Bobby Fischer blijft wereldkampioen. Althans dat vindt hijzelf, nu hij 'zijn titel' uit 1972 met succes heeft verdedigd tegen Boris Spasski. Dat er toevallig ook nog een mondiale schaakbond bestaat, die Gary Kasparow als de beste van de wereld erkent, daar heeft Fischer lak aan. Het moet allemaal volgens zijn regels gaan, zoals vroeger ook het geval was.
Na dertig schaakpartijen in twee maanden is de Amerikaanse zonderling ruim vijf miljoen gulden rijker. In het door een burgeroorlog verscheurde Joegoslavie versloeg Fischer in een revanchewedstrijd voor de wereldtitelstrijd uit 1972 zijn tegenstander Boris Spasski met 10-5. De tiende overwinning kwam gisteren in Belgrado na 27 zetten tot stand, toen de met wit spelende Spasski opgaf.
Robert James Fischer heeft in de loop van de tijd heel wat opschudding te weeg gebracht door exorbitant hoge bedragen te vragen en krankzinnige eisen te stellen aan de speelomstandigheden. Niet altijd was men genegen erop in te gaan, maar vaak was men toch bereid zich te schikken in zijn wensen. In zijn eentje had hij het Sowjet-imperium aan flarden gespeeld en toen hij de laatste muur ook nog had beklommen door Boris Spasski in 1972 van de troon te stoten, lag de wereld aan zijn voeten.
Fischer als wereldkampioen ging nog merkwaardiger eisen stellen. Remises mochten niet meer meetellen, het ging slechts om overwinningen. Een tweekamp kon dus onbeperkt duren en het gevolg was dat er geen enkele organisatie meer was, die dat aandurfde. Verder schroefde hij de bedragen nog verder op en mede door de absurditeit van zijn niet geringe eisenpakket, kwam het er nooit meer van dat hij zijn wereldtitel zou verdedigen. Zijn uitdager Karpow kreeg toen in 1975 de titel van de wereldschaakbond (FIDE) toegewezen, omdat er met Fischer geen land te bezeilen viel. Karpow bleef vervolgens tien jaar wereldkampioen en Kasparow is hard op weg dezelfde termijn vol te maken.
Van Fischer werd ondertussen alleen vernomen dat hij als een kluizenaar leefde en hoewel de geruchten met de regelmaat van de klok de kop opstaken, dat hij weer aan een schaakbord zou verschijnen, bleken deze steeds op een illusie te berusten. Het heeft precies twintig jaar geduurd eer het zover kwam en zijn zorgvuldig uitgekozen tegenstander was Spasski, de man die in Fischers optiek nog altijd recht had op een revanche-match.
"De tweekampen Karpow-Kortsjnoj en Karpow-Kasparow zijn allemaal doorgestoken kaart geweest" , beweerde Fischer glashard toen hij voor het eerst in twee decennia weer voor een horde journalisten stond. "Vandaar dat ik de FIDE niet zal erkennen, mijn eigen bond heb opgericht en nog steeds de enige echte wereldkampioen schaken ben."
Toen op het Joegoslavische eilandje Sveti Stefan de eerste zetten doorkwamen van een partij tussen Fischer en Spasski kon de halve schaakwereld het nog maar moeilijk geloven. De Amerikaan, die tijdens zijn leven al een legende was geworden, zat ineens weer achter een schaakbord. En die eerste partij werd een beauty. In een Spaanse partij laveerde Fischer zijn tegenstander helemaal zoek, zodat de Franse Rus zijn heil moest zoeken in een stukoffer. Maar dat werkte als een boemerang en met een werkelijk schitterend slotoffensief leidde Fischer zijn tegenstander naar de slachtbank.
Perplex
Iedereen stond perplex. De Amerikaan had maar liefst twintig jaar niet geschaakt, maar het was net alsof hij nooit weg was geweest. Natuurlijk werd er direct geschreven dat Spasski ook een dagje ouder was geworden, maar dat hij zo gedold zou worden, dat hield niemand voor mogelijk.
De euforie was echter van korte duur. De partijen twee en drie waren nietszeggende remises en de vierde en de vijfde partij strafte Spasski lelijke fouten van zijn tegenstander af, waardoor hij met 21 aan de leiding kwam.
Ineens waren er hele andere geluiden te horen: deze partijen leken werkelijk nergens naar. Fischer had beter maar een kluizenaar kunnen blijven, waardoor de herinneringen aan zijn prachtige partijen bewaard zouden blijven zoals dat hoorde. Maar nu zat hij zichzelf daar te blameren; het was niet alleen een concentratieprobleem, zoals aanvankelijk gesuggereerd werd. Twintig jaar weg uit de toernooi-arena is niet zomaar weg te cijferen.
Toen men Kasparow om commentaar vroeg over het niveau van de match was hij niet mild in zijn oordeel. In 'Der Spiegel' liet hij weten het spelpeil erg laag te vinden; in elke partij zaten grove fouten en hij dichtte Fischer niet meer Elo-punten toe dan 2600 (ter indicatie: Kasparow heeft zelf 2790, Timman 2665 en zelfs Jeroen Piket staat op de lijst van 1 juli genoteerd met 2625).
Op de vraag of de wereldkampioen van plan was ooit een tweekamp tegen Fischer te spelen, antwoordde hij dat hij na zijn WK-tweekamp in 1993 niet geneigd was om tegen een 'dergelijke gek' te spelen. "Ik zou hem vernietigen" , aldus Kasparow.
In de zesde partij kwam een licht herstel van Fischer, die zijn openingsproblemen leek te hebben opgelost in de variant van het aangenomen Dame-gambiet, waarmee hij in de vierde partij een gevoelige nederlaag had opgelopen. De zevende en achtste confrontatie werden voor de 'uitdager' een ware kwelling; hij gaat twee keer de fout in en kan twee nederlagen niet meer voorkomen.
Nog erger wordt het in de negende partij. Spasski kent de theorie niet van de afruilvariant van het Spaans en wordt in 21 zetten als een klein kind van het bord geschopt. Dit is het moment dat de match niet meer serieus genomen wordt. De pers wendt het hoofd af van het evenement en weigert de excuses van Spasski, die last schijnt te hebben van zijn nieren te accepteren. Hij voelt zich ellendig, als een bokser die al een paar keer neer is gegaan en die elk moment nieuwe klappen kan verwachten. Die blijven ook niet uit. Na een remise in de tiende partij gaat hij weer tegen de vlakte. Maar ditmaal is het ook de verdienste van Fischer, die met een fantastisch combinatiefestijn op de proppen komt. Tot tweemaal toe offert hij een paard op het veld f5 en wint in mooie stijl.
Dan komt er even rust. Het gezelschap neemt vrij en verhuist naar Belgrado, waar de tweekamp zal worden voortgezet. Er wordt gespeeld vlakbij het wapengekletter van de afschuwelijke oorlog, maar men heeft wel een glazen wand voor Fischer gemaakt, zodat hij geen last heeft van geluiden uit het publiek. De rust heeft Spasski goed gedaan, want hij verkleint de achterstand tot 5-3 als hij Fischer in de twaalfde partij deklasseert in een Konings-Indier. Het is de derde keer dat de Amerikaan deze opening speelt en het zal voorlopig ook de laatste keer blijven.
Na drie remises laat Fischer weer zijn tanden zien, nog wel met de zwarte stukken. Het is de eerste keer dat Fischer de scherpe Ben-Oni op het bord tovert en Spasski is daar niet goed op voorbereid. Binnen de korste keren en met een paar knappe manoeuvres bekroont 'de wereldkampioen' een mataanval. In de zeventiende partij is het weer raak. Nu schuift hij Spasski in een Siciliaan van het bord en loopt hij verder uit naar 7-3.
Uitstel
De gezondsheidsproblemen van Spasski lijken wel psycho-somatisch te zijn, want opnieuw vraagt hij uitstel aan voor een partij. In de reglementen is opgenomen dat beide spelers dat viermaal mogen doen. De time-out verlicht nauwelijks de pijn, hoewel Spasski in de achttiende confrontatie een half puntje mag laten noteren.
De negentiende partij wordt een zeeslang, zoals de kenners dat zeggen. Maar liefst 84 zetten en meer dan negen uur zitten beide spelers gekluisterd aan het bord. Voor Spasski ziet het er slecht uit, want hij is in een volkomen hopeloos dame-eindspel beland. Dan gebeurt er iets onbegrijpelijks. Fischer kan op simpele wijze afwikkelen naar een eindspel dat elementair gewonnen is, maar hij laat dat achterwege. Ook in het vervolg laat hij een hele reeks onnauwkeurigheden volgen en laat hij zo zijn tegenstander nog met een blauw oog ontsnappen.
Het is alsof Spasski uit deze 'narrow escape' kracht weet te putten, want hij wint zowaar de twintigste partij, waardoor de stand voor hem weer een dragelijk aanzien heeft gekregen. Na weer drie remsies komt er in de 25ste partij voor het eerst een open Siciliaan op het bord, zoals Fischer die in jonge jaren steeds placht te spelen. En dit keer was er weer een jeugdig trekje te herkennen, want hij zet een koningsaanval op die hij met enkele fraaie zetten afmaakt.
Daarmee is voor hem de kogel door de kerk, want hij heeft de negen bereikt en behoudt hij zo 'zijn wereldtitel'. Voor het prijzenfonds moet hij nog even door, want er is van te voren afgesproken dat bij een stand van 9-9 de niet onaanzienlijke prijzenpot wordt gedeeld. Gisteren was het zover en veroverde Fischer in de dertigste partij het tiende punt.
Fischer als tweede wereldkampioen. Hoe moet dat nu verder in de schaakwereld? Kasparow neemt hem niet serieus en van de hedendaagse topspelers neemt niemand aan dat hij in een tweekamp van Fischer zal verliezen. Wel is het lukratief om tegen hem te spelen, want Fischer weet zich meestal wel te omringen met grote geldschieters. Maar als hij blijft spelen, wie zal dan zijn volgende tegenstander zijn?
Judith Polgar misschien, die deze zomer net zestien jaar is geworden en de meest talentvolle is van de drie fameuze zusjes? Want heeft Fischer vroeger niet eens beweerd dat hij tegen elke vrouw een stuk voor kon geven en nog zou winnen? De Nederlandse miljardair Joop van Oosterom schijnt achter dit project te zitten, om deze woorden te logenstraffen. Zelfs de plaats is al uitgezocht; dat moet Monaco worden.
Velen menen echter dat Karpow de meest voor de hand liggende volgende tegenstander van Fischer moet zijn. De match die nooit gespeeld is, kan nu eindelijk wel gespeeld worden. En hoe is met Kasparow? Wil hij werkelijk niet uitkomen tegen Fischer? De wereldkampioen heeft namelijk de kassa horen rinkelen en wil nu plotseling wel. Hij is zelfs bereid om onder Fischers voorwaarden te spelen.
Belgrado. Fischer - Spasski.
Fischer wint dertigste partij. Eindstand tweekamp 10-5.
Zettenverloop 29ste partij, Fischer wit, Spasski zwart: 1. e2-e4 e7-e5, 2. Pg1-f3 Pb8-c6, 3. Lf1-b5 a7-a6, 4. Lb5-a4 Pg8-f6, 5. 0-0 Lf8-e7, 6. Tf1-e1 b7-b5, 7. La4-b3 d7-d6, 8. c2-c3 0-0, 9. h2-h3 Pc6-b8, 10. d2-d4 Pb8-d7, 11. c3-c4 c7-c6, 12. c4xb5 a6xb5, 13. Pb1-c3 Lc8-b7, 14. Lc1-g5 b5b4, 15. Pc3-b1 h7-h6, 16. Lg5-h4 c6-c5, 17. d4xe5 Pf6xe4, 18. Lh4xe7 Dd8xe7, 19. e5xd6 De7-f6, 20. Pb1-d2 Pe4xd6, 21. Pd2-c4 Pd6xc4, 22. Lb3xc4 Pd7-b6, 23. Pf3-e5 Ta8-e8, 24. Lc4xf7+ Tf8xf7, 25. Pe5xf7 Te8xe1+, 26. Dd1xe1 Kg8xf7, 27. De1-e3 Df6-g5, 28. De3xg5 h6xg5, 29. b2-b3 Kf7-e6, 30. a2-a3 Ke6-d6, 31. a3xb4 c5xb4, 32. Ta1-a5 Pb6-d5, 33. f2-f3 Lb7c8, 34. Kg1-f2 Lc8-f5, 35. Ta5-a7 g7-g6, 36. Ta7a6+ Kd6-c5, 37. Kf2-e1 Pd5-f4, 38. g2-g3 Pf4xh3, 39. Ke1-d2 Kc5-b5, 40. Ta6-d6 Kb5-c5, 41. Td6a6 Ph3-f2, 42. g3-g4 Lf5-d3, 43. Ta6-e6 Kc5-d5, 44. Te6-b6 Kd5-c5, 45. Tb6-e6, remise.
Zettenverloop 30ste partij, Spasski wit, Fischer zwart: 1. d2-d4, Pg8-f6, 2. c2-c4, g7-g6, 3. Pb1c3, Lf8-g7, 4. e2-e4, d7-d5, 5. f2-f3, 0-0, 6. Lc1e3, Pb8-c6, 7. Pg1-e2, a7-a6, 8. h2-h4, h7-h5, 9. Pe2-c1, Pf6-d7, 10. Pc1-b3, a6-a5, 11. a2-a4, Pc6b4, 12. Lf1-e2, b7-b6, 13. g2-g4, h5xg4, 14. f3xg4, c7-c5, 15. h4-h5, c5xd4, 16. Pb3xd4, Pd7c5, 17. Pc3-d5, Lc8-b7, 18. Pd4-f5, g6xf5, 19. g4xf5, Lb7xd5, 20. e4xd5, Lg7xb2, 21. Ke1-f1, Dd8-d7, 22. Dd1-b1, Lb2xa1, 23. Th1-g1+, Kg8h8, 24. Db1xa1+, f7-f6, 25. Da1-b1, Tf8-g8, 26. Tg1-g6, Tg8xg6, 27. h5xg6, Kh8-g7. Wit geeft op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.