*

 

Zuid-Ossetië is geen Kosovo

Martijn Roessingh − 27/08/08, 00:17

Rusland heeft de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië erkend. Daarbij verwijst Moskou naar Kosovo. Klopt die vergelijking?

De Russische president Medvedev noemde Kosovo gisteren niet expliciet, toen hij betoogde waarom Rusland de onafhankelijkheid van de Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië erkent. Maar de toon was een dag eerder al gezet in het parlement door de voorzitter van de buitenlandcommissie Kossatsjev: „Abchazië en Zuid-Ossetië hebben meer redenen dan Kosovo om hun onafhankelijkheid te kunnen opeisen.”

De Kosovo-parallel bevat veel argumenten die niet alleen het morele recht op afscheiding betreffen, maar ook het Russische recht tot ingrijpen. Er zijn echter veel verschillen.

Het was een humanitaire interventie.

Rusland zegt in Zuid-Ossetië geïntervenieerd te hebben omdat Georgië binnenviel en de bevolking verjoeg, zoals de Navo in 1999 tussenbeide kwam toen Servië de Kosovo-Albanezen verdreef. Bovendien waren Russische burgers in gevaar.

Op het eerste gezicht lijkt Moskou een punt te hebben. Rusland zag toe op naleving van een bestand uit 1992 en daarmee op de veiligheid van de bevolking. Die kwam door de Georgische interventie in gevaar. En vermoedelijk kon bescherming van de bevolking inderdaad op enig begrip rekenen, zeker toen de Georgiërs van ’genocide’ en massaslachtingen werden beschuldigd.

Maar voor die genocide in Zuid-Ossetië is geen bewijs (net zoals in 1999 enkele Navo-beschuldigingen achteraf ongegrond bleken). En dat Rusland eigen burgers beschermde is niet steekhoudend. Moskou heeft sinds 2002 tienduizenden Russische paspoorten uitgedeeld en zo zijn eigen excuus gecreëerd.

Bovendien is het de vraag of de Russen alleen een humanitaire interventie voor ogen hadden. Ze zijn buiten het conflictgebied opgetrokken en hebben systematisch schade toegebracht aan de Georgische infrastructuur. De Navo heeft in 1999 eveneens doelen ver in Servië bestookt en daarbij burgerdoelen getroffen, zoals een ziekenhuis en de Chinese ambassade. Maar de Navo heeft niet delen van Servië blijvend bezet, zoals Rusland nu wel wil doen in Georgië.

De bevolking is voor afscheiding.

Rusland zegt dat de bevolking in beide regio’s afscheiding willen. Dat is waar. Een groot probleem is alleen dat de bevolkingssamenstelling met Russische steun begin jaren negentig radicaal is veranderd. Uit Abchazië zijn de Georgiërs geheel verdreven (ongeveer de helft van de bevolking), uit Zuid-Ossetië een groot deel. In Kosovo was in 1989, toen Servië de autonomie afpakte, de overgrote meerderheid al Albanees.

Het Ossetische en Abchazische verzet was begin jaren negentig bovendien niet het gevolg van jarenlange Georgische repressie en een poging de regio’s van hun minderheden te ontdoen. Moskou stookte ook toen al de Abchazische en Ossetische rebellie op om Georgië te verzwakken. Voor Kosovo lag dat anders: het Westen schoot in 1999 de Albanezen te hulp na een decennium repressie en de finale Servische poging om Kosovo met militaire middelen van Albanezen te ontdoen. Het heeft dat separatisme in de jaren daarvoor niet zelf aangewakkerd. De Albanezen wilden bovendien in eerste instantie, begin jaren negentig, slechts herstel van de autonomie onder Servisch bewind. Later veranderde dat door de Servische repressie, door toenemende macht van radicale strijders, en door de voorbeelden uit de omgeving. En zeker is dat na de Navo-interventie in 1999 veel Serviërs zijn verjaagd en dat Albanese strijders van het UCK grove misdaden begingen.

Een VN-mandaat was niet nodig.

Rusland zegt voor de interventie geen VN-mandaat nodig te hebben, want de Navo had dat in Kosovo ook niet (en de VS en anderen in Irak al helemaal niet). Op zich een terecht argument, dat illustreert dat de VS en anderen de laatste jaren veel moreel gezag hebben verloren. Aan de andere kant heeft Rusland jarenlang fel geprotesteerd tegen interventies zonder VN-mandaat, wat dit argument er niet sterker op maakt.

Herstel centraal gezag is onmogelijk.

Bij het aanvaarden van de onafhankelijkheid in Kosovo was dit voor veel landen een belangrijk argument, en diezelfde redenering gebruikt Moskou nu bij aanvaarding van de Zuid-Ossetische en Abchazische claim. En het klopt dat de opstandige regio’s al 17 jaar de facto onafhankelijk van Tbilisi zijn en dat de Georgische inval een dialoog op voorlopig onmogelijk maakt. Het laat zich bovendien vergelijken met Kosovo, in die zin dat de Albanezen sinds het geweld van 1998-1999 nooit meer genoegen namen met minder dan onafhankelijkheid.

Het verschil is echter dat Europese vredesplannen en aanbiedingen van verregaande autonomie altijd zijn afgewezen, ook toen Georgisch geweld niet aan de orde was. Het Westen heeft Kosovo bovendien onder VN-mandaat laten besturen en langdurige inspanningen gedaan om compromissen te vinden. Rusland heeft lange tijd uitsluitend de status quo verdedigd, en na de geweldsuitbarsting zonder enig internationaal overleg gelijk de knoop doorgehakt.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />