De Amerikaanse president Bush belooft Turkije te helpen de PKK in Noord-Irak te bestrijden. Hij noemde de Koerdische beweging „een vijand van Turkije, een vrij Irak en de VS”.
President Bush sprak maandagavond met de Turkse premier Erdogan over betere politieke en militaire samenwerking, en het uitwisselen van inlichtingen. Uit zijn woorden valt op te maken dat dit betekent dat de Turken satellietfoto’s krijgen van de PKK-kampen en -bases in de bergen op de grens met Noord-Irak.
Erdogan plaatste de jacht op de PKK, ingezet na zo’n vijftig doden aan Turkse zijde in de afgelopen maand, binnen de terreurbestrijding: „Als strategische partners vechten we samen tegen het terrorisme in de wereld”, zei hij. Dat lijkt cynisch, omdat de Amerikanen de PKK na 11 september 2001 juist hebben gebruikt om moslimradicalen in Noord-Irak op te sporen, als onderdeel van de ’oorlog tegen terreur’.
Na het Amerikaanse bombardement in maart 2003 op de basis van de radicale moslimgroep Ansar al-Islam, in het grensgebied van Noord-Irak met Iran, is afgesproken dat de PKK in het grensgebied zou patrouilleren en elke moslimradicaal die uit Iran binnensloop aan de Amerikanen zou overdragen. Die afspraken waren nauwelijks omstreden, gezien de goede banden die Washington onderhoudt met de Koerden in Irak, die de PKK beschouwen als hun broeders.
Daarom moet de Amerikaanse uitspraak dat de PKK ’een gezamenlijke vijand’ is, bijna voorwaarde zijn geweest voor Erdogans belofte Noord-Irak niet binnen te vallen. Al heeft hij, met de winter op komst, weinig keus, en blijft hij publiekelijk verklaren dat de actie niet afgeblazen is.
Duidelijk is dat de vrijlating van acht Turkse militairen door de PKK vorige week de druk van de ketel heeft gehaald. Een vrijlating die geheel op het conto van de Koerdische regering in Noord-Irak geschreven kan worden, waarmee Ankara echter weigert zaken te doen.
De PKK had al dagen eerder toe gegeven aan druk van de Iraakse Koerden om de acht te laten gaan, maar de vrijlating werd gekoppeld aan Erdogans bezoek aan de VS. De overdracht vond zondag plaats, aan leden van de Koerdische regering, die ze in de Koerdische hoofdstad Irbil overdroeg aan de Iraakse regering en het Amerikaanse leger. De Iraakse minister van defensie Al-Obeidi stapte vervolgens met de Amerikaanse commandant Petraeus in een vliegtuig om de acht naar een kleine Turkse basis in Noord-Irak te vliegen – waarmee Bagdad en Washington officieel voor hun vrijlating tekenden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.