Gegokt en verloren: De Italiaanse premier Prodi hoopte gisteren vergeefs op een meerderheid in de Eerste Kamer. Nieuwe verkiezingen lijken onvermijdelijk.
Al lang voor de stemming in de senaat gisteravond was duidelijk dat Romano Prodi geen meerderheid had om door te gaan. Twee stemmen kwam hij tekort. Maar hij ging wel, ondanks de vele verzoeken zijn ontslag aan te bieden. Prodi’s strategie: de senatoren dwingen tot een standpunt, zodat duidelijk zou zijn wie zijn coalitie heeft laten vallen.
En hij ging om te benadrukken wat een wekenlange pauze voor het land betekent: „Een onderbreking die Italië zich niet kan veroorloven, het land heeft behoefte aan continuïteit”, zei hij.
Prodi, die bekend staat om zijn onverzettelijkheid, maar ook om zijn emotieloze spreektrant, wees op de noodzaak van maatregelen die de haperende economie moeten aanjagen en een ’urgente hervorming’ van de kieswet.
Na zijn speech brak een oproer uit toen Nuccio Cusumano van de christen-democratische UDEUR, de partij die de crisis veroorzaakte, opstond om te zeggen dat hij de premier nu toch zou steunen. De vergadering werd geschorst nadat hij was uitgemaakt voor ’verrader’, ’clown’ en ’stuk stront’. Een partijgenoot maakte schietgebaren in zijn richting, hij werd bespuugd, viel flauw en verliet de zaal op een brancard.
De kieswet wordt gezien als de oorzaak van de chronische instabiliteit van Prodi’s regering, die gedurende de hele rit dreigde te vallen.
Nu worden de regeringscoalities voor de verkiezingen geformeerd en dat zou – vinden de grote partijen – voortaan daarna moeten gebeuren. De kleine linkse en rechtse partijen verzetten zich hiertegen, omdat ze dan hun greep op de grote partijen verliezen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de twee grote partijen van Prodi en Silvio Berlusconi besluiten tot een grote coalitie tussen gematigd links en rechts.
President Napolitano zou nog kunnen ijveren voor een interim-regering die de kieswet moet veranderen, maar dat idee maakt weinig kans. Berlusconi is hier mordicus tegen. De peilingen geven hem een spectaculaire voorsprong van meer dan 10 procent: de macht lonkt.
De kieswet, die de 71-jarige tycoon in 2005 zelf invoerde maar die hem een jaar later de overwinning bij de parlementsverkiezingen kostte, is wat hem betreft dus van later zorg. Hetzelfde geldt voor alle andere dossiers die eigenlijk geen vertraging verdragen, zoals de privatisering van Alitalia en beslissingen over de aanleg van spoorwegen en bruggen.
Ondertussen is de crisis, zo klinkt het in commentaren, niet alleen politiek. Het land lijdt aan een gebrek aan zelfvertrouwen, schreef de krant La Stampa bijvoorbeeld. Zo was er veel opwinding over de claim van de Spaanse premier Zapatero dat Spanje inmiddels rijker is dan de grotere Latijnse broer.
Anderen wijzen op een morele neergang. Prodi’s val werd ingeluid door de christen-democratische minister van justitie Clemente Mastella die met zijn vrouw, een politica in Napels, wordt verdacht van corruptie, afpersing en machtsmisbruik. In het parlement kreeg Mastella een ovatie toen hij sprak over een complot van ’een extremistische vleugel in de magistratuur’. „Dit wekt indruk van een bezoedeld parlement, dat de hele politiek een voos bedrijf is”, zei Antonio di Pietro, nu minister van infrastructuur en als rechter de vedette van de operatie ’schone handen’ in de jaren negentig.
Een dergelijke aanval op de integriteit van de instellingen is onverantwoord, aldus Di Pietro. „Zoiets kan bij de burger alleen maar leiden tot wantrouwen en de basis van de samenleving aantasten.”
De regering Prodi II (tussen 1996 en 1998 was Prodi ook premier) was de 62ste regering van na de oorlog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.