Een Nederlandse vrouw bij de Colombiaanse guerrillabeweging Farc is een uitzondering, zeggen deskundigen. Maar weinig Europeanen wagen zich aan het guerrillafront. ’Eillen’ doet het wel.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt van nooit te hebben gehoord van de Nederlandse, die meevecht met het Colombiaanse Farc. Maar het Colombiaanse leger vond na een overval op een guerrillakamp dagboeken van een Nederlandse met de naam ‘Eillen’.
’Eillen’ is een schuilnaam, waarachter de Groningse studente Tanja Nijmeijer schuilgaat. Ze zou oorspronkelijk uit Denekamp komen. Tijdens haar studie kwam ze meermalen in Colombia, waar ze niet alleen lid van de guerrillabeweging was. Ze kwam pas twee jaar geleden, eind 2005, bij Farc. Toen was ze twintig. Haar moeder heeft haar een keer opgezocht in het Farc-kamp. Eind 2006 stuurde ze een videoboodschap naar huis, daarin zei ze dat ze vindt dat ze nog steeds voor de goede zaak vecht. Uit de dagboekfragmenten klinkt echter heimwee door.
De Nederlandse leerde de Farc kennen via een Deense organisatie in 2000. Toen reisde ze naar Colombia om het Latijns Amerikaanse marxisme te leren kennen.
Volgens David Böhm, een Nederlander die bijna acht jaar als huurling meevocht in het Colombiaanse leger, was het bestaan van de Nederlandse bekend. „Andere soldaten maakten daar grappen over, omdat we allebei uit Nederland kwamen om elkaar in Colombia naar het leven te staan.” Met buitenlandse guerrillastrijders gingen de soldaten in de praktijk wat voorzichtiger om dan met de Colombiaanse. „Die willen vaak terug en zijn bereid in ruil wat informatie los te laten.”
Böhm kwam veel buitenlanders tegen bij de guerrilla, maar meestal uit Venezuela of Ecuador. De Farc is met naar schatting 17.000 strijders veruit de grootste guerrillagroep in Latijns Amerika en wordt gefinancierd door de drugsmaffia en ontvoeringen.
Een Europeaan aan het guerrillafront is bijzonder, weet ook John Otis. De Amerikaanse journalist deed in Colombia uitgebreid onderzoek naar de Farc. Meestal zijn Europeanen actief als contact met solidariteitsgroepen in het buitenland. Zo ontmoette Otis een Zweed, die verantwoordelijk was voor de internationale webpagina’s. Bekend is dat de Farc een uitgebreid diplomatiek netwerk in Europa onderhoudt. In Brussel en Madrid lopen ‘ambassadeurs’ rond van de organisatie. De grens tussen activist of sympathisant is daarbij soms moeilijk te trekken.
De Colombiaanse regering is op zijn hoede voor solidaire buitenlanders. Zes jaar geleden werden in Colombia drie Ieren gearresteerd die lid zouden zijn van het Ira en de Farc zouden hebben geadviseerd bij het gebruik van explosieven.
Overigens komt de Europese solidariteit sinds 2002 steeds vaker in het nauw toen de Farc op de Europese lijst van terroristische organisaties werd gezet. Zo loopt er een gerechtelijk onderzoek naar de Deense organisatie Opror, die de Farc met 6000 euro steunde. Begin vorig jaar werd de eigenaar van de Deense onderneming Fighters & Lovers gearresteerd. Hij verkocht T-shirts uit solidariteit met de Farc en maakte van elk verkocht exemplaar vijf euro over naar de gewapende strijd.
Twee jaar geleden ontstond ophef over de film ‘Guerrilla Girl’ van de – ook al – Deense filmmaker Frank Piasecki Poulsen. Die film is een geromantiseerde documentaire over de training van een adolescent tot guerrillera, maar was volgens critici ook onverholen reclame voor de Farc.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.