*

 

Russische troepen hebben de touwtjes nog in handen

Gert Jan Rohmensen, Gori, Georgië − 19/08/08, 00:56

Een tocht van de Georgische hoofdstad Tbilisi richting het westen maakte gisteren overdag duidelijk dat de Russische troepen in dit gebied weinig aanstalten maken om te vertrekken, zoals in het bestandsakkoord is overeengekomen.

De controle over de cruciale snelweg is al na een kilometer of veertig in handen van de Russen, die zich het afgelopen weekeinde ingroeven bij het dorp Igoeti. Iets zuidelijker bij het slaperige plaatsje Kaspi staan enkele met takken bedekte Russische tanks, de lopen gericht naar Tbilisi, hemelsbreed 35 kilometer verderop. De soldaten hebben geen trek in een praatje. „Het gaat goed met ons, en nu wegwezen”, snauwt een van hen, met weinig gevoel voor pr.

Ook in het verderop gelegen Gori pakken de militairen nog niet in. „We blijven hier zeker tot woensdag. Pas als we worden afgelost door Russische vredestroepen gaan we weg”, zegt sergeant Sasja (27). Met zijn eenheid van de 42e tankdivisie – doorgaans gelegerd in Tsjetsjenië – heeft hij kwartier gemaakt in een garage naast de brug over de rivier.

Gori is al een week bezet door Russische troepen. Verreweg de meesten van de 50.000 inwoners zijn gevlucht voor granaatbeschietingen en Zuid-Ossetische strijders, die hier naar verluidt hebben geplunderd. De afgelopen dagen is het vrij rustig en de Russen laten nu mondjesmaat humanitaire hulp toe.

Het plaatsje is in een spookstad veranderd. Vrijwel alle winkels zijn dicht. Enkele granaatinslagen in het asfalt van het kolossale plein getuigen van de strijd, en van de gebouwen rond het plein liggen alle ruiten aan diggelen. Een van de granaten op Gori kostte een week geleden het leven aan RTL-cameraman Stan Storimans.

Sommigen van de paar honderd inwoners die wel zijn gebleven scharrelen langs de brede Stalin-avenue – de sovjetdictator werd in Gori geboren – op zoek naar eten. Naast het centrale plein wordt voedsel uitgedeeld, en vele tientallen mensen verdringen zich om daar iets van te pakken te krijgen.

De Georgische Margoret (76), oud-lerares Duits, is op zoek naar bakolie. „Ik hoor net dat de olie op is. Dat is vreselijk, want het is nergens te krijgen”, zegt ze wanhopig. „Ook brood is niet te krijgen. Ik ben doodmoe, want ik loop de hele dag door de stad om te kijken of ze ergens brood hebben.”

Een oudere Georgiër die langs de weg zit te roken en zijn naam niet wil geven, zegt dat de Russische troepen de bevolking wel met rust laten. „Geen idee wanneer ze vertrekken, maar ik weet wel dat de wonden van dit conflict heel diep zijn. Zo diep dat het wel twintig of dertig jaar kan duren voordat die geheeld zijn. Vooral de Ossetiërs zullen dit niet snel vergeten.”

Sergeant Sasja vindt dat beide partijen schuld dragen, maar ziet de Georgische president Saakasjvili graag vertrekken. „Dit conflict is geprovoceerd van beide kanten, maar wij hebben niet gewonnen. Naar mijn mening zouden we moeten doorrijden naar Tbilisi. Wij hebben deze oorlog alleen gewonnen als Saakasjvili weg is.”

„Of de beloofde terugtrekking een leugen is?”, herhaalt de Russische onderofficier, terwijl hij een hap neemt uit zijn eetkom met aardappelen en kool. „In een oorlog is alles onvoorspelbaar. Het hangt af van de politici.”

mailIcon print |