Gazprom vierde gisteren zijn vijftiende verjaardag. Met de huidige hoge olieprijzen en de enorme gasreserves in Rusland is het staatsbedrijf uitgegroeid tot een van de grootste bedrijven ter wereld.
De dag na de verkiezingen in Oekraïne, die werden gewonnen door de pro-Europese coalitie van Viktor Joesjtsjenko, liep Valeri Panjoesjkin, journalist voor het zakenblad Vedomosti, het hoofdkantoor van Gazprom binnen. Het resultaat van de verkiezingen was een grote teleurstelling voor het Kremlin. Toen Panjoesjkin die dag het hoofdkantoor binnenliep trof hij een feeststemming aan: „Ze waren blij, omdat ze Oekraïne eindelijk een rekening konden sturen. In de zeven maanden ervoor mochten ze de rekening niet sturen, aangezien de pro-Russische Janoekovitsj aan de macht was.”
Panjoesjkin heeft zojuist een boek gepubliceerd met zijn collega Michail Zygar van dagblad Kommersant. Uit het boek, getiteld ’Het nieuwe Russische wapen’, dat ook in een aantal Europese landen verschijnt, blijkt dat Gazprom absoluut geen monoliet is met alle neuzen in één richting, zoals in het westen vaak wordt gedacht. Binnen het concern zijn er twee stromingen. Een stroming wil winst maken en geld verdienen, en er is een andere groep voor wie politieke belangen veel belangrijker zijn.
Zoals blijkt uit de eerdere anekdote, zijn beide groeperingen voortdurend met elkaar in gevecht. De benoeming van Gazprom-topman Dmitri Medvedev tot presidentskandidaat is volgens Panjoesjkin een overwinning voor de groep die naar economische vooruitgang kijkt. „Medvedev is een liberaal persoon, die wil dat bedrijven op een transparante manier werken. Maar tegelijkertijd moet hij de andere groep tevreden stellen. Er wordt voortdurend gezocht naar een balans.”
Medvedev zit op dit moment in de raad van bestuur van Gazprom, maar zal die functie opgeven als hij president wordt. De nieuwe topman van Gazprom wordt naar alle verwachting de huidige premier Zoebkov.
Uit het boek blijkt dat competentie bijzaak was in de benoeming van de topfiguren van Gazprom. Neem Aleksej Miller, de topman van Gazprom. Hij werkte eerder met Poetin in St. Petersburg. Erg veelbelovend was hij niet: hij was de enige die niet meeging met de Peterburgse econoom Anatoly Tsjoebais naar Moskou.
Mensen rond Miller kenschetsen hem als een onzekere man, die niet weet waarom juist hij de baas is van het grootste concern van Rusland. Panjoesjkin: „Mensen die zelf niet competent zijn hebben het liefst iemand onder hen die nog minder competent is. Hetzelfde geldt voor Poetin en Miller.” Miller zou in 2000 zijn ontslag hebben ingediend, blijkt uit het boek, maar dat is nooit aanvaard door Poetin.
Panjoesjkin: „Het echte probleem is dat Poetin niet alleen macht, maar ook geld wil. Het is echt geen Stalin, zoals hij in het westen wordt afgeschilderd. Het is gewoon iemand die veel geld wil.”
Volgens Panjoesjkin zou Poetin de helft van de inkomsten van RosUkrEnergo krijgen, een bedrijf dat bemiddelt in de handel van gas tussen Rusland en Oekraïne. Deze bewering kan hij echter niet staven: „En dat is maar goed ook, anders was ik allang dood geweest”, grapt hij. De nieuwe regering in Oekraïne probeert buiten RosUkrEnergo om te handelen, tot woede van Rusland.
Panjoesjkin kan wel een concreet voorbeeld noemen van staatscorruptie. Zo runt hij een liefdadigheidsinstelling die geld van de staat had ontvangen om een kindertehuis te bouwen. In de offerte van de aannemer werd 3000 dollar per vierkante meter asfalt gerekend voor de oprijlaan, veel te veel geld. Het verschil in prijs belandt vervolgens in de zak van een overheidsfunctionaris. Panjoesjkin: „Toen ik hierover klaagde kreeg ik als antwoord: wil je dit kindertehuis of niet?”
2DE VERDIEPINGDe tentakels van Gazprom© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.