*

 

’Voor je het weet niest een klant op je bord’

Remco Bouma − 29/04/09, 00:00

In Mexico-Stad is het openbare leven bijna tot stilstand gekomen. Voor zover dat kan, want miljoenen mensen verdienen hun brood op straat.

Voor Lydia Gamero Cortes (47) heeft elke klant een keerzijde. Hij betekent inkomen, maar kan net zo goed het dodelijke varkensgriepvirus verspreiden.

In haar medicijnenstalletje in een metrostation, misschien drie vierkante meter, draagt ze een mondkapje en plastic handschoenen. „Maar ik heb net wel in een hoekje gegeten. Voor je het weet niest er één op je bord.”

Elke paar uur belt ze naar haar twee kinderen en een kleinkind, die thuis zitten en die ze verboden heeft de deur uit te gaan. „Wat kan ik doen? Als ik stop met werken, heeft de eigenaar van dit stalletje morgen iemand anders.”

En zo vergaat het veel inwoners van Mexico-Stad. Taxichauffeur Jaime Contreras Rodriguez leeft letterlijk met de dag. Van de 200 pesos (11 euro) die hij per dag verdient, komt zijn gezin van vijf precies rond. Bang voor besmetting is hij niet. „Als het gebeurt, gebeurt het. De enige manier om geen risico te lopen, is niet te ademen.”

De zes miljoen mondkapjes die de overheid distribueerde, zijn nergens meer verkrijgbaar. Apotheken in metrostations moeten om de paar tellen nee verkopen. „Vanochtend kregen we er 600 binnen”, zegt de verkoopster. „Ze waren binnen een half uur weg.”

Bij een andere apotheek wordt net de bestelling opgenomen. „Ik heb er zoveel gevraagd als kon, voorlopig worden ze niet geleverd. Vanmiddag hoorde ik op de radio dat ze niet eens beschermen: na vier uur trekt er condens in en moet je ze vervangen. Ik heb de eerste zelfgemaakte mondkapjes al gezien: gemaakt van elastiek en een op maat geknipt laken.”

Volgens apotheker Ricard Reyes zijn de mensen paranoïde geworden. Ze dragen plastic handschoenen en durven elkaar, op overheidsadvies, geen hand meer te geven. „Terwijl het virus zich via de luchtwegen verspreidt. Het is de macht van de massa: als iedereen met een mondkapje loopt en fysieke afstand houdt, ga je vanzelf denken dat je ook ziek bent.”

In het openbaar vervoer is die fysieke afstand niet eens vol te houden. De metro (5 miljoen reizigers per dag) en de minibusjes (18 miljoen reizigers per dag) melden dat ze minder klandizie hebben, maar zijn nog altijd goed gevuld. Reyes: „De sluiting van het openbaar vervoer zou een economische ramp betekenen. Mensen kunnen niet naar hun werk, en tallozen zijn afhankelijk van ambulante verkoop in bus- en metrostations. Maar als het open blijft, verspreidt het virus zich onvermijdelijk. Het is kiezen tussen twee kwaden.”

De studentenwijken rond de UNAM, met 300.000 studenten op de hoofdcampus de grootste universiteit van Latijns-Amerika, zijn normaal gesproken het domein van verkopers van eten en tweedehands boeken. Nu de overheid alle onderwijsinstellingen gesloten heeft, zijn de straten daar verlaten. Fernando Rojas Duran, eigenaar van een kopieerwinkeltje, heeft om één uur ’s middags acht pesos (40 cent) verdiend, terwijl hij op dit uur normaal aan de duizend zit. De huur en het salaris van twee personeelsleden lopen gewoon door.

„Laat de overheid ons compenseren als ze dit soort overdreven maatregelen afkondigt”, zegt hij. „Al die bezorgdheid verontrust me. Er wonen hier kinderen in riolen, bejaarden komen om van de honger; de overheid is nooit bezorgd om ons. Ik ben vader van zes kinderen. Als een van hen zegt: papa, ik hou van je, weet ik dat er iets mis is. Let op mijn woorden: de peso gaat vreselijk devalueren, of er gaat een corruptieschandaal uitlekken.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />