*

 

Slappe lach op het duivelse voetbalveld

Frans Dijkstra − 11/10/08, 00:00

Vlaamse en Franstalige politici praten weer voorzichtig met elkaar over hoe het verder moet met België. Ondertussen heeft de splijtzwam die het land ondergraaft ook het voetbal bereikt. Loopt nu ook een van de laatste gemeenschappelijke organisaties van België naar het einde?

  • Keep Logan Bailly. (AFP)

De Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) alias Union Royale Belge des Sociétés de Football-Association (URBSFA) richt volgende week aparte stichtingen op voor Vlaamse en Franstalige voetbalclubs. De bond hult zich nog in stilzwijgen over de betekenis van die stap. Maar de geschiedenis van gesplitste organisaties in België biedt weinig hoop dat ze ooit weer gemoedelijk naast elkaar zullen zitten.

Voetbal is in België nooit aanleiding voor nationalistische uitzinnigheden, zoals in Nederland. De nationale ploeg, de Rode Duivels alias les Diables Rouges, is heel wat minder vervaarlijk dan de naam suggereert. In de jaren tachtig beleefden de Duivels hun topperiode. In 1986 wisten ze de halve finale van het wereldkampioenschap te bereiken. Voor blinkend goud moeten de Belgische voetballers nog verder terug in de historie, naar de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen, toen ze een gouden medaille kregen. Daar was ook geluk bij, want de tegenstanders waren boos weggelopen vanwege een beslissing van de scheidsrechter. Geen overwinning om je hard op de borst te kloppen dus.

Toch is de voetbalbond juist nu bezig het imago van de Duivels op te kloppen. De Vlaming Christian Reniers, die als bedrijfsadviseur dertien jaar lang heeft gewerkt om de fans van het Eindhovense PSV overeind te krijgen, probeert hetzelfde te doen voor de Duivels.

Maar zijn eerste daden riepen de slappe lach op. Toen de Duivels vorige maand aantraden voor een wedstrijd tegen Estland, snerpte ineens een mondharmonica door het stadion. Het was jazzmusicus Toots Thielemans, die door Reniers was ingehuurd om het Belgische volkslied te spelen.

De Duivels wisten niet hoe ze het hadden. Twee spelers bogen hun hoofd diep om hun slappe lach te verbergen. Zingen hoefden ze gelukkig niet, want dat zou een Frans/Nederlandse kakofonie hebben opgeleverd. Maar ze hadden wel in de ’Ambiorix-houding’ moeten staan: linkerhand op de borst en de rechterhand gereed om de strijdbijl te grijpen. Precies zoals de legendarische koning Ambiorix als standbeeld op de Grote Markt van Tongeren staat. Zowel Franstalige als Vlaamse kinderen leren op school dat Ambiorix’ heldendaden in de grijze oudheid zelfs indruk hadden gemaakt op Julius Caesar. „Van alle Galliërs zijn de Belgen de dapperste”, zou de Romeinse keizer hebben gezegd.

Maar nu staan die dappere Belgen te proesten van de lach op het voetbalveld. Campagneleider Reniers geeft zich nog niet gewonnen. „Alle begin is moeilijk”, zegt hij. „Hoeveel landen kunnen zeggen dat ze een volkslied op mondharmonica hebben? Dat is toch uniek? De harmonica heeft een zuivere klank die symbool staat voor de eenvoud van ons voetbal. Het is ook het enige instrument dat helder genoeg klinkt voor de geluidsinstallaties van de Belgische voetbalstadions.”

Daar raakt hij een pijnlijk punt. De Belgische stadions zijn verouderd. Geld ontbreekt bij de voetbalbond. Laat nu juist Vlaanderen zwaaien met vele miljoenen euro’s voor de sport. En zelfs het arme Wallonië wil er extra geld voor uittrekken. Dan moeten er natuurlijk wel aparte voetbalbondjes zijn om het geld in ontvangst te nemen.

mailIcon print |