(Novum/AP) - Saddam Husseins neef Ali Hassan al-Majid heeft donderdag voor de rechtbank toegegeven dat hij in de jaren '80 opdracht heeft gegeven tot de verdrijving van Koerden uit hun dorpen in Noord-Irak. Hij ontkende echter dat hij honderden Koerdische strijders heeft laten executeren.
Al-Majid, ook Ali Chemicali genoemd omdat hij chemische wapens tegen de Koerden zou hebben ingezet, zat donderdag in de beklaagdenbank op de voorste rij, op de plek waar Saddam zat voordat de Iraakse oud-president op 30 december werd opgehangen. Op de eerste zittingsdag na de executie van Saddam werd diens stoel vrijgelaten en nam Al-Majid plaats op de achterste rij.
Al-Majid en vijf anderen staan terecht op verdenking van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in verband met een militaire operatie met de codenaam Anfal tijdens de Iraans-Iraakse oorlog van 1980-88. Tijdens de operatie werden meer 100.000 Koerden gedood.
"Ik ben verantwoordelijk voor de verdrijving en ik nam die beslissing op eigen gezag, zonder ruggespraak met het militaire opperbevel of de Baath-partij", zei al-Majid. Hij ontkende dat hij driehonderd Koerden had laten executeren; Saddam had hem juist opgedragen hun gratie te verlenen, ofschoon zij hadden bekend misdaden in een Arabisch dorp te hebben begaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.