In het Chinese Chengdu leggen onderzoekers zich erop toe de reuzenpanda te fokken. Het dierenpark ’Panda Avontuur’ is populair en trok dit jaar al 400.000 bezoekers.
De vroege ochtend is de beste tijd om panda’s op te zoeken omdat zij dan, in afwachting van hun maaltje verse bamboescheuten, heel beweeglijk zijn. Terwijl cicades hoog in de bamboestengels hun oorverdovende muziek maken, loopt het park net buiten de Chinese miljoenenstad Chengdu vol bezoekers.
Tussen de talloze Chinese en Westerse toeristen, inclusief Nederlandse, staat de jonge Stephanie uit Californië te kijken naar wat jonge panda’s in hun omheinde stuk land. Eigenlijk zijn panda’s solitaire dieren maar hier zitten zij in groepen bijeen. Stephanie is een van de gelukkigen die straks op de foto mag als zij er een in haar armen houdt.
Dat grapje kost 100 euro. „Daarvoor heeft zij een jaar gespaard”, licht haar vader, een lange Chinees-Amerikaan met een knipoog toe. Op het grote moment mogen de ouders niet mee naar binnen. Eén persoon per panda is druk genoeg.
Het Onderzoeks- en Fokcentrum begon in 1987 met zes panda’s en heeft er nu ruim tachtig. De meeste zijn via kunstmatige inseminatie (KI) geboren. China fokt zo al meer dan veertig jaar panda’s. Op een filmpje is te zien hoe een medewerker met een latex handschoen een bewusteloos mannetje aftrekt en anderen een bewusteloos vrouwtje insemineren. Een bronstig vrouwtje blaat als een schaap en wrijft haar vulva tegen een boom, om zo haar geurspoor achter te laten. Maar, doceert een stem: „Copuleren, zwanger worden en overleven van de jongen zijn drie grote problemen bij panda’s die in gevangenschap leven”.
Alles wordt ingezet om panda’s in gevangenschap tot paring aan te zetten. Viagra werkte niet, maar het vertonen van pandaporno helpt wel. Het meeste succes boekt Chengdu met zijn speciale tweelinglaboratorium. De laatste drie jaar zijn er door nieuwe technieken bijna uitsluitend tweelingen geboren, elk jaar meer dan 30 welpen. Hiervoor is ook materiaal van wilde panda’s gebruikt.
Vice-directeur Zeng Zhixiang is trots op die resultaten. Het hoe en wat van de bevruchting blijft geheim maar: „We houden een stamboek bij, hebben de grootste pandaspermabank ter wereld, en een genenbank. We bewaren alle data, eitjes, embryo’s, cellen en dna. Ook van wilde reuzenpanda’s. Zo kunnen we goed materiaal uitwisselen zonder de dieren te verplaatsen.”
In het kantoor van Zeng draait een ventilator. Het is lunchpauze. Een ondergeschikte ligt voorover op haar bureau te slapen. Voor de tweelingwelpen zijn er couveuses. Zo overleefde in 2006 zelfs een jong dat slechts 51 gram in plaats van de gebruikelijke 100 gram woog. Het park werkt ook met voedsters, vrouwtjes die melk hebben voor meer welpen. „Wij foppen de moeders van tweelingen door ze elke vier uur een ander jong te geven. Dat geven we een vertrouwd luchtje met haar eigen uitwerpselen zodat ze het aanneemt”, zegt Zeng. Het andere jong gaat dan in de couveuse.
Eén van de doelen van het centrum is terugplaatsen van gefokte panda’s in de natuur. Het Wereldnatuurfonds heeft in 1998 bedongen dat een deel van de opbrengst uit het verhuren van panda’s naar verder onderzoek en natuurbeheer gaat.
Een tamme die in 2005 in Wolong bij zijn wilde soortgenoten werd gezet, overleefde niet lang. „Daarom hebben we een nieuw stuk land aangekocht oostelijk van Chengdu, van 1,3 vierkante kilometer. We trainen nu panda’s om daar te overleven. Waarschijnlijk zetten we er in januari één of twee uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.