Na rampen wordt de daadkracht van regeringen extra gewogen door bevolking en buitenwacht. China pakt het anders aan dan Burma.
Kort na de ramp leek de regering in Peking de aardbeving in Sichuan nog even te relativeren. Enkele doden en beperkte schade, meldde het officiële persbureau een uur of vier na de beving. Maar sindsdien stijgen de slachtoffercijfers met het uur, gisteren tot meer dan 12.000. De staatsmedia tonen voortdurend beelden van reddingswerkzaamheden, en ook van rijen doden.
Twee weken na de orkaan in Burma is dat een opvallend verschil. Gisteren nog toonde VN-topman Ban Ki-moon zich ’enorm gefrustreerd’ door de halsstarrige weigering van de militaire junta de gevolgen van de orkaan onder ogen te zien en buitenlandse hulpverleners en -goederen ruim baan te geven. Er zijn mogelijk 100.000 doden, maar de Burmese junta houdt het op ruim 30.000 – na eerst dagenlang helemaal te hebben verzwegen dat er een ramp was. En er zijn weinig aanwijzingen dat het Burmese leger daadwerkelijk veel hulp verleent. Ook ging het omstreden referendum over de grondwet gewoon door.
De Chinese regering doet niet alsof er niets aan de hand is. Het stuurde extra manschappen, bovenop de militairen die al in Sichuan aanwezig waren in verband met de onrust onder de Tibetaanse gemeenschap daar. Premier Wen Jiabao reisde al na enkele uren af naar het getroffen gebied om te laten zien dat de regering handelt. Er is zwaar materieel aangekomen om versneld puin te ruimen.
China kon de zaak ook moeilijk bagatelliseren. De beving is gevoeld in het hele land en daarbuiten, en er zijn in China te veel communicatiekanalen om de schade en slachtoffers geheim te houden. Bovendien had de regering harde kritiek gekregen nadat ze zeer traag reageerde op sneeuwstormen eind januari die het midden van China lam legden.
Peking wil bovendien zijn menselijke kant tonen. Wekenlang is het immers verguisd in het buitenland vanwege het neerslaan van protesten onder Tibetanen. De ramp leidt daar even de aandacht van af; de buitenlandse blijken van medeleven stromen binnen.
Uiteraard heeft de Chinese overheid aanzienlijk meer geld en middelen dan Burma om een grootschalige hulpoperatie zelf op poten te zetten. Maar ook is duidelijk dat China, net als Burma, niet zit te wachten op een grote toevloed van buitenlanders in het rampgebied. Officieel wordt hulp verwelkomd, maar gisteren ging die dankbaarheid onmiddellijk gepaard met de melding dat buitenlandse hulpverleners in het gebied niet aan de slag kunnen vanwege transport- en communicatieproblemen. Ook buitenlandse journalisten konden er gisteren nog niet heen, een enkele uitzondering daargelaten.
Dat roept wel de vraag op hoe Peking zal omgaan met de kritiek die ongetwijfeld komt als er meer details over de ramp duidelijk worden. Zoals de vraag waarom zoveel scholen zijn ingestort, een vraag die op Chinese blogs al rondzingt. In China is de dood van scholieren bovendien een extra groot drama, omdat veel echtparen daarmee hun enige kind verliezen.
Eén ding heeft China onmiddellijk benadrukt: de Spelen gaan door. Ook meldde Peking in eerste instantie dat de olympische vlam ongewijzigd zijn tocht door het land zou maken, maar later werd toch toegevoegd dat de tocht en de festiviteiten zullen worden versoberd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.