(Novum/Ap) - Bij bombardementen op Noord-Irak zijn dinsdag zestig Koerdische doelwitten geraakt, dat zei het Turkse leger vrijdag. Het was de vierde aanval die Turkije sinds 16 december deed op Iraaks grondgebied. Het leger liet eerder vrijdag al weten dat tien Koerdische rebellen zich na luchtaanvallen overgegeven hadden.
Volgens de militaire verklaring zijn achttien schuilplaatsen, vijftien trainingskampen, twaalf logistieke centra, vijf commandocentra, vier munitiedepots en twee luchtafweerinstallaties vernietigd. De doelen lagen in de streken Zap-Sivi, Avasin-Basyan en Hakurk. Het leger heeft ook beelden vrijgegeven van de operatie, die lasergestuurde bommen tonen die inslaan.
Een precieze inventarisatie van de verliezen aan de kant van de rebellen moet door informatiediensten nog worden gemaakt. De rebellen hebben niet direct gereageerd op de verklaringen van het leger. De website van het pro-Koerdische persbureau Firat, dat vaker berichten van de rebellen brengt, bleek vrijdag gesloten.
Tien Koerdische rebellen gaven zich donderdag over in Silopi aan de Turks-Iraakse grens. Het totaal aantal rebellen dat zich de laatste maand volgens het leger heeft overgegeven komt daarmee op eenentwintig.
De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) strijdt al meer dan twintig jaar voor autonomie in Zuidoost-Turkije. De campagne heeft tienduizenden levens geëist. De PKK houdt zich voornamelijk schuil in Noord-Irak, om van daar uit Turkse doelen aan te vallen. In oktober gaf het Turkse parlement toestemming aan het leger om die schuilplaatsen te bombarderen. De VS uitten zich bezorgd, aangezien ze geen grote onrust willen in de meest stabiele regio van Irak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.