Vlaanderen boekt veel succes in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid, vooral bij allochtonen. Maar Brussel volgt het Vlaamse voorbeeld niet.
’Een wonder’, zo noemt arbeidssocioloog Jan Hertogen de Vlaamse cijfers die hij analyseerde: een daling van de werkloosheid met 38 procent in twee jaar tijd onder de allochtone jongeren in de Vlaamse steden en de voormalige mijngebieden in Limburg. De totale jeugdwerkloosheid daalde ongeveer even sterk en ligt nu op 12 procent.
Natuurlijk bloeit de Vlaamse economie, maar dat verklaart volgens de onderzoekers niet alles. De spectaculaire daling is het gevolg van een nieuwe aanpak in Vlaanderen, waarbij jongeren heel intensief begeleid worden. Eerst krijgen ze het aanbod per e-mail en sms toegestuurd. Als ze binnen zes weken geen baan vinden, bepaalt een persoonlijke begeleider wat voor cursus of opleiding ze nodig hebben.
Vaak schort er iets aan de houding van de jongeren, zegt Ludo Rutten, coördinator bij het VDAB (arbeidsbureau) in Hasselt. „Een aantal jongens heeft het idee: hier is toch niks voor mij, in de kleine criminaliteit is meer te verdienen. Die jongens geven we attitude-trainingen, want met een positieve instelling zijn er wél mogelijkheden. Dat hebben we nu wel bewezen.”
De cursussen, in kleine groepen, zijn ’redelijk duur’, aldus Rutten. „Een experiment is altijd kostbaar.” Maar het levert zijn geld op en dus wordt deze aanpak naar heel Vlaanderen uitgebreid.
De beste resultaten – dalingen van soms meer dan 60 procent – zijn bereikt in Limburg. Daar was de werkloosheid hoog sinds de sluiting van de mijnen in het begin van de jaren negentig. Veel kinderen van toenmalige gastarbeiders zijn opgegroeid met het idee dat er in de streek toch geen werk meer is.
Brussel kent dezelfde problemen, op nog grotere schaal. Ruim 35 procent van de jongeren tot 25 jaar is daar werkloos, een cijfer dat alleen in sommige delen van Zuid-Italië en Polen overtroffen wordt. Daarom presenteerden de minister-president en de minister van economie van het Brusselse gewest gisteren een ’actieplan voor de jongeren’.
In dit plan staan maar liefst 26 actiepunten, waaronder meer stageplaatsen, aandacht voor technische opleidingen en bestrijding van discriminatie. En, heel voorzichtig, meer mogelijkheden voor jongeren om hun taalvaardigheid te verbeteren. Lees: Nederlands te leren. Want veel Brusselse jongeren spreken alleen Frans, eventueel naast hun moedertaal, terwijl voor de meeste banen ook Nederlands vereist is.
Over de attitude van de jongeren geen woord en verplichtingen komen er niet. „We kunnen geen verplichting opleggen, want dan moeten we ook banen garanderen”, aldus minister-president Picqué.
Toch beveelt Rutten zijn Brusselse collega’s de Vlaamse aanpak van harte aan: „Verplichting is helemaal geen probleem. Wij geven een volwaardige uitkering, maar dan moet je ook bewijzen dat je er alles aan doet om een baan te vinden.”
Scholing alleen biedt volgens hem geen oplossing. „Bedrijven zitten te wachten op jongeren die zeggen: ik wil bij jou komen werken. Die attitude is soms belangrijker dan kennis.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.