging omdat duidelijk werd dat Saddam enorm werd geschoffeerd vlak voordat hij ter dood werd gebracht.

Al-Dabbagh koos zijn woorden uiterst voorzichtig toen hij aan de pers verslag uitbracht over de executies. Hij stelde met nadruk dat de aanwezigen zich nauwkeurig aan de regels hadden gehouden en dat er geen onvertogen woord was gevallen. "De beklaagden zijn niet beledigd", aldus de woordvoerder.

"De regering belde ons voor zonsopgang en vroeg ons iemand te sturen. Ik heb een rechter gestuurd om getuige te zijn van de executie en die vond toen plaats", zei aanklager Munqith Al-Faroon. Twee bronnen binnen de regering van premier Nouri al-Maliki zeiden dat de executies rond 06.00 uur plaatselijke tijd hebben plaatsgevonden. Ibrahim en Al-Bandar zijn op dezelfde plek terechtgesteld als Saddam, in het uit Saddams tijd stammende hoofdkwartier van de militaire inlichtingendienst in Noord-Bagdad, in de sjiitische wijk Kazimiyah.

Vorige week nog drong de Iraakse president Jalal Talabani, die tegen de doodstraf is, er bij de regering op aan de executie van Ibrahim en Al-Bandar uit te stellen. "Ik vind dat we moeten wachten. We moeten eerst de situatie goed bekijken", zei Talabani woensdag op een gezamenlijke persconferentie met de Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad. Premier Nouri al-Maliki zei dat ook Khalilzad hem had gevraagd de executie van de twee kopstukken uit Saddams regime tien dagen tot twee weken uit te stellen, maar dat zijn regering dit verzoek had afgewezen.

Een advocaat uit het team dat Saddam en de andere twee heeft verdedigd zei dat Ibrahim en Al-Bandar destijds te horen hadden gekregen dat ze zouden worden geëxecuteerd op dezelfde dag als Saddam en dat ze op die dag uit hun cellen waren gehaald en te horen hadden gekregen dat ze hun testament moesten schrijven omdat ze tegelijkertijd met Saddam zouden worden opgehangen. Pas een kleine negen uur later waren de twee weer teruggebracht naar hun cel en was het hun duidelijk geworden dat hun executie op die dag niet doorging. "In hun geval had het doodvonnis toen moeten worden omgezet vanwege de psychologische pijn die ze hebben moeten verduren", aldus advocaat Issam Ghazawi.

mailIcon print |