*

 

Relatie met drugsdealer geeft status

Stijntje Blankendaal − 03/12/08, 00:00

Op een internationale bijeenkomst vorige week in Rio de Janeiro, is gesproken over seksuele uitbuiting van kinderen en adolescenten. Zoals Nathalia (17), die jaren is mishandeld en misbruikt door een Braziliaanse drugsdealer.

  • De zeventienjarige Nathalia woont met dochtertje weer bij haar moeder, nadat ze drie keer met eenzelfde drugsdealer meeging. (Chantal James)

Acht tienermoeders zitten bijeen in een zaaltje in het centrum van Rio de Janeiro, de meesten met hun baby op schoot. Nathalia (17) probeert haar eenjarige dochtertje Ana Clara rustig te houden. De tieners maken deel uit van Sou menina mãe – Ik ben een meisje-moeder. Dit project van de organisatie Ibiss, dat zich richt op sociale gezondheidszorg in 68 sloppenwijken, leert meisjes dat geweld ondanks dat het alom aanwezig is, zeker niet normaal is.

Nathalia vertelt haar verhaal. Ze „schaamt zich niet voor de stomme dingen die ze gedaan heeft”. Ze bood zichzelf op haar dertiende aan een drugsdealer aan. As minas heten deze meisjes – de meiden. Ze vechten om de grootste bazen of krijgen iets met de kleinere jongens. Ibiss-pedagoge Maria Cecilia Daniel: „De relatie met de dealers geeft de meisjes een zekere status. Pas als ze aan de kant worden gezet of de mishandelingen niet meer accepteren, valt er voor ons met ze te praten.”

Het probleem van de minas kwam aan het licht via de medische voorposten in de wijken. Daar kwamen baby’s met rare verwondingen binnen: brandplekken van sigarettenpeuken of kneuzingen. Het bleken kinderen van verstoten minas, die uit boosheid en onmacht hun eigen kroost mishandelden. Er zijn zelfs minas van nog maar acht jaar oud.

Ibiss probeert te achterhalen waarom de meisjes zichzelf aanbieden, legt directeur Nanko van Buuren uit. „Drugsbazen zeggen dat de meiden vaak staan te dringen. Drie mensen van ons team proberen in de sloppenwijken de dialoog aan te gaan, maar het is verdraaid moeilijk. De makkelijkste weg is nu nog om de drugshandelaren direct aan te spreken op hun mannelijkheid: Je neemt toch geen klein meisje? Je bent toch niet bang voor vrouwen?”

Nathalia, die opgroeide in een sloppenwijk in het noorden van Rio de Janeiro, kreeg op haar dertiende wat met Carlos Henrique. Hij was 17. „Ik leerde hem vlak bij huis kennen. Ze zeiden dat hij in drugs handelde. Ik had hem wel gewapend gezien. Hij was trots, alsof het iets moois was. Hij gaf me cadeautjes en nam koekjes mee, of Coca-Cola.”

Toen werd hij agressief. „Hij begon me te slaan. Maar ik ben met hem weggelopen omdat mijn moeder alleen nog maar aandacht voor haar vriend had. Ik heb 21 dagen met hem op straat geleefd, en met nog een andere jongen. Carlos dreigde me te vermoorden. Die andere jongen ging op een gegeven moment weg. Ik wilde mee, maar Carlos hield me tegen. Maar die jongen kwam terug, mét mijn moeder. Ik was broodmager, had dagen niets gegeten behalve mandarijnen. Ik bleek zwanger te zijn, maar verloor het kind na twee maanden zwangerschap.”

Nathalia raakte opnieuw zwanger van Carlos, maar vertrok toen ze via buren het project van Ibiss leerde kennen. Haar dochtertje Ana Clara was acht maanden toen Carlos weer opdook. Hij vertelde dat hij probeerde af te kicken van zijn crackverslaving. Hoewel ze zwanger was van een nieuwe vriend, ging ze voor de derde keer met Carlos mee.

Nathalia is nu vijf maanden zwanger en weer terug bij haar nieuwe vriend. Die is even oud als zij en werkt als boodschappenjongen. Ze zegt zich nog constant bedreigd te voelen. De bijeenkomsten van Ibiss zijn belangrijk voor haar: „Hier heb ik de realiteit leren inzien, van het geweld en de pedofilie.”

Van Buuren: „Dit zijn sociale problemen waar de overheid haar ogen voor sluit. Er gaat niemand van de kinderbescherming de sloppen binnen. Ook wel begrijpelijk: dat zou zelfmoord betekenen.”

mailIcon print |