Antropologen staan Amerikaanse militairen in Irak en Afghanistan terzijde. Dat scheelt slachtoffers, stelt het Pentagon. Een bedreiging voor ons vak, vinden veel antropologen.
Het Pentagon ziet een grootse toekomst voor antropologen. Alle 26 Amerikaanse brigades in Irak en Afghanistan krijgen een team van antropologen en andere sociale wetenschappers toegevoegd. Daarvoor heeft minister van defensie Gates 40 miljoen dollar uitgetrokken.
Het Pentagon heeft goede ervaringen met dergelijke teams. Journalisten mochten in september in Oost-Afghanistan op stap met een antropologe, ’Tracy’. Zij legde uit dat ze de armoede in een dorp in kaart had gebracht. Ook had ze geadviseerd hoe je met opbouwwerk verhindert dat de taliban werklozen rekruteren.
„Misschien hoeven we hier een trekker minder over te halen”, zei Tracy tegen de krant Christian Science Monitor. Ook een Amerikaanse legerofficier is enthousiast: „We zijn hier niet alleen om de vijand dood te schieten. We zijn al ver voorbij het kinetische gevecht.”
Het ’kinetische’ gevecht vermijden, is een kernbegrip in het nieuwe, ’softe’ jargon van het Pentagon. Militairen moeten de lokale bevolking voor zich winnen. Ze moeten zich anders dan thuis gedragen, weten waar spanningen tussen bevolkingsgroepen bestaan, en die helpen oplossen door bemiddelen.
Dat alles staat ook in het nieuwe handboek voor militairen, de ’US Army Counterinsurgency Field Manual’. Dit is het basisboek voor de aanpak die generaal David Petraeus, opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Irak, voorstaat.
De gids is een bestseller, die zelfs applaus oogst van Bush-haters. Was enige kennis van de sociale wetenschappen van meet af toegepast, dan zaten we nu niet tot onze nek in de Iraakse ellende, redeneren zij.
Aan de gids werkte een heuse antropologe mee, Montgomery McFate. Zij is nu mikpunt van kritiek door collega’s. McFate militariseert de antropologie, vinden tegenstanders. Welnee, ik antropologiseer het Pentagon, is haar repliek. Professor David Price ontdekte dat McFate vele passages in het hoofdstuk dat zij redigeerde, vrijwel letterlijk heeft overgenomen uit werken van antropologen, zonder bronvermelding.
Price en tien andere antropologen roepen al hun collega’s op een ’Eed’ te ondertekenen, waarin ze beloven nooit ’embedded’ te zullen werken in Irak of Afghanistan. Werken voor het Pentagon in Irak of Afghanistan „draagt bij aan een wrede bezettingsoorlog met grote aantallen slachtoffers”, staat in de eed.
Eind deze maand stemmen de antropologen op de jaarvergadering van hun vakorganisatie, het Verbond van Amerikaanse Antropologen, over de vraag of dienst in het leger verenigbaar is met hun ethische code. Daarin staat immers dat een antropoloog mensen die hij onderzoekt nooit mag schaden, en altijd hun instemming moet vragen.
Marcus Griffin, professor in de antropologie maar nu werkzaam voor het leger in Bagdad, vindt de critici ’kleingeestig’. In zijn weblog legt hij uit dat hij altijd vraagt of hij iemand mag interviewen. En zijn informatie wordt nooit gebruikt om ’vijanden’ te identificeren; daarvoor heeft het leger ’beter opgeleiden’ in dienst.
„Griffin is naïef als hij denkt dat hij kan bepalen wat er met zijn informatie gebeurt”, zegt Price desgevraagd. „Mensen als hij zijn geen antropologen maar spionnen.” Over twee weken wordt duidelijk hoeveel antropologen het daarmee eens zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.