Corruptie en verborgen handelsbelemmeringen kosten de 21 landen rond de Stille Oceaan jaarlijks 148 miljard dollar.
Dat blijkt uit een studie van de Wereldbank die gisteren is gepubliceerd. De leiders van de Apec-landen, waaronder economische grootmachten als de VS, China en Japan, komen eind deze week bijeen in het Australische Sydney.
Volgens John Wilson, een van de auteurs van het onderzoek, zijn grote veranderingen nodig in de regels voor het handelsverkeer tussen de 21 landen. Nu komt het vaak voor dat er dubbel betaald moet worden voor het exporteren van goederen.
De Wereldbank-onderzoekers wijzen nadrukkelijk ook op wijdverbreide corruptie. Handelaren krijgen te maken met corruptie, en moeten tijd besteden aan onderhandelingen over illegale betalingen. Of die betalingen nu steekpenningen zijn of niet, elke keer leiden die onderhandelingen ook tot andere bedragen. Dat maakt het handelen extra onvoorspelbaar, aldus de onderzoekers.
Rusland, Vietnam, Thailand, China en de Filippijnen scoren zeer laag als het gaat om transparantie bij de regels voor im- en export. Zij zouden stevige winst kunnen boeken als de regels helderder worden. Zo kunnen de Filippijnen een winst boeken van 25 procent als corruptie wordt uitgebannen en Vietnam zelfs 50 procent.
De Apec-landen zijn samen goed voor de helft van de wereldhandel. Dat de Wereldbank dit onderwerp onderzoekt komt doordat corruptie verband houdt met armoede. Een derde van de bevolking in Oost-Aziƫ leeft van minder dan twee dollar per dag. Reductie van corruptie leidt volgens de Wereldbank tot minder armoede.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.