*

 

’Die rebellen moeten eigenlijk op school zitten’

Sybilla Claus − 14/05/08, 00:00

Schrijver en tolk Daoud Hari uit Darfur heeft de oorlog in zijn land indringend en zelfs met humor beschreven in zijn boek ’De tolk’.

Er was een tijd dat het nog kon: als journalist vanuit buurland Tsjaad Darfur binnenglippen om verslag te doen van de moordpartijen door regering en Janjaweed, de Arabische milities. Als je een goede tolk had, met connecties, bracht je het er wel levend af. Daoud Hari (25) was zo’n tolk.

Dezer dagen is Hari in Amsterdam om zijn boek ’De tolk’ te promoten. Dankzij Amerikaanse inzet stierf hij net niet in een Soedanese cel. Daar kwam hij terecht omdat het vertellen van de waarheid en het helpen van journalisten voor het orthodox islamitische regime gelijk staan aan hoogverraad. „Ik ben een van de drie vluchtelingen uit Darfur die de VS vorig jaar hebben opgenomen”, zegt hij licht cynisch. Om gelijk een lans te breken voor de vele vluchtelingen uit Darfur die zelfs in buurland Tsjaad nog niet veilig zijn. „Waarom neemt Europa er niet wat meer op?”

In het boek beschrijft Hari wat hij zag in Darfur: een verkrachte vrouw die zich met haar sjaal ophing aan een boom, een moeder die haar dode baby’tje letterlijk niet kon loslaten, lichaamsdelen van dode dorpsbewoners die in de hitte uit de bomen vielen waar ze zich verschanst hadden.

Op nuchtere wijze legt Hari uit dat het normaal is om te gaan braken als je een dode vindt, en hoe doorgewinterde verslaggevers in het ziekenhuis moesten bijkomen van hun tripje Darfur. Hari schrijft over de totale chaos waarin Darfur inmiddels is veranderd. Over rebellen die door de regering zijn omgekocht, en over kinderen van uitgemoorde gezinnen die, gehersenspoeld, als soldaat in het regeringsleger doorgaan met het doden van hun eigen stam.

Hari heeft net gehoord dat rebellengroep Jem dit weekend Omdurman, een voorstad van de hoofdstad Khartoem aanviel. Voor het eerst sinds de coup in 1989 lijkt de burcht van dictator generaal Al Basjir niet meer onneembaar. De regering heeft inmiddels een premie van 159 miljoen euro gezet op het hoofd van de leider van Jem, Khalil Ibrahim. „Onvoorstelbaar”, reageert Hari. „Een aanval op die plek. In Khartoem weten de mensen niets van Darfur. Ze weten wel alles over Hezbollah en maakten plaats voor 2000 vluchtelingen uit Palestina.” Maar de Arabische wereld zwijgt al jaren over de etnische zuiveringen in Darfur op medemoslims. „Het verschil is niet kleur”, verklaart Hari, „maar taal. Wie Arabisch spreekt waant zich meer waard dan Afrikanen. Al sterven er een miljoen Afrikanen, dat maakt de Arabische elite niets uit.”

De toenemende chaos van opgesplitste rebellengroepen en losgeslagen Janjaweed werd Hari op een dag bijna fataal. Samen met Pulitzerprijswinnaar Paul Salopek van National Geographic werd hij in 2006 in Darfur gepakt door rebellen die hem eerst zelf mishandelden en toen aan de regering uitleverden. Na weken van marteling wist een hoge Amerikaanse delegatie de twee en hun chauffeur vrij te krijgen.

Ondanks de ellende blijft Hari met een zachte blik kijken (’die rebellen moeten eigenlijk op school zitten’) en met humor schrijven. Hij is geen schrijver in ruste. „Ik wil meer doen, weer tolken, de waarheid blijven vertellen.” En overal vrienden maken, zijn levensmotto.

Vanavond om 20.00 spreekt Daoud Hari bij Amnesty International, Keizersgracht 177, Amsterdam.

mailIcon print |