De handel langs de zijderoute tussen China en Europa moet weer opbloeien. Olie en toerisme zijn nu de economische speerpunten, in plaats van zijde en specerijen.
Vooral de economieën van Centraal-Azië kunnen profiteren van de nieuwe zijderoute, zo bleek deze week in Peking. Daar kwamen vertegenwoordigers van de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP), China en verschillende Centraal-Aziatische landen samen om plannen te maken die welvaart in de regio moeten brengen.
Meer wegen en spoorwegen zijn nodig om de zijderoute nieuw leven in te blazen, maar ook afspraken over samenwerking tussen de douane van de verschillende landen. Bovendien zijn er plannen om reizen zonder visum langs de zijderoute mogelijk te maken – net als in de dertiende eeuw, toen de Italiaanse handelaar Marco Polo langs de zijderoute reisde.
De zijderoute werd 2000 jaar geleden al gebruikt voor handel tussen Europa en China. Toen ging het vooral om karavanen die luxe-goederen vervoerden, zoals zijde voor de toga’s van Romeinse senatoren. Ook in Marco Polo’s tijd was het vooral de Chinese zijde die in Europa gretig aftrek vond.
Nu moet de zijderoute een alternatief worden voor het zeetransport tussen China en Europa, en zo de explosieve groei van de Chinese economie verder mogelijk maken. De Chinezen kijken ook naar de grote voorraden olie en gas in Centraal-Azië. Die landen kunnen hun grondstoffen alleen over land kwijt.
Peking werkt al samen met de regering van Kazachstan voor de bouw van wegen, spoorlijnen en pijpleidingen. Onlangs is besloten voor 800 miljoen dollar een pijpleiding aan te leggen die China tien miljoen ton ruwe olie per jaar moet gaan leveren.
In de stad Xian, het oude Chinese startpunt van de zijderoute, vindt volgende week een forum plaats waar de investeringsmogelijkheden voor bedrijven aan bod komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.