Arabische televisiezenders zenden onafgebroken de meest gruwelijke beelden van gewonde en gedode Palestijnen uit. Op de Israëlische tv overheersen deskundigen die uitleggen waarom de ’chirurgische luchtacties’ noodzakelijk zijn.
Ja’akov, een dertigjarige huisvader, wil het graag kwijt aan de televisie-ploegen die in groten getale naar zijn dorpje Netivot zijn gestroomd. De dag tevoren is er een raket ingeslagen en werd een man gedood. „Ik ben bereid nog wel drie weken onder die bedreiging te leven, als Israël daar nu maar korte metten maakt, en het eens en voor altijd is afgelopen. Zeven jaar lang zijn we hier al mikpunt, zitten we in een Russische roulette.”
Met ’daar’ bedoelt Ja’akov de Gazastrook, luttele kilometers verderop. Erboven cirkelen op dat moment kleine onbemande vliegtuigjes. Ze spieden het gebied af naar Palestijnse militanten die raketten willen afvuren in reactie op de ongekend zware Israëlische luchtbombardementen.
Het gros van de Israëliërs staat volledig achter de Israëlische aanvallen. Naar de radio, die net als de tv onafgebroken nieuws uitzendt, belt een boze man. De media en politici moeten van hem onmiddellijk hun excuses aanbieden aan Ehoed Barak, de minister van defensie. Afgelopen week was iedereen over Barak heen gevallen, omdat hij de grensovergangen met de Gazastrook had opengesteld om goederen door te laten, terwijl het vanuit Gaza raketten regende. Nu blijkt dat het deel van zijn tactiek was, om Hamas te laten denken dat de aanval er nog niet aankwam.
Daar hoorden ook de berichten bij dat het Israëlische kabinet pas zondag verder zou vergaderen. Hamas was totaal verrast, zeker ook omdat Israël op zaterdag, de sabbat, had aangevallen. Een paar dagen geleden was Barak nog de meest verguisde politicus in Israël, nu is hij, eens de meest gedecoreerde militair van Israël, opnieuw de held.
De druk op hem, en de gehele regering, om tot actie over te gaan was groot. Zelfs het boegbeeld van links, de schrijver Amos Oz, schreef vrijdag op de voorpagina van Israël’s grootste krant dat de raketaanvallen een misdaad zijn, en dat Israël de plicht heeft zijn staatsburgers te beschermen.
Palestijnse en Arabische zenders zenden vrijwel continu bloedige beelden uit van de doden en gewonden, en van de enorme verwoestingen. De Israëlische media daarentegen richten zich veel meer op de raketinslagen aan eigen kant. Ze zenden hooguit de door het leger vrijgegeven beelden van de ’chirurgische luchtacties’ in de Gazastrook uit. Daarbij wordt benadrukt dat deze gericht zijn tegen Hamas, en dat Israël probeert onschuldige slachtoffers te vermijden.
„Kijk maar eens hoeveel van de doden een uniform dragen”, licht de Israëlische verslaggever toe. In de studio leggen deskundigen, veelal hoge militairen buiten dienst, de achtergronden uit: „Hamas had Gaza veranderd in één groot wapendepot en een lanceerbasis voor zijn raketten. Het heeft het bestand slechts benut om zich verder te bewapenen met behulp van Iran.”
Slechts hier en daar klinkt een kritische noot. De geschiedenis leert dat die kritiek na de eerste roes mettertijd toeneemt. Zvi Barel neemt in de krant Ha’aretz het voortouw onder het kopje ’de waanvoorstellingen van overwinning in Gaza’. Hamas en Israël zijn in feite beide gebaat bij een bestand dat rust garandeert. Dat, meent hij, zal waarschijnlijk ook de uitkomst van de oorlog zijn, als Israël tenminste niet opnieuw de Gazastrook wil bezetten. „Waarom slaan we die oorlog dan niet over?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.