Obama probeert én Israël én de Arabieren voor het blok te zetten. Reserveer niet langer de verstandige woorden voor besloten onderonsjes, en de demagogie voor de openbaarheid, is zijn boodschap.
„Wat wil die Obama toch van me?” zou Israël’s premier Bibi Netanjahoe zich onlangs hebben laten ontvallen. „Wil hij soms dat mijn regering valt?”
Het antwoord is waarschijnlijk ja. Netanjahoe zal moeten kiezen tussen zijn rechtervleugel en de president van de Verenigde Staten, want Obama eist écht dat Israël een twee-staten oplossing aanvaardt, Israël naast Palestina, en dat het de bouw van nederzettingen écht stopt.
Zijn voorgangers in het Witte Huis hebben dat allemaal ook geroepen, maar Israël bouwde vlijtig voort en kwam ermee weg. Sinds de akkoorden tussen Israël en de Palestijnen begin jaren ’90 is het aantal kolonisten zo goed als verdrievoudigd.
Gisteren in zijn rede in Cairo bevestigde Obama Amerika’s ’onverbrekelijke band’ met Israël. Hij refereerde uitgebreid aan de Holocaust en onderstreepte Israël’s recht op een eigen veilig bestaan. Maar haast in één adem noemde hij de situatie van de Palestijnen ondraaglijk, en verplichtte hij zich persoonlijk „de totstandkoming van een Palestijnse staat na te streven met alle geduld en toewijding die dat vergt”. Zichtbaar emotioneel was hij zelfs bij zijn oproep tot een vreedzame strijd en de vergelijking die hij trok met de strijd van de zwarten in Amerika.
Nog voor zijn vertrek naar Cairo had hij in een interview met Thomas Friedman in de New York Times uitgelegd dat hij een einde wilde aan de eeuwige kabuki-dans in het Midden-Oosten, vol uiterlijke schijn. Obama’s boodschap luidt: „Hou ermee op om binnenskamers iets anders te zeggen dan in het openbaar.”
En dan citeert Friedman de president: „Vele landen in het Midden-Oosten zijn bezorgder om de Iraanse bom dan de dreiging van Israël, maar willen dat niet toegeven. Vele Israëliërs zien in dat ze harde beslissingen moeten nemen over de nederzettingen om een twee-statenoplossing te bereiken – die uiteindelijk in hun belang is – maar niet genoeg mensen willen dat openlijk erkennen. Vele Palestijnen zien in dat de continue opruiing en negatieve retoriek ten aanzien van Israël nul komma nul heeft opgeleverd. Maar ze zullen het niet hardop zeggen. Vele Arabische landen komen niet verder dan demagogie en hebben de Palestijnse zaak nooit echt geholpen...”
Obama zei het in zijn rede in Cairo net iets diplomatieker, hij haalde er – onder luid applaus – de Koran voor aan: ’Denk aan God en spreek altijd de waarheid’.
Obama’s speciale gezant voor het Midden-Oosten, George Mitchell, gaf er eerder deze week een voorproefje van. In een gesprek met joodse functionarissen zou hij hebben gezegd dat Israël de afgelopen jaren de VS heeft voorgelogen met de nederzettingen, „maar dat is nu afgelopen”. Ook van de Arabische landen eist Obama dat zij hun steentje bijdragen. In het Arabische vredesinitiatief beloven zij normale betrekkingen met Israël, nadat Israël zich uit de bezette gebieden heeft teruggetrokken. Obama zou willen dat zij hier al geleidelijk mee beginnen als ondersteuning van het vredesproces.
Een Israëlische commentator betitelde de speech in Cairo al ’de Palestina-rede van Obama’. Tweeënveertig jaar min een dag na de Israëlische verovering van de Westoever en de Gazastrook op Jordanië en Egypte, heeft Obama de realisering van een Palestijnse staat in die gebieden tot zijn persoonlijke missie gemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.