Het ongeduld over Afghanistan begint te groeien bij de Navo. Het verlangen naar een aftocht met opgeheven hoofd tekent zich al af.
Minister Eimert van Middelkoop (defensie) begon er dezer dagen over. „Over drie, vier jaar zouden we toch betekenisvolle resultaten moeten hebben in Afghanistan”, zei hij. Drie, vier jaar? Zo snel? Van Middelkoop wilde zijn gedachte niet afmaken. „Ik heb misschien al te veel gezegd.”
Wel wilde hij nog kwijt dat de internationale troepenmacht niet te lang moet blijven, want dan zou Afghanistan verslaafd raken aan die hulp. „We hoeven daar geen ideale staat achter te laten. Er is een grens aan wat de Navo kan doen. Uiteindelijk is de Afghaanse regering zelf verantwoordelijk voor het land.”
Die laatste woorden zongen rond op een bijeenkomst van de Navo-ministers van defensie in het Litouwse Vilnius: de Afghanen moeten het zelf doen. Elk aanwijzing dat het Afghaanse nationale leger aan de beterende hand is, wordt gretig aangegrepen.
Tegelijkertijd gaat het ronselen van nieuwe Europese bijdragen aan de internationale troepenmacht gewoon door. Nu lijkt Frankrijk, dat zich eerder wat afzijdig hield, bereid het slagveld in te gaan. Frankrijk had Nederland al luchtsteun beloofd in het zuiden van Afghanistan. Nu hoopt Canada, de buurman van Nederland in het gewelddadige zuiden, ook op hulp van de Fransen. Canada heeft al tachtig levens gelaten in Afghanistan, en voelt dat het meer dan zijn plicht heeft gedaan. Canada wil alleen in het heetst van de strijd blijven als andere landen te hulp schieten met minimaal 1000 man extra.
De internationale troepenmacht die met heel veel moeite op een sterkte van om en nabij de 45.000 man is gekomen, is beperkt in haar mogelijkheden. Eigenlijk was het de bedoeling dat de Navo en haar verre vrienden zoals Japan en Australië, de vrede zouden bewaren in die delen van Afghanistan waar de Verenigde Staten het gevecht tegen de taliban en hun vrienden hadden gewonnen. Maar in het zuiden hebben de Amerikanen die klus niet kunnen afmaken, toen de Navo daar de leiding overnam. In het oosten, langs de poreuze grens met Pakistan, zijn de Amerikanen na zes jaar nog altijd volop in oorlog. Er is geen uitzicht op een overwinning, zolang het Afghaanse verzet zich kan bevoorraden en versterken in de Pakistaanse grensstreek. Daar dreigt nog een nachtmerrie als de Pakistaanse president Musharraf uit het zadel valt.
Maar wat is een overwinning? Minister Van Middelkoop zei in Vilnius dat hij woorden als winnen en verliezen maar ’armoedige taal’ vindt. Het ligt er maar aan hoe je die termen definieert. Hijzelf is alvast begonnen aan een definitie toegesneden op Afghanistan. „Dat land hoeft niet per se helemaal talibanvrij te zijn om ons te kunnen terugtrekken. Daar ligt een taak voor het Afghaanse leger zelf. Dat leger kan verrassend veel doen met bescheiden middelen.”
Die bescheiden middelen zouden de Afghanen zelf graag vervangen zien door het dodelijk technologisch vernuft uit het Westen. Nu kunnen ze zich nog daarachter verschuilen als de strijd erg hevig is. Maar Navo-spullen voor Afghanistan zelf is voor het Westen nog te veel gevraagd. „Ik hou het in beraad”, hield Van Middelkoop zich op de vlakte. Want wie weet wie er uiteindelijk aan de haal gaat met westers materieel in een niet geheel talibanvrij Afghanistan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.