– Ali Chemicali, Saddam Hoesseins neef die in de jaren tachtig gifgas gebruikte tegen de Koerden, wordt voorlopig niet geëxecuteerd. Hoewel de Iraakse president en zijn adjuncten het doodsvonnis vorig week bekrachtigden, ligt nu de Iraakse premier dwars.
Premier al-Maliki vindt dat Ali Hassan al-Majid (Chemicali’s echte naam) tegelijk opgehangen moet worden met de twee mannen die met hem veroordeeld zijn. Maar de presidentiële raad weigerde het vonnis te bekrachtigen tegen de soennitische ex-minister Al-Taie en ex-legertopman Mohammed. Die volgden slechts bevelen op, stellen ze. Al-Maliki vindt dat de rechter het laatste woord had en heeft de presidentiële raad dat maar te volgen.
De kwestie is een tweede gevoelige slag voor het Iraakse juridische systeem in enkele dagen. Aan allebei ligt de soennitisch-sjiitische tegenstelling ten grondslag. Woensdag werd de sjiitische ex-onderminister van gezondheid Hakim al-Zamili vrijgelaten, nadat zijn proces was vastgelopen. Samen met generaal Hamid al-Sjimmari, leider van de veiligheidtroepen van het ministerie, werd hij beschuldigd van misbruik van zijn positie. Ze zouden de sjiitische Mahdi-militie hebben geholpen soennieten uit ziekenhuizen en ambulances te halen en te vermoorden.
Het proces tegen hen beiden was al eerder opgeschort omdat getuigen niet kwamen opdagen. Bij de hervatting bleven ze weer weg, waarna er vrijspraak volgde bij gebrek aan bewijs. Er zijn sterke aanwijzingen dat de getuigen zijn geïntimideerd.
Soennitische partijen spreken er schande van en eisen dat ’deze grote fout onmiddellijk wordt hersteld’. Ze zien de zaak als een test voor justitie in het door de sjiieten gedomineerde land, waar het merendeel van de 42.000 gedetineerden soennitisch is. Ze hebben het gevoel dat zij in Irak geen eerlijke rechtspraak hoeven te verwachten en dat ze moeten boeten voor Saddams daden.
De vrijspraak bevestigt dat gevoel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.