De littekens van de Spaanse Burgeroorlog zijn decennialang genegeerd. Erkenning voor de vele slachtoffers is nu eindelijk nabij.
Spanje heeft een nieuwe stap gezet naar een wet waarin de slachtoffers aan beide zijden van de Spaanse Burgeroorlog, alsmede die van de daaropvolgende rechtse dictatuur van generaal Francisco Franco, worden erkend. Parlementsleden van de regerende Socialistische Partij en verscheidene kleinere partijen stemden gisteren na een maandenlange impasse in met een nieuwe versie van de Wet op het Historische Geheugen, zoals het wetsontwerp wordt genoemd.
De bittere en bloedige burgeroorlog van 1936 tot 1939 had een half miljoen doden tot gevolg en verdeelde menig Spaanse familie langs Republikeinse en Nationalistische lijnen. De wonden die de jaren van strijd en repressie sloegen, waren zo diep dat ook na de terugkeer van de democratie in 1978 de burgeroorlog en het Franco-regime nog decennialang in het politieke debat taboe waren. Maar de oorlog is inmiddels bijna zeventig jaar geleden en veel deelnemers zijn gestorven, zodat de inspanningen om de verzoening te bezegelen geleidelijk aan meer steun krijgen. Een woordvoerder van de Socialistische Partij, Diego Lopez Garrido, voorspelde dat gisteren, de dag van het linkse akkoord, later ’een mijlpaal’ in de Spaanse geschiedenis zal worden genoemd.
Velen menen dat de tijd is gekomen om het conflict te verwerken, opdat afscheid kan worden genomen van de vaak bittere verdeeldheid tussen rechts en links die de huidige Spaanse politiek nog kenmerkt. Hoe diep die verdeeldheid gaat, bleek gisteren eens te meer uit de reactie van de conservatieve Partido Popular, die de steun van premier José Luis Rodríguez Zapatero voor het wetsontwerp ’een enorme fout’ noemde. De secretaris-generaal van de partij, Angel Acebes, verklaarde dat Zapatero „geobsedeerd wordt door het verleden”.
Socialistische partijfunctionarissen wilden niet ingaan op details van het wetsontwerp, omdat het nog onderwerp is van verder geheim overleg. Vermoedelijk zal de wet een clausule bevatten die voorziet in een symbolisch smartengeld voor de slachtoffers van de strijd en de daaropvolgende repressie.
Lopez Garrido zei dat het de bedoeling is dat formele erkenning wordt gegeven aan „mensen die zijn gekwetst of gedood, of hun verwanten, of van wie door de historische tragedie eigendommen zijn beschadigd”. Hij onderstreepte dat het conflict aan beide zijden veel leed heeft veroorzaakt.
De regering hoopt de huidige tegenstanders van de wet alsnog binnenboord te halen, maar het akkoord van gisteren betekent dat het ontwerp in elk geval de steun heeft van een parlementaire meerderheid. Het document wordt nu voorgelegd aan twee parlementscommissies en vervolgens komt er een stemming in het voltallige parlement.
Niet alleen ter rechterzijde zijn er problemen met het voorstel. De Catalaanse partij Republikeins Links vindt het ontwerp niet ver genoeg gaan, omdat de processen ten tijde van het Franco-regime weliswaar onwettig worden genoemd, maar niet worden herroepen.
Gisteren bekendgemaakte uitslagen van een opinieonderzoek laten zien dat bijna de helft van de Spanjaarden voorstander van de Wet op Historische Geheugen is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.