AMSTERDAM - Elke dag weer, nu al twee maanden lang, gaan Indonesische studenten de straat op om het vertrek van president Soeharto te eisen. Pogingen van het regime hun protesten te smoren, zijn mislukt.
Maar de frustratie groeit onder de demonstranten. Een harde confrontatie met het leger ligt op de loer. En die zou de autoriteiten niet slecht uitkomen.
Hendrik Dikson Sirait (26) gelooft onvoorwaardelijk dat de trein naar verandering - naar democratie, uitbanning van corruptie en een echte rechtsstaat - die de Indonesische studenten in gang hebben gezet, niet meer is te stoppen. “Het leger is uitgenodigd mee te doen. Ze moeten nu kiezen. Als de militairen niet aan boord stappen, zullen ze achterblijven in het verleden.”
De Indonesische activist was vorige week samen met de advocaat Hendardi in Genève om te getuigen voor de Commissie voor mensenrechten van de Verenigde Naties over het toenemend aantal verdwijningen in Indonesië. Het tweetal bezocht ook het kantoor van Amnesty International in Amsterdam.
Sirait raakt er een beetje geërgerd over dat hem steeds maar wordt gevraagd wat de Indonesische studenten denken te kunnen bereiken met hun protestacties. “We gaan verder dan we zelf voor mogelijk hielden. Toen we vorige week weigerden mee te doen aan de dialoog met het leger, dachten we dat ze gek zouden worden en erop losslaan. Dat is gelukkig uitgebleven.”
De Indonesische autoriteiten proberen op allerlei manieren de studenten het zwijgen op te leggen. Dat gebeurt soms openlijk. Zo zijn er pogingen hen te verlokken tot een dialoog, die uiteindelijk het protest moet verstikken. Op andere momenten wordt de studenten dreigend toegevoegd dat het nu wel mooi geweest is, en dat het leger wel moet ingrijpen als de protesten voortduren.
Maar het regime opereert ook in het geniep, met minder frisse middelen. Amnesty gaat er vanuit dat sinds januari zeker 370 vreedzame critici van het bewind zijn gearresteerd. Van hen zitten er in elk geval nog 143 vast. In veel gevallen hebben ze geen contact met de buitenwereld. En met name de laatste tijd neemt het aantal vermeende verdwijningen van politieke activisten toe.
Van de verdwenen leiders van het protest tegen het Soeharto-bewind zijn er inmiddels een paar weer boven water. Zo werd begin april Pius Lustrilanang losgelaten, die in februari spoorloos raakte. Hij had zich ingezet voor een coalitie tussen de kopstukken van de onofficiële oppositie, Megawati Soekarnoputri, dochter van Soekarno, en moslimleider Amien Rais. Pius zou te getraumatiseerd zijn om te praten over wat hem is overkomen.
Studentenleider Andi Arief - vorige maand gekidnapt - blijkt op 17 april door zijn ontvoerders afgeleverd te zijn op het hoofdkwartier van politie in Jakarta, waar hij sindsdien vastzit. Uitgerekend op dezelfde dag drong het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken er bij de Indonesische regering op aan snel helderheid te brengen in de zaak van de verdwenen actievoerders.
Hendrik Sirait hamert sterk op het belang van internationale bemoeienis bij de situatie van de mensenrechten in Indonesië. “Aandacht van hier, dat is de enige manier om mensen vrij te krijgen.” Sirait heeft veelvuldig opgesloten gezeten en 'verdween' zelf een week na de rellen in Jakarta in de zomer van '96, toen Megawati was afgezet als voorzitter van de PDI, een van de drie toegestane politieke partijen in Indonesië.
De student-activist ziet geen heil in een dialoog met de autoriteiten. Vorige week zaterdag was er een gesprek tussen ondermeer de minister van onderwijs, legerofficieren en islamitische studenten. Maar vertegenwoordigers van de universiteiten in Jakarta, Bandung en Yogyakarta - belangrijke actie-centra - bleven weg. En terecht, vindt Sirait. “Wat moeten wij met die militairen bespreken ? De veiligheidstoestand ? Wat hebben zij te zeggen over onze gerechtvaardigde eisen, over de wil tot een normale, democratische maatschappij te komen ? In '66, bij het afzetten van Soekarno, was hun rol een andere. Nu moeten ze mee in het veranderingsproces.”
Waar Sirait heilig gelooft in de kracht van de protestbeweging, maant de advocaat Hendardi tot voorzichtigheid. Hij is als directeur van de organistie voor mensenrechten PBHI in Jakarta betrokken bij een aantal processen tegen politieke activisten. Hendardi is van een andere generatie, die van de studenten die eind jaren zeventig protesteerden tegen het regime-Soeharto. Dat protest werd uiteindelijk gebroken, het bewind ontmantelde toen de politieke organisaties van de studenten. “Tot op de dag van vandaag ontbreekt de organisatiestructuur. De studenten doen er volgens mij verstandiger aan hun posities te consolideren, en ze vervolgens te versterken. Zij moeten netwerken bouwen waardoor ze samen sterker staan”, meent hij.
Hendardi constateert dat er in zijn land brede steun is voor verandering, ook buiten de wereld van de studenten. Maar een hechte coalitie die dat zou kunnen bewerkstelligen, ontbreekt. Jongeren als Sirait vinden evenwel dat juist nu het ijzer gesmeed met worden, want met het voortduren van de economische crisis in Indonesië is er een voedingsbodem voor protest.
Maar ook in kringen van studenten wordt het probleem erkend dat er geen nationale figuur is om leiding te geven aan de beweging voor hervormingen. De frustatie over de afzijdige houding van Megawati groeit. “Juist zij zou het kunnen omdat zij acceptabel is voor diverse groepen in de samenleving. Bovendien zijn er al zoveel offers gebracht, er zijn mensen gestorven”, zegt Sirait.
Maar de dochter van Soekarno weigert de strijd aan te binden met het regime, omdat zij te weinig steun krijgt binnen het leger. Zij vreest een bloedige afrekening als zij haar aanhang nu de straat op stuurt.
En ook Amien Rais, immens populair op bijeenkomsten van demonstrerende studenten, heeft fors ingebonden. Begin dit jaar riep de moslimleider nog dat Soeharto diende te vertrekken. Maar inmiddels schurkt hij zich weer tegen het regime aan. Hij heeft de president een half jaar gegeven om de economische problemen op te lossen.
De twee zijn niet de minsten: een groot deel van de Indonesische bevolking wordt tot hun aanhang gerekend. Hun terughoudende opstelling onderstreept dan ook de macht van het zittende regime. Het gevaar bestaat dat de frustratie onder de studenten uitmondt in gewelddadigheden. De laatste weken is er sprake van steeds meer geweld rond de campussen, de universiteitsterreinen waartoe het studentenprotest formeel is veroordeeld. Als de vlam in de pan slaat, speelt dat de autoriteiten in de kaart. Dat biedt hen de gelegenheid de opstandige beweging de kop in te drukken en met de critici af te rekenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.